Met enige onregelmatigheid schrijven Leike en Jaap elkaar een dialoogblog over het vak en de wereld. Daar kun je je op abonneren, dan krijg je bij iedere nieuwe blogpost een melding. Ook heel leuk vinden we het als je je ermee bemoeit en een eigen bijdrage levert. Naar een specifieke blogpost zoeken of neuzen door alle titels kan in het blog overzicht.

CBR en Zweedse seks

16 juli 2018


Beste Leike,
 
Vorige week hoorde ik op de radio dat nogal wat kandidaten bij het afrijden zorgen voor gevaarlijke situaties. Soms gaan mensen op voor het rijexamen ver voordat ze de basisbeginselen onder de knie hebben. Het CBR, de rijksinstantie die verantwoordelijk is voor het verstrekken van rijbewijzen, bracht dit bericht naar buiten. De CBR-dame die geïnterviewd werd, vertelde dat er allerlei beunhazen onder de rijscholen zijn, maar dat hun boodschap vooral bedoeld was voor de consument. Die moet beter opletten waar hij zijn rijlessen boekt. Op de vraag of de rijscholen niet konden worden aangepakt, schoot de dame direct weer naar de consument die voor zijn eigen belang moest opkomen……
 
Het CBR ziet zichzelf als instituut dat beoordeelt of iemand mag rijden. Maar hoe logisch zou het zijn als je het rijexamen zou zien als een instrument in het kader van verkeersveiligheid? Het CBR als een instituut ter bevordering van rijvaardigheid? Daar is het rijbewijs toch voor bedoeld?
Als je het zo definieert wordt het de taak van het CBR om rijscholen te certificeren. Dan pak je de keten aan in plaats van je te richten op een stressmomentopname in de rijcarrière van de automobilist. Afrijden is dan niet meer dan een laatste check op de kwaliteit van de keten.
 
Die verantwoordelijkheid van het individu, als je het eenmaal doorhebt zie je het overal. Als individuele, geëmancipeerde burgers alert zijn en hun keuzevrijheid benutten, dan doet de onzichtbare hand van de markt zijn werk en veranderen organisaties zoals rijscholen vanzelf en dan komt alles goed. Als overheid hoef je dan alleen maar te bewaken dat er geen ongelukken gebeuren.
We schuiven op tal van fronten van overheidsgezag en een rol van de staat naar transacties tussen zelfstandige volwassen burgers. Het zit diep in de vezels van de samenleving, deze gedachte dat bij elkaar opgetelde mondige individuele burgers vanzelf de markt reguleren.
Nog een voorbeeldje: Mijn vriendin begeleidt enkele Syrische gezinnen, statushouders die voorlopig in Nederland mogen blijven en moeten inburgeren. Tot voor kort was volgens dezelfde ideologie het idee dat deze vluchtelingen zelf een inburgeringscursus moesten kiezen. De opleidingen die vroeger door ROC’s werden georganiseerd waren naar de markt gebracht. Vluchtelingen kunnen dan zelf een actieve keuze maken voor de beste inburgerondersteuner. Gevolg: een enorme terugval ik kwaliteit van de inburgering. Gelukkig heeft dit kabinet recent gezien dat dit niet werkt, al is het maar omdat het resultaat van inburgering (een geëmancipeerde autonome burger) er nog niet is als gekozen moet worden voor een opleiding.
 
Dat idee van die geëmancipeerde, weloverwogen kiezende burger zie je ook op een andere manier. We doen of je overal een transactie van kunt maken. Of je alle onzekerheid en ambiguïteit weg kunt halen als je maar contracteert. Neem de wetgeving in Zweden waar je sinds kort geen seks met elkaar mag hebben als je niet vooraf daar expliciete afspraken over maakt. Een poging om onderdrukking, aanranding en verkrachting te bestrijden. Voor de volledigheid, de bedoeling is natuurlijk goed, wederzijds plezier is een uitgangspunt. Echter, het spannende gehannes van een eerste keer, het spel van aantrekking en ‘hard to get’ en de spelkant van flirt en erotiek worden vervangen, of op zijn minst onderbroken, door een juridisch momentje. Je moet elkaar eerst expliciet toestemming geven. Dus ook seks wordt een contract tussen twee rationele volwassenen, in plaats van toestemming tijdens het spel waarin emoties en gevoelens centraal zouden moeten staan. Een rationele afspraak over emoties heeft iets gekunstelds.
Ook het modernistische idee dat we ‘eerst denken, dan doen’, de veronderstelling dat ons denken aan ons gedrag voorafgaat, is een rare vooronderstelling. Alsof we steeds eerst een besluit nemen om het en daarna uit te voeren.
Wij zetten ‘pragmatisch prutsen’ bij organisatieverandering centraal in Onderweg en Onomkeerbaar, omdat we vinden dat denken en doen elkaar afwisselen en elkaar verder brengen. Soms gaat het bedenken aan het experiment vooraf, maar hoe vaak word je niet verrast door spontaan handelen dat leerrijke inzichten oplevert of bedenk je iets terwijl je het probeert?
Is dat prutsen nou niet precies het soort uitzoekerij dat ook menselijke verhoudingen spannend en leuk kan maken? Niet als transactie, maar als creatief ontdekkend samenspel?
 
