Met enige onregelmatigheid schrijven Leike en Jaap elkaar een dialoogblog over het vak en de wereld. Daar kun je je op abonneren, dan krijg je bij iedere nieuwe blogpost een melding. Ook heel leuk vinden we het als je je ermee bemoeit en een eigen bijdrage levert. Naar een specifieke blogpost zoeken of neuzen door alle titels kan in het blog overzicht.

Zelfreproducerende patronen

25 november 2020


Beste Jaap,

Een paar dagen geleden schreven we een stuk over de interviews van de parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag, geschokt over hoeveel onmacht we zagen en hoe onmogelijk het bleek om in de verhoren die onmacht te doorbreken. Inmiddels zijn we een paar dagen verder en hebben we ook (ex-)bewindspersonen gehoord. Zichtbaar onmachtig waren de dames en heren niet, in tegenstelling tot hun (voormalig) ambtenaren. Als water dat van een eend afglijdt, zo makkelijk gleden de vragen van de commissie langs de (ex-)bewindspersonen af. Zo glad werden ze beantwoord. Zo stevig houden de politieke bestuurders ‘their cool’. Dit is hun arena. Dit is hun habitus. Ze kennen dit spel en hun opponent.

De gesprekken verlopen nogal voorspelbaar, naar een script dat beide partijen kennen, in de politieke taal die je in de Kamer bezigt, met een spel van vraag en antwoord waarmee partijen vertrouwd zijn. Een dans tussen rollen die gekend en erkend zijn.

 

Hoe anders verliepen de gesprekken van de (top)ambtenaren. Die zaten hakkelend, stotterend en proberend in een voor hen niet geheel vertrouwde setting. Zoekend naar hoe je verhaal over de bühne te krijgen, zonder daar de taal voor te hebben. In hun neutrale politiek-volgzame rol. Zonder ruimte om hun echte verhaal te vertellen. Steeds teruggedrukt in de stereotype rol van ambtenaar in plaats van speler in een complex spel. Pogingen wagend om de echte taaiheid en ingewikkeldheid te agenderen, maar daarin afgekapt door een – meer of minder van eigen verontwaardiging overtuigde – commissie. Konijnen in koplampen, vreemdelingen in een land waarvan je de taal kent maar te weinig kennis hebt van de gewoonten.

Met commissieleden die leken te vinden dat dat precies was wat ze verdienden: het ongemak, de aangedraaide duimschroeven. Horen werd soms verhoren, luisteren werd klemzetten.

 

Dat verschil maakt me een vorm van boos. Niet omdat ik vind dat bewindspersonen ook wel een zweetdruppel mogen laten, maar omdat ik vind dat zo’n enquête bedoeld is om iets te doorbreken, terwijl ik zit te kijken naar een zelfreproducerend patroon, dat herhaalt wat er in het groot aan de hand is. Dit spel kennen we al, dit spel deden ze al, dit is hetzelfde spel als waarmee het probleem ontstond.

Na een paar dagen verhoren kun je zien dat er èn geen zicht ontstaat op wat er echt gebeurde èn dat er ook niet echt wat gaat veranderen. We zien hier een knap staaltje systemische zelfreproductie. Het patroon waardoor de misstanden met de toeslagen konden ontstaan, reproduceert zich hier voor onze ogen in die kleine kamer waarin mensen gehoord worden. Wat we hier zien gebeuren maakt de kans groot dat de oplossing net anders, maar vooral meer van hetzelfde wordt. Gedwongen door herhaling weet je nu al dat het echte systeempatroon niet doorbroken wordt.

Het is als een klassiek drama, met zijn vaste opbouw van onderdelen en rollen die steeds hetzelfde zijn, in ieder verhaal.

 

Wat zou er gebeuren als we dit echt anders aan zouden pakken? Als de commissie de ambtenaren zou vragen ‘Stel, u was de staatssecretaris, wat had u gedaan?’ of ‘Stel, u was deze commissie, waar zouden we op moeten letten als we andere mensen horen?’. Wat zou er gebeuren als de bewindspersonen de vraag kregen: ‘Wat had u als ambtenaar gedaan om dat wat er gaande was echt over de bühne te krijgen?’.

Of misschien nog beter, we vragen Marijke Spanjersberg of ze circulair wil komen interviewen: ‘Beste mevrouw Vaktechnisch Coördinator, wat denkt u dat uw Directeur Generaal dacht toen hij merkte dat de heer Weekers zijn signaal niet ‘hoorde’?’

‘Beste meneer Rutte, welk gevoel denkt u dat de ambtenaren gehad hebben toen zij merkten dat ondanks alle signalen de heer Wiebes toch geen gewag meer gaf van dat hij zich bewust was van wat er gebeurde?’ ‘Beste Directeur Generaal Belastingdienst, wat denkt u dat de heer Asscher gehoord heeft, toen uw collega’s de ernst van de situatie aan hem duidelijk probeerden te maken?’

