Met enige onregelmatigheid schrijven Leike en Jaap elkaar een dialoogblog over het vak en de wereld. Daar kun je je op abonneren, dan krijg je bij iedere nieuwe blogpost een melding. Ook heel leuk vinden we het als je je ermee bemoeit en een eigen bijdrage levert. Naar een specifieke blogpost zoeken of neuzen door alle titels kan in het blog overzicht.

Emotie-emancipatie

27 februari 2021


Beste Leike,

 

We leven in tijden van korte lontjes, van hevige frustraties. We zien een kabinet dat zwicht voor de druk om de lockdown te verslappen (ze noemen het versoepelen) omdat “mensen het niet meer aankunnen”. Niet alleen scholieren mogen een dagje naar school, maar je mag in tijdslots naar de winkel en weer naar de kapper (menselijke waardigheid las ik ergens).

Zo anders dan bij de Britten, bij wie afzien tot de volksaard lijkt te behoren: “Keep calm and carry on”. Zou het vermogen om keurig op je beurt te wachten (in the queue) iets te maken hebben met het kunnen uitstellen van behoeftebevrediging in het algemeen? Zijn wij eigenlijk een ongeduldig voordringvolkje?

We lazen ooit in het mooie boekje van Ignaas Devisch ‘Het empathisch teveel’ hoe een constant beroep op onze empathie leidt tot willekeur en irrationele afwegingen. Het geeft ruimte aan ongelijkheid omdat empathie nu eenmaal specifiek is; een filmpje over Jemen kan je stimuleren je portemonnee te trekken, maar als er geen filmpje over de Oeigoeren is…. Hij pleit voor een werkbare onverschilligheid. Zo toomt hij de empathie in met het verstand.

Ik ben zelf in de jaren zestig grootgebracht met de waarde van gezond verstand. Huilen werd je nog wel vergeven als kind, maar het was iets dat je moest afleren. “Een gebroken been is erger” was een van de gevleugelde uitdrukkingen van mijn moeder. De naoorlogse wederopbouw ging om hard werken, afzien en niet zeuren. Het moet eind jaren zestig zijn geweest dat onze emoties emancipeerden. Love was het toverwoord van de hippies, de pil gaf onze lust meer ruimte, de verbeelding moest aan de macht, woorden als frustratie verhuisden van de spreekkamer van de therapeut naar het maatschappelijk debat, het persoonlijke werd politiek. Ik herinner me dat ik op de sociale academie leerde dat gevoelens feiten zijn en dat ongeveer alles ‘moet kunnen’. We kregen het inzicht dat veel van ons gedrag eerder door gevoelens gedreven werd dan door rationele afwegingen. Managers werden in ‘sensitivitytrainingen’ geconfronteerd met onderbewuste drijfveren; soms leerzaam, soms met dramatische gevolgen. Emoties en gevoelens waren niet langer persoonlijke drijfveren die achter een stiff upperlip verborgen dienden te worden, maar werden bevrijd en daarmee relevant.

Ik weet niet waar het gebeurd is, mogelijk is het zo’n emergent proces waar je de vinger niet op kunt leggen, maar ik heb het gevoel dat onze waardering voor emoties gaandeweg enorm uit de hand is gelopen. Mensen gaan om de haverklap uit hun dak, uiten dat in social media, spreken in hyperlatieven in de talkshows en zien hun persoonlijke emoties als ‘epic’ ervaringen. Persoonlijk kan ik af en toe ook koken als ik zie hoe de boven ons gestelden deze crisis managen. Maar hoe productief is die boosheid nu eigenlijk?

Ik moet vaak denken aan René Gude, die zijn emoties als terminale kankerpatiënt temde met ‘humeurmanagement’. Niet verdrietig en lamgeslagen op de bank gaan liggen, ook niet ontkennen dat het mis gaat, maar iets ertussen in: het humeur managen met het verstand. Een verstandige man, die René. Moeten we met hem in gedachten niet juist de luidst geschreeuwde emoties dempen, en onze kop erbij houden voor het zorgvuldig in evenwicht houden van het collectieve humeur? En een beetje op onze beurt wachten?