Groet,  Jaap

Survival of the fittest

8 juli 2018


Beste Jaap,

Mooi beeld, organisaties als subtiel maar niet intelligent bedachte ontwerpen die eerder zijn ontstaan door selectie van wat werkt, dan door toepassing van vooraf bedachte intelligente ontwerpen. Ik schrijf op dit moment aan een hoofdstuk over Gregory Bateson. Zijn zoektocht was naar een ‘ecology of mind’: als er sprake is van ecologie, dan zou er, volgens hem, ook een ecologie moeten zijn van de geest. Ik denk dat hij en Dennet het goed hadden kunnen vinden met elkaar.

Tegelijkertijd kijkt Bateson – denk ik, ik las Dennet niet – anders naar het fenomeen evolutie. Volgens Bateson betekent ‘survival of the fittest’ niet de overleving van de meest passende ‘soort’, maar het overleven van de meest kansrijke en succesvolle sets van ideeën. Ook hij bedoelt niet vooraf bedachte, rationele, geëxpliciteerde ideeën, maar pragmatisch bewezen heuristieken waarmee de soort en zijn omgeving overleven.

Zelf geeft hij het voorbeeld van het paard en de toendra: het paard leert zich aanpassen aan de toendra, maar de toendra past zich ook aan aan het paard. Die relationele, pragmatische combinatie wordt doorgegeven en is daarmee evolutionair succesvol voor zowel paard als toendra.

Het idee is – aldus Bateson – zo succesvol dat het kan worden overgezet naar onze gazons (de toendra) die we met grasmaaiers (de tanden van het paard) kort houden en met mest (de uitwerpselen van het paard) levend houden.

Hem dat zien vertellen (er zijn prachtige youtubefilmpjes over) blijft leuk. Je weet nooit of hij over dat laatste nou een grapje maakte of het serieus meende.

 

Zou Dennet die grasmaaier reversed engineering noemen? Dan geeft Bateson denk ik wel een veranderkundig handvat voor reversed engineering. Reversed engineering vraagt bewustzijn en intelligentie en als je Bateson volgt doe je er verstandig aan om die intelligentie te richten op het succes van het idee dat ten grondslag ligt van het geëvolueerde patroon, eerder dan op de afzonderlijke elementen van wat gebouwd is. Veranderkundig is dat spannend, want hoe vaak gebruiken we ontwerp niet door de afzonderlijke blokjes of poppetjes in een andere samenhang te brengen? Volgen we Bateson dan moeten we het succesvolle idee begrijpen en dat evolutionair verder helpen.

 

Ook omdat, volgens Bateson, de focus op afzonderlijke delen de evolutie niet helpt. Bateson ziet in alles relatie. Voor hem bestaan er geen individuen op zichzelf. Individuen zijn altijd een functie van de context en de relatie. Stel jouw zoon zit bij jouw in een leertraject, jullie relatie is daar een andere dan thuis. Jullie weten dat allebei en jullie gedragen jezelf ernaar. De groep verwacht dat ook van jullie. Als individu zijn jullie ingebed in die geëvolueerde patronen.

Bateson weer even doortrekkend, betekent reversed engineering dat je vanuit dat succesvolle idee werkt aan de samenhang der dingen binnen de context. Opknippen kan niet, want dan raakt de essentie van het idee zoek. Veranderkundig betekent het dat we steeds de delen binnen gehelen moeten zien en oog moeten houden voor het patroon dat het succesvolle idee verder brengt.

Verliezen we dat nu niet heel vaak uit het oog als we veranderen? Richten we onze focus niet te snel op afzonderlijke delen?

 

En tot slot: we zien discontinuïteit goed, maar verandering heel slecht. Die rot-reorganisatie weet iedereen nog, maar daarna is er – volgens betrokkenen – vaak niets veranderd. Ik leerde als acupuncturist dat ik bij een vervolgconsult altijd de hele rij van symptomen af moest gaan, omdat mensen verandering niet altijd merkten. Je moest wat eerder gezegd werd bewust in gedachte brengen, dan pas realiseerden ze dat iets anders geworden was. Ik doe dat de laatste tijd ook bij de verandertrajecten waar ik onderdeel van ben. Bijzonder genoeg is er altijd meer veranderd dan we dachten door onze focus op die discontinue verandering en het effect dat we ervan verwacht hadden. We zien vaak niet wat er sinds die tijd ook verandert was. In hele kleine stapjes, met kleine beetjes en misschien niet in de kern van de verandering maar in de periferie.

Maar hoort dat niet bij evolutie? Is dat niet hoe succesvolle ideeën vorm krijgen? Niet groots en meeslepend, maar klein en onzichtbaar. Tot ze zo gegroeid zijn dat er een nieuwe situatie ontstaan is.