Ik denk dat dat hele parlementaire onderzoek er enorm van zou opknappen, dat we er misschien echt iets van zouden leren. Alleen al omdat Marijke er een rol in heeft natuurlijk, maar wat een andere dynamiek zou er ontstaan!

 

Ik wens alle gedupeerde ouders, alle ambtenaren met buikpijn, die hele boze enquêtecommissie en zelfs de gladpratende politici (dat is hun vak immers) een heel ander type onderzoek. Een onderzoek waarin je met elkaar erkent dat er echt iets heel, heel, heel, heel erg fout gegaan is; dat je daar met zijn allen ingerommeld bent en dat iedereen daar dus iets in heeft gedaan zonder dat er een enkele schuldige is aan te wijzen; maar dat het wel echt mis ging. Een onderzoek met als vertrekpunt dat goede bedoelingen nu eenmaal noodlottig kunnen keren in hun tegendeel. Een onderzoek waarin je vervolgens vanuit dat besef met elkaar op zoek gaat naar wat er dan echt misging, welke patronen niet doorbroken konden worden, hoe die patronen elkaar versterkten, hoe het kon dat je daarin gevangen raakte terwijl je wist dat het niet klopte, en welke systeemverandering er nodig is om het nooit meer te laten gebeuren.

Dat is een ander onderzoek dan het onderzoek naar Barbertje, waarbij iedereen zwetend of gladjes, hoopt dat hij het niet zal worden.

 

Groet, Leike

Publieke ruimte

25 oktober 2020


Beste Jaap,

 

Hoezeer ik er ook tegenop zie, ik zou net als jij liever vandaag dan morgen een lockdown willen. Dit gaat gewoon niet goed en blijkbaar hebben we strakke regels nodig om het met elkaar aan te kunnen. Ik ben alleen veel minder kwaad op de regering. Ik vind dat ze het best goed doen. Ik zou niet in hun schoenen willen staan in het maken van een afweging tussen de hoeveelheid belangen waar ze in hun rol rekening mee moeten houden.

 

We weten uit de systeemdynamica dat in een complex geheel een groot aantal (f)actoren elkaar op een ingewikkelde, niet helemaal te voorspellen, manier beïnvloeden. We weten ook dat in dat complexe geheel vertragingen voorkomen die je niet meteen ziet, omdat het geheel daar te complex voor is. Sinds de Beer Game in Senges Fifth Discipline, weten we dat als je dan te snel (bij)stuurt, je behoorlijk nare gevolgen kunt veroorzaken.

Met die blik begrijp ik dat geworstel van onze regering wel. Als ze te snel of te sterk bijsturen en opstrakken, nemen ze mogelijk maatregelen die grote gevolgen hebben voor andere facetten van het publieke domein, terwijl ze die niet hadden hoeven nemen.

 

Eigenlijk heb ik te doen met Mark Rutte en zijn irritatie en ongeduld. Ik vrees dat er een ontluisterend inzicht aan het ontstaan is over het individu als burger. Als regering probeer je kaders te geven, wetten te maken, handhaving te organiseren die nodig is om het publieke domein open te houden voor iedereen. Gezondheidszorg heet in het Engels public health, maar die ‘public’ kant, daar gedragen wij, ‘public’, ons niet naar. We gedragen ons als individuen die binnen de regels eigen afwegingen maken, passend bij eigen belangen en verlangen. Terwijl deze ziekte door zijn besmettelijkheid door en door publiek is. En dus werken de regels niet.

 

De paradox is dat het inperken van individuele vrijheden meer ruimte schept voor publieke belangen en dat een beter behartigde publieke zaak grote opbrengsten voor het individu en zijn keuzemogelijkheden biedt. Ooit zei Paul Schnabel in een interview dat hij vroeger leerde van zijn ouders dat hij respect moest hebben voor anderen, en dat mensen nu ervan uitgaan dat ze respect verdienen. Zoiets is het ook met die publieke ruimte. Als we die open willen houden voor iedereen, dan horen daar spelregels bij die gaan over wat je doet en laat voor de ander en voor het algemeen belang.

 

Ik vrees dat die arme Mark (en zijn regeringscollega’s) heeft gedacht dat we dat begrepen en ons ernaar zouden gaan gedragen. Maar nu kijkt hij naar de doorgeschoten effecten van de individualisering en een tot ruïnes vervallen ‘for the common good’. Ik zou er ook buitengewoon boos en geïrriteerd van raken.

 

De roep om gedragsdeskundigen in het OMT wordt steeds sterker. Ik zie ze liever niet als ze daarmee die individuele focus nog verder aanwakkeren. Sociologen hebben we nodig, denk ik. Èn strengere regels. Èn een lockdown. Want we hebben, vrees ik, corona eerder op de knieën dan dat we in staat zijn tot collectief handelen in het belang van de publieke zaak.