 

Groet, Jaap

 

Belofte maakt schuld  

28 januari 2021


Beste Leike,
 
Oude volkswijsheden of clichés vertonen vaak slijtageverschijnselen door overmatig gebruik, maar doorstaan de tijd niet voor niks. Ze bevatten vaak heel praktische wijsheden. Zoals dat je niet meer moet beloven dan je waar kunt maken. Doe je dat wel, dan ontstaat gedoe en wordt de teleurstelling van de ander jouw probleem.
In managementtaal noemen we dat het ‘managen van verwachtingen’. Hiermee probeer je door zorgvuldige communicatie en ‘mensen mee te nemen’ ervoor te zorgen dat de verwachtingen niet overspannen raken. Ik leerde ooit de formule Q=P-V: kwaliteit is prestatie min verwachting. Mensen ervaren kwaliteit (Q) als hun verwachting niet hoger is dan de geleverde prestatie. Omdat je op voorhand de prestatie nooit helemaal in de hand hebt, kun je maar beter goed op de verwachting sturen en zorgen dat die niet te groot is. Als het lukt die verwachting bescheiden te houden, en de prestatie valt je wat tegen, dan is de ander mogelijk toch tevreden. Hij kreeg immers het beloofde. Lever je meer dan wat verwacht werd, dan heb je een blije klant of partner. Die krijgt immers nog meer dan waar hij op rekende.
Maar pas op: als je dat stelselmatig doet, zal de verwachting ongestuurd oplopen. De ander denkt dat je immers altijd meer levert dan je belooft. Als je dan vervolgens evenveel presteert als je beloofde, is het toch weer een tegenvaller.
Ik zag onlangs bij een organisatie de ambitie om altijd boven verwachting te presteren. Leuk natuurlijk de eerste keren, maar op termijn nooit vol te houden. Je verliest de grip op de verwachtingen van anderen. En dan organiseer je onbedoeld teleurstelling.
 
Deze overpeinzing kwam bij mij op gang door het fenomeen Hugo de Jonge. Een man die steeds te grote schoenen aantrekt. Keer op keer doet hij beloften, maakt voorspellingen of spreekt verwachtingen uit die te optimistisch blijken. Een beloofredicivist. Het effect zien we: een voortdurend teleurgestelde samenleving die de moed verliest. Steeds blijkt het beloofde licht achterin de tunnel een volgende lantaarnpaal.
Als psycholoog van de koude grond zoek ik naar de gedachte achter dit gedrag van deze ongetwijfeld goedbedoelende Hugo. Herken je die managers die steeds optimistisch zijn in de hoop dat anderen dat ook worden? Die denken dat nuance ruimte biedt voor somberheid en ‘negatieve energie’? De uit Amerika overgewaaide gewoonte om steeds “It’s gonna be allright” te beloven in de meest uitzichtloze omstandigheden? Optimisme tegen de klippen op? Ik denk dat dat Hugo is: iemand die denkt dat de besmettelijkheid van optimisme ertoe leidt dat iedereen overal schouders onderzet en dat we daarmee ‘het virus eronder krijgen’. Inmiddels zijn er niet zo veel mensen meer over die hem nog geloven.
 
Ik las dat in de polls de huidige coalitie stijgt van 75 naar 81 zetels. Een belofte van de stemmenpeilers, zou je kunnen zeggen. Zou dat ook ‘overpromise en underdeliver’ worden? Wat denk je?
 
Groet, Jaap

Nijpende kwesties benepen oplossen

30 december 2020


Beste Leike,

 

Hoorde jij dat interview met Ferd Grapperhaus, onze minister van Justitie, over de inzet van militairen in verpleeghuizen vanwege personeelstekorten? Twee veiligheidsregio’s hadden een brandbrief gestuurd omdat het zwartste scenario dreigt en het minimum aan zorg niet meer geleverd kan worden. Het is aan alle kanten duidelijk dat het de zorg nu echt over de schoenen loopt … of eigenlijk, dat het water al aan de lippen staat.