 

De puzzel hoe je die discontinue, reversed engineering prikkel in een organisatie nou zo geeft dat er voldoende verstoord raakt om te zorgen dat al die succesvolle ideeën evolueren in plaats van stuk gemaakt worden. Dat goed doen, is moeilijker dan dit blogje bedenken. Omdat dit blogje een soort van reversed engineering is van wat Bateson zei, en zeker geen geen intelligent ontwerp ….

 

Groet, Leike

 

 

Ontwerp zonder intelligentie

14 juni 2018


Beste Leike
 
Ik ben het laatste boek van Daniel Dennett aan het lezen. Deze Amerikaanse filosoof heeft naam gemaakt met zijn jarenlange onderzoek naar ons bewustzijn. Over wat ons denken stuurt en wie we met ‘ik’ bedoelen. Met je denkvermogen je denken proberen te snappen, wat een paradox. Heerlijk gehersenkraak door een heel systematische betoogbouwer! Zijn laatste boek heet ‘Van bacterie naar Bach en terug’ en beschrijft de evolutie van de geest.
(Ik ben zo tevreden met mijn ’sabattical. Het geeft heerlijk de rust om dit soort boeken eens goed te lezen).
Dennett is een groot bewonderaar van Darwin, die ontdekte dat de biologie, ons hele leven, een bij elkaar gesprokkeld en geknutseld toevalswerkje is met waanzinnig mooie en superingewikkelde samenhangen en resultaten. De hele natuur is een enorm ingewikkeld ontwerp. En Darwin zag dat al die soorten en hun samenhangen zonder begrip, zonder intelligentie vooraf tot stand zijn gekomen en zich alsmaar verder ontwikkellen. De prachtige effectiviteit van een bacterie, die gebruik maakt van zijn omgeving, daar wat aan toevoegt en zo zijn eigen soort continueert, kun je zien als een geweldig subtiel ontwerp. Datzelfde geldt natuurlijk ook voor kippen, tropische oerwouden en mensen. Deze prachtige ontwerpen zijn niet vooraf bedacht door een intelligente ontwerper, maar het resultaat van toeval, trial en error. Een selectieproces waarbij de input in essentie volledig ongericht is.
Dennet zet daar wat Alan Turing deed tegenover. Turing is de man die de eerste computer bedacht, ontwierp en bouwde. In tegenstelling tot de evolutie, ging aan wat Turing deed intelligentie vooraf aan het ontwerp. De dingen die Turing probeerde in zijn ontwerp hadden steeds een bedoeling, een gedachte, een redenering. Anders dan de natuur, heel doelgerichte engeneering.
Wat Darwin tot stand bracht noemt Dennett reversed engeneering. Op grond van wat je waarneemt maak je analyses over hoe het tot stand is gekomen. Je verklaart achteraf.
 
Hoe zit dat nou eigenlijk met ontwerp en organisaties? Vaak wordt aangenomen dat organisaties ontworpen zijn, dat er een bedoeling is en dat ze bestuurbaar zijn. Alsof de organisatie het resultaat is van engeneering.  Maar wat van een organisatie is echt vooraf bedacht? En wat is achteraf verklaard?
Wellicht is er in veel gevallen wel een eerste bedenker, een ondernemer of bestuurder die ergens brood in ziet en een beginnetje maakt, maar het vervolg van dat ontwerp is vaak een werkje van meerdere actoren. Die knutselen, verschillen van mening, proberen dingen uit, halen een hobbyhorse uit de kast of een overtuiging of trauma… ze bevallen af en toe van een inzicht en gaandeweg krijgt de organisatie zo samenhang, variëteit, geschiedenis, eigenschappen.
De organisatie als complexe biotoop is misschien wel met veel minder voorafgaande intelligentie gemaakt dan we meestal denken. Er is misschien lokaal wel begrip van gekozen oplossingen, maar niemand begrijpt het geheel. En is, deze redenering voortzettend, management dan niet vooral reversed engeneering? Als het goed gaat met de club: niks aan doen, ook al snap je niet precies hoe en waarom het goed gaat. En als het misgaat: proberen de snappen hoe dat komt (reversed engeneering) en daar wat aan doen?
Ontwerp zonder begrip, ik vind het een interessante gedachte, begrijp je?
 
Groet, Jaap

Intrinsieke motivatie?

3 juni 2018


Beste Jaap,

Ik was in Japan. Wat een prachtig land! En inderdaad, iedereen loopt de hele dag kleine of grotere buigingen te maken. De begroetingen, verontschuldigen en bedankjes vliegen je om de oren.

Ik leerde voordat ik richting Japan ging een beetje Japans. Net genoeg om een beetje te begrijpen wat er gezegd wordt. Maar dat begrijpen bleek niet zo makkelijk. De inhoud van een zin raakte verstrikt in al die beleefdheden die er bij de start en aan het eind aan toegevoegd werden. De feitelijke zin – met daarin de informatie waar ik naar op zoek ben – mompelen ze er tussendoor. Ik begreep zinnen die niet aan mij gericht waren, die ik bijvoorbeeld in de trein afluisterde, beter dan de zinnen die mensen naar mij uitspraken. In gewone conversaties staat het beleefdheidskanon iets minder hard.