 

Groet, Leike

Zachte heelmeesters op de spoedeisende hulp

23 oktober 2020


Beste Leike,
 
Vandaag, 23 oktober, meer dan 10.000 nieuwe coronagevallen erbij. De tweede golf is volgens Ernst Kuipers een tsunami: het begint langzaam, maar zwelt onheilspellend aan tot verschrikkelijke hoogten.
Het kabinet verklaart dat dit zorgelijk is, maar dat we nog even wachten tot 14 dagen na de vorige maatregelen omdat we anders niet goed kunnen reageren op de meetbare effecten daarvan.
Zijn ze nu helemaal van de pot gerukt?
 
Rutte vertelde in het voorjaar dat hij voor 100% besluiten moest nemen met 50% van de informatie. Hij gebruikte het beeld dat hij voer zonder goede navigatie. Dat is natuurlijk allemaal waar, al is 50% waarschijnlijk een grote overschatting van zijn overzicht. Het is niet anders, we weten niet alles, we weten lang niet alles. Daar moeten we het mee doen.
Maar wat er nu gebeurt is 0% van de besluiten nemen omdat we nog niet 100% van de effecten van de maatregelen kunnen zien. Ik begrijp steeds beter dat hij het woord ‘intelligent’ niet meer gebruikt.
Maar wat weten we wel? We weten wel dat we deze zomer de teugel teveel hebben laten vieren. We weten wel dat alle maatregelen dit najaar lang telkens niet opleverden wat beoogd werd. We weten wel dat veel critici vinden dat de inzet van het kabinet op een R van 0,9 een te voorzichtige doelstelling is. We weten wel dat er nog geen enkele serieuze aanwijzing is dat Nederlanders hun gedrag echt aanzienlijk veranderden deze weken.
 
Het voorzorgsprincipe wil dat -bij een gebrek aan wetenschappelijke consensus over mogelijke effecten of resultaten- voor zekerheid wordt gekozen voor een maatregel die de risico’s zoveel mogelijk indammen. Dus als je bij grote risico’s niet zeker weet wat werkt, kies je liever een te krachtige dan een te zwakke interventie. Liever een grote sloophamer dan opnieuw hamertje tik.
 
En dat is het probleem met dit kabinet. Of het nu om het klimaat gaat (en de tergend trage ambitieloze besluitvorming over het Urgendavonnis), of om de stikstof (en de tergend trage besluitvorming n.a.v. de uitspraak van de bestuursrechter), of om Corona nu, het kabinet probeert het tij te keren met plakband en paperclips. Met maatregelen die niemand pijn mogen doen, met halfhartige poldercompromissen en draagvlakzoekende kletsverhalen. Een gezelschap voorzichtige en zachte heelmeesters bij de spoedeisende hulp.
 
Ik merk dat ik me stoor aan mensen die het beter menen te weten dan het kabinet en die zonder mondkapje in de supermarkt menen dat zij de risico’s zelf beter kunnen inschatten. Dat vind ik hoogmoedig. Maar eerlijk gezegd belaagt een dergelijke hoogmoed mij nu ook. Maar dan de andere kant op. Ik heb de neiging volledig in zelfquarantaine te gaan omdat ik het vertrouwen in het leiderschap enorm aan het verliezen ben.
Ben ik nu gek?
 
 
Groet,
Jaap

Dringende adviezen

16 oktober 2020


Beste Leike,
 
Herinner je je die prachtige scène in ‘The life of Brian’ van Monty Python? Waarin de profeet Brian naar een menigte uitroept dat hij níet hun leider is? Waarop zij in koor roepen: “Je bent niet onze leider” en er zich vervolgens een spel afspeelt waarin hij inhoudelijk steeds zegt dat zij hem niet moeten volgen en de menigte precies doet wat niet zijn bedoeling is: ze volgen hem in alles.
Marijke Spanjersberg kan in navolging van Watzlawick en Bateson prachtig vertellen over hoe paradoxale boodschappen onbewust kunnen leiden tot een double bind en verwarring. Denk aan de klassieke “Wees spontaan”-opdracht waarna ieder gedrag dat de ander levert linksom of rechtsom in strijd is met de opdracht. Al die managers die tegen medewerkers zeggen dat ze meer initiatief moeten tonen, of meer eigenaarschap? Managers die zeggen dat het uit mensen zelf moet komen of dat zij weliswaar nu leidinggevende zijn, maar dat er niks zal veranderen in hun relatie? Het gevolg is verwarring en het gevoel dat er iets niet klopt, vaak zonder dat je er de vinger op kan leggen. Richtingloze dubbelzinnigheid.
Begint het al te dagen waarover ik je deze keer schrijf?
 