(ik vond een plaatje op Twitter dat zo mooi laat zien wat ik wil, dat ik er deze keer niet zelf voor ben gaan tekenen)

Je zou zeggen, niet meer ouwehoeren en direct regelen dat defensie kan inspringen met verpleegkundigen, artsen en alle handen aan het bed die maar nodig zijn. Het fijne van defensie is immers dat het is ingericht op handelen in het onverwachte. Dat kan door in kaart te brengen waar welk type steun nodig is om het dan aan defensie over te laten een directe lijn te leggen met de betrokken verzorgingshuizen en daarmee afspraken te maken.

Zo niet als dit kabinet zich ermee bemoeit. Ik citeer Grapperhaus op Radio 1: ‘We moeten de procedure nog eens goed aanscherpen en toch kijken wat er voor dingen mogelijk zijn… We hebben een procedure gemaakt met objectieve criteria, die is gericht op de echt nijpende continuïteitstekorten, waarbij eerst de regionale mogelijkheden volledig moeten zijn uitgenut alvorens defensie hulp mag verlenen.’ Concreet betekent dit dat eerst gekeken moet worden of er uitwisseling tussen instellingen mogelijk is, dán of er nog loslopende gediplomeerde mensen op de arbeidsmarkt te vinden zijn, dán het Rode Kruis en pas daarna defensie. Trots vertelde Ferd dat de voorzitters van de veiligheidsregio’s dit allemaal een goed plan vinden.

Ik heb zo mijn twijfels. Het lijkt zorgvuldig, maar het is bureaucratisch en benepen. Een benepen patroon van fragiel organiseren. Een patroon van liever te weinig dan te veel doen. Zorgen dat je niks verspilt. Je sorteert niet voor op situaties waarvan je niet zeker weet dat ze zich zullen voordoen. Je komt pas in actie als het echt moet.  Het is de angst dat er straks defensiemensen ergens lopen te lummelen, angst dat een tehuis meer bestelt dan eigenlijk nodig is, angst voor te royaal handelen, angst dat je misbruikt wordt.

Ik noem het een patroon omdat ik het donkerbruine vermoeden heb dat dezelfde redeneringen speelden bij het inrichten van het vaccinatieproces en bij het oplossen van de schade in de kindertoeslagaffaire. Zuinigheid als hoeksteen van beleid. De kleine karige overheid. Met het toverwoord ‘zorgvuldigheid’ als schild.

Soms echter handelt de overheid anders, dan breekt (politieke) nood wet. Als het om ‘DE ECONOMIE’ gaat bijvoorbeeld. Dan blijken de zakken in de coronacrisis megadiep. Dan blijkt een omgekeerde redenering te gelden: eerst ruimhartig helpen en achteraf eventueel corrigeren als de steun te ruim was. We blijken loyaler aan KLM dan aan onze ouderen en zwakken.

Met vasthoudende kamerleden en een vernietigend rapport lukte het uiteindelijk ook in de kindertoeslagaffaire om te handelen alvorens alles is uitgezocht. De gedupeerden krijgen een nu behoorlijk bedrag voordat duidelijk is waar iedereen precies recht op heeft.

 

Natuurlijk willen we een overheid die zorgvuldig is. Maar zorgvuldigheid is niet hetzelfde als benepen en voorzichtig alles afwegen en pas handelen als je alles weet. Het is juist ook in actie komen als het nodig is. Liever genereus is zorgvuldiger dan steeds tekortschieten vanuit benepenheid.

 

Groet, Jaap

Draagvlakdenken

12 december 2020


Beste Leike,

 

Heb jij nou ook zo’n ongemakkelijk gevoel bij de boodschap op de persconferentie van 8 december dat het hard verkeerd gaat en dat dat komt door ons gedrag, niet door het gevoerde beleid? Dat de maatregelen op grond van die conclusie niet gewijzigd worden?