 

Al die expliciete beleefdheid en aandacht maakte dat ik me de hele tijd afvroeg: zouden deze mensen nou intrinsiek gemotiveerd zijn om dat te doen? Is het intrinsieke motivatie waarmee mensen hier die hele berg beleefdheden over ons uitstorten? Zo ziet het er wel uit. Ze zijn vriendelijk en zorgvuldig, en met een enorm geduld en plezier blijven ze buigen en bedanken.

Of zou dit gewoon extrinsieke motivatie zijn? Dat ze thuis hun voeten op de bank leggen (of onder het Japanse tafeltje), even enorm mopperen en geen stom bedankje meer uitspreken? Zijn al die gokhallen, karaoke-bars en mangasexshops een uiting van te lang extrinsiek gemotiveerd buigen?

 

Ik ben al enige tijd gefascineerd door dat rare begrip intrinsieke motivatie. Want wat is het eigenlijk? Het is in ieder geval een toverwoord in de huidige verandermode. We vinden het belangrijk in organisatieverandering. Als mensen veranderen vanuit intrinsieke motivatie, dan krijgen we echte verandering.

Maar wat raar eigenlijk, want intrinsieke motivatie voor wat? Voor een verandering die iemand anders heeft bedacht. Een verandering waarvan iemand of ergens anders is bepaald dat het belangrijk is. Maar dat heette toch altijd extrinsieke motivatie?

Heb ik dat nou verkeerd onthouden of is hier iets raars aan de hand?

 

Ik zoek het even op. Intrinsieke motivatie: komt uit zichzelf in beweging. Extrinsieke motivatie: komt door externe prikkels in beweging. Ok. Heb ik dat weer even duidelijk.

En geplande veranderingen zijn externe prikkels, omdat anderen vinden dat er iets anders moet. De motivatie lijkt mij dus extrinsiek.

Er is in organisatieveranderland sprake van een heel briljante vorm van nudging! Omdat we vinden dat intrinsiek gemotiveerd zijn beter is, vragen we voor die extrinsiek gemotiveerde verandering gewoon intrinsieke motivatie!

 

Terug naar Japan. Is al dat groeten en buigen daar nu intrinsiek of extrinsiek? Noem je wat je vanuit je culturele opvoeding belangrijk vindt intrinsieke motivatie? Of is het culturele dwang en dus extrinsiek? Ik sprak een Japanse die een aantal keuzes in haar leven gemaakt heeft die voor haar familie niet altijd makkelijk waren. Zij gaf een scherp beeld van hoezeer de Japanse cultuur een collectieve cultuur is. Doen wat je graag wilt doen? Als je je hart volgt, dan komt het goed? Typisch Westerse uitvindingen. In Japan maak je daarmee je familie te schande. Dat doe je dus niet zo makkelijk. De prijs is namelijk hoog. Het toch doen, dat vraagt echte intrinsieke motivatie.

 

In Onomkeerbaar beschreven we hoe je als veranderaar prudent met geplande verandering om moet gaan, omdat het een vorm van dwang is. Iets wat uit een extrinsieke prikkel voortkomt intrinsieke motivatie noemen, vind ik niet zo prudent. Het is een vorm van sugar coating.

Het is ook een devaluatie van de echte intrinsieke motivatie. Die komt uit jezelf, kost moeite en vraagt echte keuzes die niet altijd makkelijk te maken zijn. Laten we het begrip daarvoor bewaren, in plaats van hem te kapen voor iets wat extrinsiek gemotiveerd is. Denk je niet?

 

Groet, Leike

 

AVG

23 mei 2018


Beste lezers van dit blog,

Dit keer geen brief van Jaap naar Leike of vice versa, maar een brief aan jullie. Op 25 mei 2018 is de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing. De AVG stelt eisen aan de verwerking van persoonsgegevens en we zijn verplicht jullie te laten weten welke gegevens van jullie bij ons opgeslagen zijn.

 

Als abonnee van dit blog staan jullie met jullie emailadres bij ons geregistreerd. Wij gebruiken dit emailadres alleen om jullie te laten weten dat er een nieuwe blog is.

In het kader van de AVG moeten jullie hiervoor expliciet toestemming geven. Die vragen we je bij deze.

Je hoeft alleen iets te doen als je niet wilt dat we je emailadres gebruiken voor dit blog. Wil je dat ons dan laten weten of je uitschrijven met de knop unsubscribe uit de email die je altijd van ons ontvangt? Je emailadres wordt dan verwijderd.

 

Over twee weken komt onze volledige privacy policy op onze website, zodat je deze rustig na kunt lezen.

 

Binnenkort weer een blog!

Hartelijke groet van Jaap en Leike

Met de Franse slag

1 mei 2018


Beste Leike,

Ja, kennis is geen begrip: knowledge is not understanding. Zo is veel weten ook niet per se een teken van intelligentie en helpt theorie te vaak om een schijnwereld vorm te geven. Hoe verder van huis ik vaar met mijn bootje, hoe meer ik de enorme complexiteit van de wereld ervaar.