Dit voorjaar hadden wij in Nederland geen gewone lockdown, maar een intelligente. Ik weet nog dat ik twitterde dat een intelligente lockdown een heel goed idee is als intelligentie ook een beetje eerlijk verdeeld zou zijn. Toen kregen we een jubelzomer waarin we ongeveer alles weer los mochten laten, trots als wij waren dat wij dat virusje er wel even intelligent onder hadden gekregen. Ik herinner me jouw ‘beste Jaap’ waarin je al aankondigde dat het heel moeilijk zou worden onze verlangens en wensen steeds af te wegen tegen het algemeen belang. Nou dat hebben we geweten.
Vanaf de zomer zagen we reeksen van halfslachtige maatregelen vergezeld met oproepen dat het nu aan ons is om verstandig te doen. De boodschap van Rutte was dat het ieders eigen verantwoordelijkheid is, dat hij “niet jullie leider” is en “geen dictator”, maar dat hij adviezen geeft of dringende adviezen. Een beetje als het verse hoofd crediteurenadministratie dat zegt dat hij gewoon een van de jongens is gebleven. En de reactie in de samenleving was navenant: ‘We mogen het zelf uitmaken’.
 
Het probleem is niet alleen de paradoxale opdracht (“doe uit jezelf wat ik je vraag”), het is ook het idee dat het ieders hoogstpersoonlijke, individuele verantwoordelijkheid zou zijn. Maar zoiets geldt misschien voor het risico op een gebroken been of van ongezond eten, maar niet voor een gevaarlijke besmettelijke ziekte. Dat is geen ziekte van het individu, maar een die het zieke individu overstijgt, omdat het, besmettelijk als het is, ook anderen ziek maakt. Dit is dus geen vraagstuk van ‘met z’n alle voor ons eige’ en ‘moet je toch zelf weten’, maar een vraagstuk van ons samen, waarin gedrag dus altijd gedrag in de sociale context is. Daar past geen liberaal (ieder is individueel verantwoordelijk) antwoord op. Dit vraagt een vaste hand die namens ons allen optreedt. Dat vraagt om leiderschap dat zijn nek uitsteekt, de weg wijst en niet bang is om te sanctioneren.
 
Niet ondenkbaar is dat de primus inter pares van het kabinet er iets van leert. Waar de premier dit voorjaar als een Messi superieur steeds aan de bal uit het kluitjesvoetbal van de Nederlandse politiek kwam, lijkt hij nu in de war te zijn over wat te doen. Daar zal hij wel weer wat op vinden als tacticus pur sang, het blijft een handige donder, maar de aangerichte schade aan de gezondheid van velen, van de samenleving, de economie en het aanzien van de politiek is groot.
De eerste aanwijzing dat hij het doorkrijgt: Is het je opgevallen dat de maatregelen deze keer een gedeeltelijke lockdown heten? Ik vermoed omdat het liberale geloof in de evenredig verspreide intelligentie is verdwenen. Heel verstandig.
 
Groet, Jaap
 

Op de apenrots van de bananenrepubliek

6 september 2020


Beste Jaap,

 

We leven in boeiende tijden. In onzekere tijden ook, waarin we met elkaar moeten uitzoeken hoe we kunnen samenleven op 1,5 meter. Het blijft zoeken naar hoe dat goed met elkaar te doen. We moeten wennen aan wat we nog niet gewend zijn. We kunnen niet meer doen wat we bij vlagen nog steeds doen.

In organisaties weten we dat je in dit soort situaties zoekende en lerende interventies nodig hebt. Dat je moet mogen leren van je fouten, dat je coulant moet zijn als het even niet lukt, dat je vooral vol moet houden en stug opnieuw moet beginnen als het fout gaat.

 

Zo niet in de politiek. Fouten zijn daar om te berispen of af te straffen. We hebben immers een betrouwbare regering nodig. We zijn geen bananenrepubliek. Als bestuurder moet je rolvast zijn, en betrouwbaar in eigen handelen, anders ben je niet geloofwaardig.

En dat is in deze tijd, waarin onze regering ‘ 100% van de besluiten moet nemen op 50% van de kennis’ best lastig. De noodzaak om te handelen in onzekere tijden combineert niet zo lekker met de consistente rolvastheid van het landsbestuur.

 

In deze context trad minister Ferd Grapperhaus in het huwelijk.

Ferd, de mens, en zijn bruiloftsgezelschap overtraden de coronaregels. Daar staat straf op en die had de privépersoon Ferd moeten krijgen. Daarmee zou de zaak afgedaan zijn, gelijk aan zaken van heel veel andere Nederlanders. Maar Grapperhaus is minister en bij al die andere Nederlanders liggen geen fotografen in de bosjes.

Zelf ben ik streng en voorzichtig. Ik wil bewegend van groep naar groep geen grote verspreider worden. Dus die regels zijn voor mij behoorlijk heilig. Maar er zijn dagelijks momenten dat iemand net te dicht langs mij op loopt, dat ik wegen kruis met iemand op net te weinig afstand, dat iemand de afstand vergetend zich naar me toebuigt (waarna ik wegwijk, wat altijd erg ongemakkelijk is) of dat ik iets soortgelijks doe. Als je mij vanuit de bosjes beloert, kun je heus een paar compromitterende foto’s maken; zelfs zonder dat ik de regels echt overtreed. Wie zonder zonden is, werpe de eerste steen.