Ik vind het een armoedig bericht dat de enorme machteloosheid zichtbaar maakt van een kabinet waarvan we inmiddels weten dat de ene vleugel meer strengheid wil en de andere juist minder. Het bloedeloze compromis druipt ondermijnend uit de strak geregisseerde verpakking van de persconferentie.

 

Het lijkt alsof onze beleidsmakers opgesloten zitten in een beïnvloedingsmodel dat gebaseerd is op vrijheid en draagvlak: meer vrijheid veroorzaakt meer draagvlak.

Vrijheid is een ‘knop’ die je openzet als het draagvlak minder wordt. Onsje erbij, onsje eraf. Onderhandelen als de kruidenier met een stiekem handje op de weegschaal. Je krijgt als burger daardoor het idee dat je kunt onderhandelen, dat je randjes kunt opzoeken, dat je kunt marchanderen. En dat is precies het gedrag dat we zien. “We zijn nu toch een paar weken braaf geweest, wat krijgen we daar nu voor terug?”

 

Misschien is dat zichtbaar draagvlak zoeken precies het probleem waardoor datzelfde draagvlak steeds meer weglekt. Het gaat om keuzes die vrijheid suggereren.

Echter juist géén keuze hebben geeft rust. Stel dat het kabinet nu zou zeggen: “We nemen die en die stevige maatregelen. Gewoon omdat het moet, omdat we met de rug tegen de muur staan. Er is helemaal geen keuze mogelijk.” Dat levert volgens mij meer acceptatie op dan dat hijgerige zoeken naar draagvlak. Het straalt ook uit dat het onvermijdelijk is in plaats van een compromisvol onderhandelresultaat. Draagvlak is immers geen constante waar je naar moet zoeken, maar een fenomeen dat je moet creëren met geloofwaardig optreden.

 

Hugo de Jonge denkt dat hij draagvlak kan vinden door perspectief te bieden. Hij doet dat door het ons voorhouden verleidelijke verlangens. Beloften dat het snel beter wordt, dat de oplossing in handbereik ligt. Maar inmiddels produceert hij gebroken beloften in serie.

Perspectief bieden bestaat niet uit steeds schuivende data en opzichtig naar de mond praten met een optimistische toon. Uit onderzoek blijkt dat verhalen met onzekerheden voor de luisteraar minder aantrekkelijk zijn dan stellige beweringen, maar dat de geloofwaardigheid van de verteller toeneemt juist als hij laat zien dat niet alles zeker is.

 

Het gaat in deze tijd om geloofwaardigheid en harde keuzes durven maken. Zoals Churchill bloed, zweet en tranen beloofde.

 

Groet, Jaap

 

 

 

Het regent …

6 december 2020


Beste Jaap,
 
Het is bijna kerst en net als velen ben ik moe. Moe van een raar en ingewikkeld jaar, moe van acuut schakelen op onverwachte omstandigheden, daarvan terugveren en weer schakelen naar een tweede – soort van – lockdown. Moe van optimistisch blijven, me aan regels houden en volhouden. Moe van de schraalheid van het bestaan van dit moment.
Schreef ik je in het voorjaar nog dat mijn huid nog geen honger had hooguit trek, inmiddels verlang ik naar de warmte en het makkelijke van sociale nabijheid, van dicht bij anderen zijn in vreugde en verdriet. Was er in het voorjaar nog de verkenning van nieuwe mogelijkheden, het mooie weer en het perspectief op een zomer waarin weer van alles mocht, inmiddels is het donker en nat en is het vooruitzicht, ondanks vooruitzicht van vaccinatie, een stuk donkerder.
 
Al een week heb ik het gedicht November van J.C. Bloem in mijn hoofd. Bloem is nou niet echt de pretletter onder de dichters en dit gedicht gaat over zijn eigen somberheid en teleurstelling over het leven, maar plaats het in deze tijd en je ziet jezelf zitten, in het onbestemde licht van computer en invallende schemer. Hij laat je voelen hoe schraal het leven nu is, en hoe leeg van thuiszitten en niet nabij dierbaren kunnen zijn.
 