Ik vaar nu door Noord-Frankrijk. Aan de kanalen tref ik waanzinnig grote industriële complexen aan. Soms oud en verlaten; ik denk dat de sloop meer kost dan de grond waard is, dus blijft het decennia leeg staan. Vaak ook echt prachtig industrieel erfgoed. Menigmaal modern en vol in bedrijf en soms enorm verouderd en op een of andere manier toch nog werkzaam. Ik vermoed dat veel van die industrie te maken heeft met de landbouw en de mijnbouw in dit gebied. Vervoer verloopt via het  water.

Het tweede dat opvalt: de armoede. Heel veel leegstaande winkels in de dorpjes, grote lelijkheid in de architectuur, nauwelijks horeca (in Frankrijk!), slechtgeklede en veel ongezonduitziende, verwaarloosdogende mensen. Echt verdrietig. Het lijkt een beetje op de uitwassen van het industrieel kapitalisme in het oude Engeland.

Opeens snap ik ook iets van de politieke cultuur hier. De staking als terugkerend ritueel, de behoefte om vast te houden aan oude verworvenheden, de angst om overlopen te worden door Angelsaksische waarden, de heimwee naar Frankrijk als grote mogendheid. Hier in het noorden zijn de mensen al veel kwijtgeraakt en is men bang meer te verliezen. Misschien wel terecht. Dus op 1 mei schutten de sluizen niet. Op de Dag van de Arbeid ben je vrij!

Ik las hoe Macron tijdens de verkiezingen een (Whirlpool)fabriek bezocht in het Noord-Franse Amiens, zijn geboortestad. Marine le Pen was er eerder en beloofde de fabriek open te houden. Macron deed die belofte expliciet niet! Omdat hij niet wist of dat wel een reële belofte zou zijn. Ik vind dat stoer. Niet naar de mond praten, maar een eigen verhaal hebben. Leiderschap tonen. De Franse kiezer waardeert dat blijkbaar.

Die merkwaardige Macron die nergens op lijkt; niet goed past in links-rechts-schema’s, die tegen alle populisme in pleit voor Europa, die ingaat tegen gevestigde belangen. Hij heeft een visie en biedt daarmee hoop.

En dan dat bezoek aan Trump. Weet je nog dat hij Trump keihard in zijn hand kneep, toen Trump in Parijs op bezoek was? Een spelletje Baas-boven-baas om te laten zien dat je het spel van je tegenstander snapt. Op bezoek in Amerika toont hij zicht Trumps ‘buddy’, maar hij spreekt ook het parlement toe met stevige eigen standpunten en zorgen rond Amerikaans isolationisme. Hij zorgt met al zijn charme dat Trump zich niet verder isoleert en tegelijk probeert hij hem te beïnvloeden rond de Irandeal. The Donald kijkt tegen hem op. Knap hoor!

Dat is toch wel heel bijzonder aan Frankrijk. Met al zijn sociale ouderwetsigheid slaagt het erin het populisme terug te wijzen en zo’n bijzondere president te kiezen. Een president die met zijn visie Frankrijk en Europa weer wat zelfvertrouwen teruggeeft. En die stakingen van dit moment hier? Als je goed luistert is het meer een rituele reactie dan dat ze echt zullen doorbijten De Fransen snappen dat het 2018 is.

Ondertussen hoor ik uit de verte het gekrakeel in Nederland over zijtafel en hoofdtafel, over dat notities en partijstukken geen memo’s zijn, en dat de een niet weet wat een geheugen is en de ander zo behendig draait dat iedereen duizelig naar bed gaat.

Die Macron krijgt nog een hele kluif om de economie hier in Frankrijk te moderniseren, maar hij maakt wel heel veel snelheid door met zoveel verbeeldingskracht en moed aan de gang te gaan. Frankrijk neemt met al zijn gedoe positie in in de wereld en dat contrasteert nogal met memo’s onder die Haagse kaasstolp bij jullie.

Groet, Jaap

 

 

knowlegde ≠ understanding

22 april 2018


Beste Jaap,

 

Ik zie helemaal voor me hoe het kwartje valt, daar op die rivieren die je alleen van kaart en tekst kende. Mooi voorbeeld van ‘knowlegde ≠ understanding’. Wij laten toch altijd dat filmpje van Destin Sandlin zien, met zijn verkeerdom sturende fiets? Hij legt dat verschil prachtig uit: je kunt kennis ergens van hebben, maar dan begrijp je het nog niet. Hoe het echt is, gaat, werkt, eruit ziet, daarvoor heb je ervaring nodig. Sterker, net zo lang geoefende ervaring tot er sprake is van wat Alice Lam ‘embodied knowledge’ noemt: kennis waar je niet meer bij kunt, die in je lichaam is opgeslagen. Je bent onbewust bekwaam geworden.

Mooi dat ik jou nu als voorbeeld kan gebruiken! Dank!

 

Intrigerend eigenlijk wel, dat knowlegde ≠ understanding. Want knowledgde is geen understanding, maar van understanding kun je wel weer knowledge maken. Ons vak groeit aan de randen van de praktijk. De ervaring die daar wordt opgedaan kan omgezet worden naar voor iedereen toegankelijke kennis. Ik geniet altijd enorm van boeken waarin ervaring, reflectie en kennis in samenhang zichtbaar maken wat er allemaal gebeurt in de wereld van organisaties.