 

Er was natuurlijk ook echt wel iets aan de hand. Eerst als minister anderen fel bekritiseren en je dan als privépersoon zelf niet aan regels houden is al niet handig, maar dan ook nog niet gestraft worden, kan echt niet. Geld stortten naar het Rode Kruis lijkt aardig, maar maakt het erger. Je roept boosheid over je af dat voor jou andere regels gelden dan voor anderen.

Terecht vraagt de Tweede Kamer dan om een debat en is het meer dan begrijpelijk dat er moties van afkeuring en wantrouwen zijn. Ik had het ook niet raar gevonden als hij over deze gebeurtenis gevallen was. Zo werkt het in onze democratie en op die manier houden we betrouwbare bestuurders.

 

Maar wacht even. Wat deden ze in de Tweede Kamer eigenlijk? Het debat over de houdbaarheid van de minister, werd een debat over de houdbaarheid van de strafmaat en het strafblad. De minister maakt een fout, dan kunnen we niet meer handhaven, dus moet het bedrag lager en de aantekening weg. Zei ik net dat we geen bananenrepubliek zijn?

 

Ik vind dit fundamenteel gevaarlijk. Hoezo hoeven mensen zich niet meer te houden aan de regels, omdat een minister dat ook (een keertje) niet doet? Mogen we dan ook te hard rijden, omdat de koning dat wel eens gedaan heeft? Of geen belasting omdat we kamerleden hebben die wel eens wat ontduiken? Verkeerd gedrag van een bewindspersoon hoort consequenties te hebben voor de bewindspersoon, niet voor de regels die we met elkaar bedacht hebben.

 

Dit is geen ‘gewone’ tijd. Het is een tijd van onzekerheid. We zoeken, we maken fouten, we leren. Even niet alert en de afstand is zoek. Je dat realiseren maakt je weer (even) alert, om vervolgens bij wat minder aandacht zo weer een nieuwe fout te maken. Zo gaat dat in nieuwe, onzekere en onwennige situaties. Het overkwam Ferd en zijn gezelschap. Als minister hoort hij daarvoor stevig aangesproken te worden, maar ik had ons gegund dat we een Tweede Kamer hadden die een oordeel zou vellen over de bewindspersoon in plaats van diens gedrag te gebruiken om over de regels te marchanderen. De regels aanpassen in deze tijd is niet helpend maar ondermijnend. Als bestuur draag je dan zelf bij aan het afkalven van het commitment in de samenleving.

Ik gun ons in deze tijd een wijzere bestuurlijke apenrots …

 

Groet, Leike

 

 

 

 

 

drs. Rutte

21 augustus 2020


Beste Leike,
 
Raar klimaat hè, in ons land? Niet alleen die krankzinnige hittegolf en de aanhoudende droogte, maar ook het maatschappelijk klimaat. Scherpe polarisatie op social media, moeilijk te volgen overheidsbeleid over Corona, paniekerige berichten over de economie, de betrekkelijke stilte over Trump die probeert de democratie om zeep te brengen door nu al de verkiezingsuitslag in twijfel te trekken.
Ondertussen doen we onze dingetjes op korte termijn, we leven bij de dag en als we uit gewoonte iets zeggen over volgend jaar, voegen we er haastig woorden aan toe als ‘tenzij’, ‘mits’, ‘indien’ en ‘misschien’, ‘hopelijk’ of ‘God verhoede’. We zijn de weg kwijt en juist nu hebben we behoefte aan richting, hoop en wenkende perspectieven die mensen verbinden en verbonden houden. We hebben behoefte aan leiderschap en een visie heeft over hoe we uit de prut kunnen komen.
 
Maar wat zien we? Gevraagd naar rellen in de hittegolf zei Rutte op 17 augustus: “Dit is losgeslagen tuig, waarbij ik me echt afvraag wat die ouders aan het doen zijn dat ze dit toelaten. Ik ben geen socioloog en wil dat ook helemaal niet zijn. Dit is gewoon idioot gedrag waar ik geen verklaringen voor ga zoeken, het hoort gewoon te stoppen.”
 
Je hoort wel vaker meningen, gevolg door verontschuldigende opmerking over een gebrek aan professionele kennis van het onderwerp. Sommigen zeggen bijvoorbeeld iets over Corona en voegen daaraan toe “… maar ik ben geen viroloog”. Dat is dan een teken van bescheidenheid, met respect voor hen die er meer vanaf weten. Zo hoor je ook uitspraken dat men weliswaar geen jurist of dokter is, maar….
Wat Rutte zei, lijkt hierop, maar is niet hetzelfde. “Dit is gewoon idioot gedrag waar ik geen verklaringen voor ga zoeken”, is zo’n mening. Wat de oorzaak van het gedrag was, noch wat een mogelijke expert ervan zou kunnen vinden, interesseert Rutte niet: ‘Ik ben geen socioloog en wil dat ook helemaal niet zijn’.
Als ik mild ben, denk ik dat Rutte iets begrijpen verwart met ergens begrip voor hebben. Het eerste is een nieuwgierige poging om zicht te krijgen op achtergronden en de geschiedenis van een fenomeen, het tweede is het accepteren of moreel honoreren van datzelfde fenomeen. Alsof je denkt dat anderen met hun expertise iets goedpraten, wat voor jou niet goed te praten valt.
 
