
Buikpijn hadden we. Buikpijn over wat er in de afgelopen jaren met – met name in publieke- organisaties gebeurd is en wat ze soms veroorzaken. Want laten we wel zijn, we zien dat organisaties schraal en eenzijdig geworden zijn door de manier waarop er de afgelopen jaren mee is omgegaan. Gericht op meer, beter, sneller en almaar efficiënter. Eindeloos ingewikkeld gemaakt in het blinde vertrouwen dat het rationele en zelfredzame individu zijn weg er wel in zal weten te vinden.
Met die focus op organiseren hebben we niet alleen de interne organisatie verschraald, we zijn ook vaak blind geweest voor de maatschappelijke effecten die dat met zich meebracht. Organisaties bleken onbedoelde bedoelingen te hebben, discriminatie en uitsluiting te produceren, ondoorzichtige oerwouden te zijn geworden waarin velen de weg kwijtraken.
Dat wilden we begrijpen: wat is er gebeurd, welke opvattingen over organiseren hebben hiertoe geleid?
Maar we wilden bovenal begrijpen waarom het niet lukt om hier zomaar verandering in te brengen. De organisatie- en veranderkunde zijn vakgebieden waar we gevoelig zijn voor nieuwe ontwikkelingen, zoeken hoe het beter en anders kan en voortdurend uit zijn op verbetering en vernieuwing. Waarom hebben we hier dan geen antwoorden op, of alleen ontoereikende antwoorden? Waarom komen we in echokamers terecht: situaties waarin het goed voelt, goed lijkt te gaan, maar waarin resultaten aan de oppervlakte blijven, lokaal blijven tijdelijk blijken, of beperkt blijven tot een kleine groep?
Om hier antwoord op te vinden, moesten we dieper spitten, zoeken naar de onderliggende opvattingen die geleid hebben tot waar we nu staan. Niet voor niets noemt Tim Fransen onze tijd het calamiteitperk: veel vraagstukken verknopen zich met elkaar. We krijgen ze niet meer opgelost met het huidige repertoire. De vraag is of onze organisaties te repareren zijn met de bestaande organisatielogica.
Onze zoektocht leidde naar de fundamenten van organiseren. Iedere organisatie kent een dynamisch evenwicht tussen adaptiviteit en aanpassingsvermogen enerzijds en stabiliteit anderzijds. Als dit evenwicht verstoort raakt, raken organisaties eenzijdig, schraal, inert. Wij denken dat dat evenwicht diep verstoord is in de afgelopen decennia. We zijn op zoek gegaan naar de oorzaken van die verstoring en kwamen uit op de noodzaak om het lerende vitale vermogen van organisaties op een aantal punten te versterken. We hebben adaptievere organisaties nodig, die complexiteit en onzekerheid aankunnen, en die tijd als vriend zien en niet als iets wat je onder controle moet zien te krijgen. We hebben organisaties nodig waarin morele afwegingen weer een plaats terugkrijgen. En dat alles kan alleen als we meer gezamenlijkheid, meer gemeenschap bouwen. Dan is ook het geïsoleerde omnipotente individu niet langen als individu verantwoordelijk.
De zoektocht in ons boek gaat over onder de oppervlakte begrijpen, op zoek naar perspectieven die helpend zijn in deze tijd, en die hoop geven in een tijd waar we met zijn allen worstelen met vraagstukken die groter zijn dan onszelf.
Bestellen kan hier