 

Gelukkig vindt de Orde van Organisatieadviseurs dit ook belangrijk. Jaarlijks reiken ze de Ooa-boek-van-het-jaar-prijs uit. De vakjury heeft een tijdje terug al de longlist bekend gemaakt.

  • Route circulair, Dionne Ewen, Lieke Ossenblik, Helen Toxopeus, Guido Braam
  • Imperfecte adviseur, Martijn van Ooijen, Thijs Homan, Aart Goedhart, Antonie van Nistelrooij, Barbara van der Steen, Marcel Kuhlmann en Mieke Moor
  • Vertrouwen in de slimme samenleving, Sander Klous en Nart Wielaard
  • In control? Thijs Homan
  • De management ideeënfabriek, Stefan Heusinkveld
  • Leren interveniëren in verwaarloosde organisaties, Joost Kampen
  • Professionaliteit in governance, Hans Strikwerda, Jaap ten Wolde
  • Handboek teamcoaching, Helpen zonder bemoeizucht, Martijn Vroemen
  • Iedereen verandert, nu wij nog, Hans Vermaak
  • Voorbij de eeuw van bureaucratie, Jan Herman de Baas

En er is een speciale vermelding voor: Werken in het wit, Mieke Moor

 

Prachtige boeken, van auteurs met hun benen in de praktijk en het vermogen om van ervaring kennis te maken. Op 5 juni weten we welke van deze tien genomineerden de vakprijs krijgt. De Ooa maakt er een feestje van.

 

Jij bent er dit jaar niet bij. Je gaat wat missen. De Ambachtsschool en de orde hebben samen een mooi programma gemaakt. De auteurs geven workshops waarin iedereen kennis kan maken met hun boeken. Tussen de workshops door reflecteren vooraanstaande vakgenoten op de literatuur en delen zij wat zij op dit moment interessante en inspirerende boeken vinden.

 

Iets om echt bij te zijn. En wat heel leuk is: als je je aanmeldt voor de middag via de Ambachtsschool, dan krijg je korting!

 

Ik wens je heel veel plezier met al die ervaringen die de komende tijd jouw kennis tot meer diepgang brengen. Wij gaan op 5 juni zien wie zijn ervaringskennis het mooist in een boek zichtbaar heeft gemaakt.

 

Groet, Leike

 

Onderweg

11 april 2018


Beste Leike,
 
We zijn echt op weg. Gisteren tot Schoonhoven gekomen en nu in the middle of nowhere bij een piepklein dorpje op een Zuid-Hollands eiland. Nooit bij aardrijkskunde begrepen waarom ze niet al die eilanden bij Zeeland hebben ondergebracht. Zuid-Holland is toch groot genoeg zonder die Zeeuwse eilanden?
Wat ik ook nooit begreep is hoe die grote rivieren lopen. Waar blijft de Rijn als ie een tijdje door ons land stroomt? Waar gaat ie dan in zee? Katwijk? Kampen aan de Zuiderzee? Waar komt de Waal vandaan? Wat een onbegrijpelijke delta! Al varend wordt het me duidelijker. De Rijn gaat gewoon halverwege de Lek heten en bij Rotterdam heet het dan de nieuwe Maas. Gewoon rechtdoor varen en alle rivieren komen voorbij.
Ik zit nu in een haventje met zeven bootjes. Binnen een half uur, met een boekje en een kopje thee, en mensen komen kletspraatjes maken. Niet zo gek, zondag in de bible belt, de stilte suist om je oren.
 
Onze boot leek wel op de zijne. Ja, dat is een mooie aanleiding voor een praatje, maar toen we naar het type van zijn schip vroegen, gaf hij de zelfgekozen naam. Stormvogel of zoiets. Doorvragen durfden we niet. Hoeft ook niet. Het gaat om het praatje. Hij vertelde dat hij uit een geslacht van binnenschippers kwam, maar dat bij een crisis in die branche zo’n dertig jaar geleden moest kiezen. Hij had een schip èn een huis de op de wal en kon niet langer beiden betalen. Dus verkocht hij zijn schip en zocht werk op de wal. Zo werd hij schipper op de heen en weer.
Dat was het veer waar we eerder verbaasd naar hadden gekeken. Een fors ding, half zo lang als het water breed was. Iets tussen een brug en een pontje in. Alsof ze ooit een tweedehands koopje op de kop hadden getikt. Oversized, maar  voor een mooie prijs.
 