Maar waarom zegt hij dat hij ook geen socioloog zou willen zijn? Dat lijkt me niet zomaar een feitelijke mededeling over zijn persoonlijke beroepskeuze. Zo’n zin heeft een functie, een bedoeling in zijn statement. Hij schept daarmee een sfeer dat sociologen begrip hebben voor wat hij niet wil begrijpen, dat sociologen goedpraters zijn of zwatelende intellectuelen die zijn makkelijke meningen nodeloos compliceren.
Hij wijst daarmee niet alleen het gedrag van de jongeren af, maar diskwalificeert ook een beroepsgroep die er wellicht licht op kan werpen. Als hij het mag, mogen anderen het ook. Hij nodigt uit de eigen onderbuik superieur te achten en mogelijke expertise af te wijzen. Bijvoorbeeld: “Ik ben geen viroloog, dat zou ik ook niet willen zijn, maar dat virus moet nu stoppen”, of “Ik ben geen natuurkundige, zou dat ook niet willen zijn, maar dat 5G veroorzaakt Corona”, of “Ik ben geen historicus, zou dat ook niet willen zijn, maar grote leiders als Ghandi, Mandela, Kennedy of Drees hadden geen visie”.
 
Mensen die sociologie wel serieus nemen, wijzen erop dat jongeren dit type gedrag door de eeuwen heen hebben geleverd: nozems, pleiners en dijkers, palingoproerkraaiers, provo, krakers enzovoorts. Het deed mij denken aan de verzuchting van Socrates, die ver voor onze jaartelling al vond dat de jeugd zich niet beschaafd gedroeg.
De historicus Rutte zou er goed aan doen om nog eens een geschiedenisboek open te slaan. Veel grote historici keken heel sociologisch naar het verleden. Of wil hij eigenlijk ook geen historicus meer zijn, is dat niet populistisch genoeg?
 
Groet, Jaap
 

Marker Wadden

3 augustus 2020


Beste Leike,

 

Vogelkijkhut “De duikeend” is een wondertje. Nietsvermoedend loop je vanaf een pad door een planken gang zodat de dieren je niet zien aankomen. Dan kom je bij een bouwwerk waar je eerst de trap af moet en zo kom je in een ruimte waar een grote glazen wand je beschermt tegen het water dat tot schouderhoogte staat. In dat water, aan de andere kant van dat glas zie je koeten, eenden, meeuwen, visdiefjes, kwikstaarten en nog veel meer. In de hut staat een handjevol grote mannen met dito fototoestellen en kijkers op statief die moeiteloos het antwoord weten op de vraag of het kan dat we zojuist een tureluur zagen.

Wat is dit allemaal slim aangelegd! Je bent bijna dichter bij de vogels en de vissen dan in een dierentuin. Alsof die dieren uit pure ijdelheid mooi voor ons gaan zitten wezen.

 

We zijn met de boot aangeland op de ‘Marker Wadden’, een poging om natuur te maken in het grotendeels dode Markermeer. Er zijn diepe geulen gegraven om vervolgens met het opgespoten zand daarin een reeks eilanden te maken. Er is wat helmgras geplant om de duinen niet te laten verwaaien en wat riet neergezet om een beginnetje te maken op de randen tussen nat en droog. De rest doet de natuur.

Als wij over organisaties praten (of schrijven) maken we graag het onderscheid tussen de ontworpen organisatie en de adaptieve organisatie. De eerste gaat uit van maakbaarheid en bestuurbaarheid, de tweede ziet de organisatie veel meer als een levende gemeenschap die zichzelf voortdurend ontwikkelt en verandert. En beide systemen zijn er altijd allebei.

Hier op de Marker Wadden, zie je dat in optima forma. Het geheel is aangelegd door ingenieurs en biologen. Om dat te kunnen doen, moet je verstand hebben van wat waterstromen en wind doen. Je moet weten hoe je voorwaarden creëert voor duurzame natuurontwikkeling en hoe een dergelijk gebied het hele Markermeer meer leven kan geven. Maar je moet ook geld bijeenkrijgen en politieke steun, slimme projectleiders voor de aanleg en vrijwilligers voor het beheer. Allemaal slim bedacht en gerealiseerd.

Zodra het slib is opgespoten gaat het adaptieve systeem zijn werk doen, het groeit hier tegen de klippen op. Planten en insecten, vissen en vogels vormen gloednieuwe complexe biotopen en scheppen ruimte voor het nieuwe. Dit voorjaar broedde hier een lachstern die dat voor het laatst in 1958 in Nederland deed. Het is hier zo hartverscheurend mooi Leike, ik krijg er tranen van in mijn ogen…

 

Maar we zijn niet de enigen die genieten. De haven biedt ruimte aan 50 schepen. Iedereen die ik spreek, vindt dit gebied een parel. De havenmeester vertelde me dat het er deze week op zeker moment 90 bootjes lagen. Drie of vier lagen dik aan de steigers. Want “ja, wat moet je doen als om vijf uur ’s middags iemand de haven invaart? Wegsturen, ongeacht het weer? Het is een uur varen naar Lelystad”.