Het regent en het is november:
Weer keert het najaar en belaagt
Het hart, dat droef, maar steeds gewender,
Zijn heimelijke pijnen draagt.
 
En in de kamer, waar gelaten
Het daaglijks leven wordt verricht,
Schijnt uit de troosteloze straten
Een ongekleurd namiddaglicht.
 
De jaren gaan zoals zij gingen,
Er is allengs geen onderscheid
Meer tussen dove erinneringen
En wat geleefd wordt en verbeid.
 
Verloren zijn de prille wegen
Om te ontkomen aan den tijd;
Altijd november, altijd regen,
Altijd dit lege hart, altijd.
 
Voor hem blijft het november, altijd. Voor ons gelukkig niet. Hoe somber het gedicht ook is, van zoveel schoonheid word ik toch weer een beetje lichter en blijer.
 
Groet, Leike
 

Zelfreproducerende patronen

25 november 2020


Beste Jaap,

Een paar dagen geleden schreven we een stuk over de interviews van de parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag, geschokt over hoeveel onmacht we zagen en hoe onmogelijk het bleek om in de verhoren die onmacht te doorbreken. Inmiddels zijn we een paar dagen verder en hebben we ook (ex-)bewindspersonen gehoord. Zichtbaar onmachtig waren de dames en heren niet, in tegenstelling tot hun (voormalig) ambtenaren. Als water dat van een eend afglijdt, zo makkelijk gleden de vragen van de commissie langs de (ex-)bewindspersonen af. Zo glad werden ze beantwoord. Zo stevig houden de politieke bestuurders ‘their cool’. Dit is hun arena. Dit is hun habitus. Ze kennen dit spel en hun opponent.

De gesprekken verlopen nogal voorspelbaar, naar een script dat beide partijen kennen, in de politieke taal die je in de Kamer bezigt, met een spel van vraag en antwoord waarmee partijen vertrouwd zijn. Een dans tussen rollen die gekend en erkend zijn.

 

Hoe anders verliepen de gesprekken van de (top)ambtenaren. Die zaten hakkelend, stotterend en proberend in een voor hen niet geheel vertrouwde setting. Zoekend naar hoe je verhaal over de bühne te krijgen, zonder daar de taal voor te hebben. In hun neutrale politiek-volgzame rol. Zonder ruimte om hun echte verhaal te vertellen. Steeds teruggedrukt in de stereotype rol van ambtenaar in plaats van speler in een complex spel. Pogingen wagend om de echte taaiheid en ingewikkeldheid te agenderen, maar daarin afgekapt door een – meer of minder van eigen verontwaardiging overtuigde – commissie. Konijnen in koplampen, vreemdelingen in een land waarvan je de taal kent maar te weinig kennis hebt van de gewoonten.

Met commissieleden die leken te vinden dat dat precies was wat ze verdienden: het ongemak, de aangedraaide duimschroeven. Horen werd soms verhoren, luisteren werd klemzetten.

 

Dat verschil maakt me een vorm van boos. Niet omdat ik vind dat bewindspersonen ook wel een zweetdruppel mogen laten, maar omdat ik vind dat zo’n enquête bedoeld is om iets te doorbreken, terwijl ik zit te kijken naar een zelfreproducerend patroon, dat herhaalt wat er in het groot aan de hand is. Dit spel kennen we al, dit spel deden ze al, dit is hetzelfde spel als waarmee het probleem ontstond.

Na een paar dagen verhoren kun je zien dat er èn geen zicht ontstaat op wat er echt gebeurde èn dat er ook niet echt wat gaat veranderen. We zien hier een knap staaltje systemische zelfreproductie. Het patroon waardoor de misstanden met de toeslagen konden ontstaan, reproduceert zich hier voor onze ogen in die kleine kamer waarin mensen gehoord worden. Wat we hier zien gebeuren maakt de kans groot dat de oplossing net anders, maar vooral meer van hetzelfde wordt. Gedwongen door herhaling weet je nu al dat het echte systeempatroon niet doorbroken wordt.