Dertig jaar voer hij nu op dat pontje. Drs P. passeerde mijn gedachten terwijl hij het vertelde, maar daarbij dacht ik ook dat de drs over ‘de overkant’ sprak, een nogal overdreven voorstelling van zaken bij die oversized pont. Voor ik het in de gaten had vroeg ik de pontschipper of dat niet saai was… (Is dat onaardig om te vragen? Of misschien wel een heel eerlijke en empathische vraag? Geen idee, maar mijn associatie met drs P. vroeg zoveel aandacht dat de vraag eruit was voor ik er erg in had.)
“Boven was het wel eens saai, vooral op zondag wist je soms niet wat je aan het doen was” was het montere antwoord. “Maar de laatste jaren was ik ook vaak beneden, kon je met de mensen kletsen, gebeurde er wel eens wat.” Grappig, je zou zeggen dat de schipper boven het mooiste baantje heeft, maar beneden bij de passagiers is het blijkbaar leuker.
Hij had later nog wel teruggewild de binnenvaart in, maar de vrouw voelde daar niet meer voor.
 
Nu ik toch een echte -weliswaar voormalige- binnenschipper sprak, wilde ik wel eens weten hoe het kon dat we stroom tegen hadden, terwijl we naar het westen voeren. Dat had met eb te maken, maar ook met het stromen van de rivieren en de mate waarin de rivieren hoog staan en de mate waarin het spuien van het Haringvliet nodig is. Ook de wind speelt een rol. Ik gaf het snel op. Dit was te moeilijk.
Dertig jaar heen en weer in het midden van niks, stilte en leegte. Maar qua identiteit nog altijd binnenschipper, ook al liep het leven anders.
Meestal eindig ik zo’n briefblog aan jou met een pointe. Iets dat het verhaaltje rond maakt. Lukt me nu niet, ik denk dat ik een goed begin maak met mijn sabattical!
 
Groet,  Jaap

Het empathisch teveel

8 april 2018


Beste Jaap,

Nog niet zo lang geleden las ik het boek Het empatisch teveel van Ignaas Devisch. De ondertitel: Op naar een werkbare onverschilligheid. Devisch maakt in zijn boek zichtbaar hoe empathie niet de handigste drijvende kracht is om complexe vraagstukken op te lossen. Empathie is selectief van aard – je kunt je onmogelijk in iedereen inleven – en dus te eenvoudig om structurele problemen van grote complexiteit aan te kunnen. Empathie is onmisbaar in persoonlijke relaties, maar vormt volgens Devisch niet de basis voor de moderne staat, die zowel rechtsstaat als verzorgingsstaat wil zijn. Zo’n staat moet gebouwd zijn op de neutrale beginselen van rechtvaardigheid en solidariteit, beginselen die zonder aanzien des persoons dienen te gelden.

 

Het boek laat zich lezen als een kritisch weerwoord tegen de steeds sterkere roep om empathie als stuwende kracht voor moreel handelen. Het boek bracht mij een mooi tegenwicht tegen al die verontwaardiging, passie, woede en emotie waar we elkaar steeds vaker mee bekogelen om de ander te overtuigen, mee te slepen, voor je kar te spannen, in beweging te komen.

Het boek zet me ook aan het denken over hoe we dat in organisaties en organisatieverandering doen. Ook daar doen we vaak een beroep op passie, op intrinsieke motivatie, gedrevenheid en inzet vanuit gevoel. Hoe vaak doen we dat oneigenlijk of te makkelijk?

 

Ik lees bijvoorbeeld vaak dat mensen intrinsiek gemotiveerd moeten zijn voor een geplande verandering. Vanuit de aanname dat die vorm van betrokkenheid leidt tot gedragen veranderingen. Het lastige is alleen: intrinsiek gemotiveerd voor wat? Voor een verandering die iemand anders bedacht heeft. Vroeger heette zoiets extrinsieke motivatie. Toch? En dus lijkt dat appel op intrinsieke motivatie soms ook wel op sugar coating van de verandering.

 

Feedback is ook zo’n ingewikkeld ding. Alsof het delen van wat iets met jou doet, altijd helpend is. Laten we wel wezen: feedback waar je niet om gevraagd hebt, heet gewoon kritiek. En dat is toch wel heel vaak wat het is: iemand moet zijn eigen emotie of ergernis  over de ander kwijt, in plaats van dat hij feedback geeft op iets waar die ander wat van wil leren. En dan vinden we het gek dat elkaar aanspreken maar niet wil lukken.

 

Datzelfde geldt wat mij betreft voor teams waarin mensen denken dat als ze hun gevoelens delen, dat dat helpend is voor het groepsproces of de teamontwikkeling. Omdat ze ervan uitgaan dat hun gevoel een uiting is van iets wat op betrekkingsniveau in de groep speelt. Gevoelens benoemen = betrekking bespreekbaar maken. Zoiets. Maar is dat zo? Mijn gevoelens komen zeker vaak voort uit iets wat er in de groep speelt, maar ze zeggen lang niet altijd iets over het betrekkingsniveau in de groep. Ze zeggen veel vaker iets over mijn eigen hang ups, hickups en onzekerheden. Die hou ik maar beter bij mezelf. Ik help er een groep niet mee.