Het adaptieve systeem ‘toerisme’ groeit hier misschien nog wel sterker dan het aantal kluten of bontbekplevieren. Het lijkt me een heel spannende opgave voor de mensen van Natuurmonumenten om randvoorwaarden te creëren om natuur en bootjesvolk in co-existentie en co-evolutie met elkaar te laten bestaan; om te voorkomen dat een teveel aan mensen de natuurontwikkeling in de kiem smoort. “Voor je het weet zitten de mensen hier in de duinen te barbecueën”, mopperde een natuurgids al tegen ons.

 

Ik ben ook een beetje van geloof veranderd omdat zelfs natuur maakbaar blijkt ….althans als we door voorwaarden te scheppen, ruimte geven.

 

Groet, Jaap

Koninklijke PTT Nederland B.V.

20 juli 2020


Beste Leike,
 
Vandaag werd ik opnieuw bevestigd die onontkoombare marktwerking die we in Onmacht zichtbaar maken. Omdat ik in mijn bootje ook graag Netflix stream, Zoomend of Teamend aan het werk ben of anderszins internet (hier als werkwoord), heb ik destijds het zwaarste abonnement van KPN gekozen. Mijn telefoon is dan een soort centrale WIFI voor aan boord. Ik betaal iedere maand € 97,70 voor “Zorgeloos Premium Plus”. Hoe aantrekkelijk is dat, om een abonnement te hebben dat je uit de zorgen houdt, en ‘premium’ betekent toch zoiets als superkeigoed?
Inmiddels varen we een maand en heb ik extra veel MB’s gebruikt, zoveel dat de bodem van mijn bundel in zicht komt. Van vorige jaren weet ik dat als je je bundel wilt vergroten dat dat alleen per de eerstvolgende maand kan. Toch nog maar eens bellen met wat ooit ‘Het staatsbedrijf der PTT’ was. “Oh meneer, u boft. Want u kunt nu overstappen naar een abonnement van € 36,- met onbeperkt internet, bellen en SMS.” Het blijkt dat mijn oude abonnement al maanden geleden was afgelopen en dat KPN me vrolijk de oude abonnementskosten liet doorbetalen, terwijl nieuwe klanten een veel beter aanbod (onbeperkt internet) voor iets meer dan een derde van de prijs krijgen. Ik blijk een hele tijd fors teveel betaald te hebben, omdat ik niet vanaf het consumentenvinkentouw ging koopjesjagen!
Kijk dat is waar die vermarkting van publieke goederen (gas, licht, telefoon, post, zorg, internet) toe leidt: als je als consument voortdurend blijft shoppen, ben je misschien voordelig uit. Maar als je ook nog andere dingen te doen hebt, een taalachterstand hebt, niet zo handig bent met computers, of het allemaal niet meer helemaal snapt, dan ben je gewoon de sjaak. Dan kloppen ze je rustig drie keer de prijs uit je zak en spelen mooi weer als je erachter komt. “Dat is boffen, meneer Van ’t Hek, het kan veel goedkoper!”: Diefstal verpakt als cadeautje.
 
Ik begrijp wel waarom stress en wantrouwen in de samenleving groeien, touwtjes niet meer uit brievenbussen hangen en de lontjes zo kort zijn. Zelfs bij basisdiensten als gas, stroom, ziektekosten en telefoon moet je voortdurend opletten dat je niet tot de losers behoort die ongetwijfeld in de businesscases worden meegecalculeerd in de concurrentiestrijd ten behoeve van aandeelhouders.
Ach Leike, kunnen we niet gewoon terug naar de PTT? Dat je gewoon telefoon hebt, een goed product tegen een redelijke prijs? En dat je niet steeds superalert met argusogen hoeft te zitten opletten of je niet genept wordt! Dat we bezig kunnen zijn met waar we goed in zijn in plaats van voortdurend kritische consument te hoeven wezen? Dat we een beetje kunnen ontspannen en vertrouwen hebben in elkaar?
 
Ik verlang gewoon naar de grapjes van Wim Kan die aan de zaal vroeg waar de letters PTT voor stonden…Putje graven, Tentje bouwen, Tukkie doen. En dat dat dan op de PTT zelf sloeg en niet op hoe KPN zijn eigen klanten blijkbaar graag ziet.
 
Groet, Jaap
 

Kuddedieren

14 juni 2020


Beste Jaap,

 

Al voor Covid-19 uitbrak was ik van plan om een blogje te schrijven over hoe het werkritme van organiserend Nederland zich weerspiegelt in mijn agenda. Al jaren ben ik verbaasd over hoeveel regelmaat mijn agenda vertoont, meebewegend op de collectieve werkpatronen van organiserend Nederland. Alsof we slaven zijn van onze agenda.