 

Een avondje reflectie op een mooi boek, levert mij zo een flink aantal voorbeelden die wijzen op empathische incontinentie in organisaties. Situaties waarin we empathie en gevoel als instrument inzetten in complexere contexten dan persoonlijke relaties en daarmee wellicht het vraagstuk eerder ingewikkeld maken dan tot een oplossing brengen. De komende tijd ga ik eens nadenken over hoe we daar als organisatieprofessionals iets meer hygiëne in kunnen aanbrengen. Hoe we het een beetje meer kunnen indammen, zodat we ook in organisaties kunnen werken vanuit een werkbare onverschilligheid.

En daar word ik dan weer heel vrolijk van. Of is nou te empathisch?

 

Groet, Leike

Marktisme

17 maart 2018


Beste Leike,

Die arme Ralph Hamers, krijgt hij zijn salarisverhoging van 50% niet. De ING-bank is nu door de kleinburgerlijke jaloersheidsmoraal veroordeeld tot de Jupilerleague van het bedrijfsleven. 
Een oranje leeuw die in zijn hempie staat….

Voorzitter van de Raad van Commissarissen Jeroen van der Veer (VdV) was toch zo duidelijk in zijn uitleg van het voorstel van zijn Raad aan de aandeelhouders: de arbeidsmarkt van top-CEO’s vraagt om een inkomen van 3 miljoen, dat is nog aan de bescheiden kant. Een Messi vraagt gewoon dat soort bedragen.

Echt interessant werd het in een radio-interview waarin de interviewer VdV vroeg waarom het andere ING-personeel er slechts 1,7% op vooruitging. Dat was volgens VdV omdat hun arbeidsmarkt anders is dan die van Lionel Messi en Ralph Hamers. Daarmee was volgens hem alles gezegd wat je erover kunt zeggen. Hij verwachtte wel wat gedoe, maar hij had goede argumenten, de waarheid aan zijn kant en het zou wel weer overwaaien.

Kort na zijn mededeling laaide een mediastormpje op. Koppen in kranten en politici die behoorlijk eensgezind uitspraken dat dit niet zou moeten mogen.

In commentaren was er niet alleen verbazing over de inhoud van het besluit: “Heeft wel men enige maatschappelijk antenne in die commissarissenbubbel?”, “Het lijkt meer op een provocatie dan een inhoudelijk slimme afweging.”, maar ook bij de timing. Want twee weken voor de gemeenteraadsverkiezingen hebben alle partijen er belang bij het Gesundenes Volksmepfinden te omarmen. En dat is, dat dit een schande is. Dus je kon erop wachten dat dit een storm zou worden.

Ook spaarders verrichten een beetje werk. Klanten van de ING stapten in veel grotere mate dan VdV verwacht had, over naar banken als Triodos en ASN. Zelf overwoog ik het ook. Ik heb – uit pure heimwee – nog altijd een rekening van de oude Postbank. Een waarvan ik het nummer nog uit mijn hoofd ken. Er staat bijna niks op. Dus misschien moest ik ook maar een statement maken.

Na vier dagen keerde de ING op zijn schreden terug. De onrust die was ontstaan was groter dan verwacht. Ralph Messi Hamers moest het met 2% doen. Een klein beetje meer dan de gewone ING-ers. Een groot deel van Nederland zag het besluit met tevredenheid aan. Niet alleen was een onbegrijpelijk besluit teruggedraaid, het is fijn om te zien dat de publieke opinie enige invloed heeft op deze uitvreters.

Eigenlijk gaat het mij in deze kwestie vooral om de dominante functie van de markt in onze samenleving. We zien hierboven een internationale arbeidsmarkt voor CEO’s, een nationale arbeidsmarkt voor gewone mensen, een kiezersmarkt waarin politieke partijen als ware marketingmachines opinies produceren om gaten in die kiezersmarkt te vullen. Dit alles verslagen door media, die in de strijd om oplages en kijkcijfers verhalen maken waarvan ze hopen dat er een markt voor is. En dat met gebruikmaking van een metafoor uit de sport waarbij de sport gemakshalve ook een markt wordt: de prijs van een topspeler en de biernaam van een competitie. En ondertussen doet de spaardersmarkt een onbekende duit in het zakje.

De markt is door de neoliberalen zo knap is geframed dat we marktwerking bijna zien als een neutrale natuurwet. Als onvermijdelijke ordening van sociale verhoudingen. Even onafwendbaar als de biologie, de zwaartekracht en het feit dat water nat is.

Hans Achterhuis schreef een aantal jaren terug zijn prachtige De utopie van de vrije markt. Hij laat daarin zien dat de markt geen natuurwet is, maar een door mensen gemaakt mechanisme. Een mechanisme waarvoor ook alternatieven te bedenken zijn. Denk eens aan al die productieve activiteiten die je doet omdat je het leuk vindt, die je doet van uit een intrinsieke motivatie. En hoeveel dingen komen niet tot stand zonder dat er geld tegenover staat of zonder dat er een marktaandeel moet worden veroverd?

Er is best veel niet-markt, niet alles is ruilen. Het zou mooi zijn als we dat wat meer in het snotje zouden krijgen en ons zouden realiseren dat de markt geen natuurwet is, maar een van de manieren waarop je maatschappelijke en economische verhoudingen kunt vormgeven.

groet, Jaap

 

Organisatievragen