 

Belangrijkste bepaler voor die regelmaat zijn de vakanties. Ik heb geen kinderen, maar ik weet precies wanneer de schoolvakanties zijn. Mijn agenda vertoont daar al lang van tevoren meer gaten dan in andere weken. Binnen een week zijn de woens- en vrijdagen altijd minder populair dan de maan-, dins- en donderdagen (met de dinsdag stip op nummer 1! Al maanden van tevoren vol). Het effect van onze deeltijdcultuur.

En dan is er nog die magische regel dat net voor het zomer- en eindejaarsreces de wereld een tijdje ophoudt te bestaan en dat daarom alles nog af moet, of alvast opgestart. Alsof de teller op nul moet en de voorbereiding voor daarna maar vast klaar kan zijn. Afronden en dan kun je lekker opgeruimd het reces in. Om vervolgens in respectievelijk september en januari nog relatief rustig opstarten. Eerst het gewone werk maar weer eens voor we iets bijzonders gaan doen.

 

Maar het is nog patroonmatiger dan dat. Op de een of andere manier kiezen organisaties binnen bovenstaand agendagestuurd ritme altijd dezelfde maanden uit voor hun heidagen, en binnen die maanden altijd dezelfde weken en sterker, er is ieder jaar weer een run op dezelfde dagen! Er zijn dagen die drie keer of meer zou kunnen vullen, omdat zoveel organisaties die dag bestempeld hebben als heidag/teamdag/ontwikkeldag. En dagen die niemand wil.

 

Corona ontregelde dit ritme volledig. In één dag waren alle afspraken voor de komende maanden uit mijn agenda. Bij iedere verlenging van de lockdown herhaalde zich dat. Logisch ook, het mocht gewoon even niet. Maar er kwam een nieuw ritme voor terug, dat van de korte-termijnplanning. Kunnen we deze week online …? Kunnen we morgen afstemmen over …? Met lege agenda’s regeert de ad-hocplanning. Bij iedereen. Logisch ook, want wat viel er langetermijn te plannen in deze onzekerheid?

 

Tot het eind april ineens nationale opstartweek leek te zijn. Het regende telefoontje die startten met ‘We weten niet hoe lang het nog duurt, maar we moeten toch verder, kunnen we alvast online …’. Alsof we allemaal tegelijk ineens ruimte in ons hoofd en handelen kregen om weer iets verder te kijken dan de volgende dag.

Inmiddels, nu we weer een beetje uit de lockdown mogen, willen we blijkbaar allemaal in juni nog flink tempo maken. Voor het zomerreces. Want tja, dan gaat de teller weer op nul.

 

Niks slaven van onze agenda. We zijn gewoon kuddedieren.

 

Groet, Leike

Rutte in de kolenmijn

8 juni 2020


Beste Leike,

Je kent het verhaal van de kanarie die het meest gevoelig is voor gas? En die het loodje legt als daar teveel van is in de mijn? Zodra de kanarie omvalt, vertrekken de mijnwerkers. En let nu eens op Rutte. Wanneer hij een draai maakt, zoals rond zwarte Piet. Dan is er wat aan de hand in de mijn van de samenleving. Dan schuift er wat.
 
Ken je ook de theorie van het Overton-window? Die zegt dat de publieke opinie wordt beïnvloed door extreme standpunten, zonder dat mensen die standpunten onderschrijven. Standpunten schuiven op als je die extreme standpunten maar vaak genoeg hoort. Dit principe maakt bijvoorbeeld dat extreemrechtse partijen zonder regeringsmacht in staat zijn geweest om door de jaren heen het gedrag van partijen in het politieke midden naar rechts te doen schuiven. VVD- en CDA-kopstukken zeggen nu dingen waar Janmaat in de jaren 80 voor is veroordeeld.
 
Een paar jaar geleden hadden we de Me too-beweging. Het aanklagen van Harvey Weinstein ontstak de lont in het kruidvat. Wereldwijde onrust gaf een enorme impuls aan het bespreekbaar maken van ongewenst gedrag. Zou wat nu is ontstaan door de dood van George Floyd eenzelfde impuls geven aan het niet langer tolereren van racisme en politiegeweld, en daarmee aan de emancipatie van mensen van kleur? Verschuift ook hier het raam van Overton? Als we kijken naar de beweging die de supertacticus Rutte maakt zou dit wel eens het geval kunnen zij. Hij voelt feilloos aan wanneer hij uit het raam tuimelt.
 
En als we nu toch kijken naar Rutte als kanarie in de kolenmijn, schoof hij een paar maanden geleden ook al niet stevig naar links op toen hij instemmend over Nederland sprak als “Een land dat in de kern diep socialistisch is en dat het Rijnlandse model ons in de genen zit”.
Hij schuift.
En daar word ik wel erg blij van; het zou zo maar eens kunnen dat na de Overton-beweging naar rechts, het raam een voorzichtige beweging naar de andere kant is begonnen. Let op de kanarie!
 
Groet,
Jaap

Do NOT follow this link or you will be banned from the site!