Het is als een klassiek drama, met zijn vaste opbouw van onderdelen en rollen die steeds hetzelfde zijn, in ieder verhaal.

 

Wat zou er gebeuren als we dit echt anders aan zouden pakken? Als de commissie de ambtenaren zou vragen ‘Stel, u was de staatssecretaris, wat had u gedaan?’ of ‘Stel, u was deze commissie, waar zouden we op moeten letten als we andere mensen horen?’. Wat zou er gebeuren als de bewindspersonen de vraag kregen: ‘Wat had u als ambtenaar gedaan om dat wat er gaande was echt over de bühne te krijgen?’.

Of misschien nog beter, we vragen Marijke Spanjersberg of ze circulair wil komen interviewen: ‘Beste mevrouw Vaktechnisch Coördinator, wat denkt u dat uw Directeur Generaal dacht toen hij merkte dat de heer Weekers zijn signaal niet ‘hoorde’?’

‘Beste meneer Rutte, welk gevoel denkt u dat de ambtenaren gehad hebben toen zij merkten dat ondanks alle signalen de heer Wiebes toch geen gewag meer gaf van dat hij zich bewust was van wat er gebeurde?’ ‘Beste Directeur Generaal Belastingdienst, wat denkt u dat de heer Asscher gehoord heeft, toen uw collega’s de ernst van de situatie aan hem duidelijk probeerden te maken?’

Ik denk dat dat hele parlementaire onderzoek er enorm van zou opknappen, dat we er misschien echt iets van zouden leren. Alleen al omdat Marijke er een rol in heeft natuurlijk, maar wat een andere dynamiek zou er ontstaan!

 

Ik wens alle gedupeerde ouders, alle ambtenaren met buikpijn, die hele boze enquêtecommissie en zelfs de gladpratende politici (dat is hun vak immers) een heel ander type onderzoek. Een onderzoek waarin je met elkaar erkent dat er echt iets heel, heel, heel, heel erg fout gegaan is; dat je daar met zijn allen ingerommeld bent en dat iedereen daar dus iets in heeft gedaan zonder dat er een enkele schuldige is aan te wijzen; maar dat het wel echt mis ging. Een onderzoek met als vertrekpunt dat goede bedoelingen nu eenmaal noodlottig kunnen keren in hun tegendeel. Een onderzoek waarin je vervolgens vanuit dat besef met elkaar op zoek gaat naar wat er dan echt misging, welke patronen niet doorbroken konden worden, hoe die patronen elkaar versterkten, hoe het kon dat je daarin gevangen raakte terwijl je wist dat het niet klopte, en welke systeemverandering er nodig is om het nooit meer te laten gebeuren.

Dat is een ander onderzoek dan het onderzoek naar Barbertje, waarbij iedereen zwetend of gladjes, hoopt dat hij het niet zal worden.

 

Groet, Leike

Publieke ruimte

25 oktober 2020


Beste Jaap,

 

Hoezeer ik er ook tegenop zie, ik zou net als jij liever vandaag dan morgen een lockdown willen. Dit gaat gewoon niet goed en blijkbaar hebben we strakke regels nodig om het met elkaar aan te kunnen. Ik ben alleen veel minder kwaad op de regering. Ik vind dat ze het best goed doen. Ik zou niet in hun schoenen willen staan in het maken van een afweging tussen de hoeveelheid belangen waar ze in hun rol rekening mee moeten houden.

 

We weten uit de systeemdynamica dat in een complex geheel een groot aantal (f)actoren elkaar op een ingewikkelde, niet helemaal te voorspellen, manier beïnvloeden. We weten ook dat in dat complexe geheel vertragingen voorkomen die je niet meteen ziet, omdat het geheel daar te complex voor is. Sinds de Beer Game in Senges Fifth Discipline, weten we dat als je dan te snel (bij)stuurt, je behoorlijk nare gevolgen kunt veroorzaken.

Met die blik begrijp ik dat geworstel van onze regering wel. Als ze te snel of te sterk bijsturen en opstrakken, nemen ze mogelijk maatregelen die grote gevolgen hebben voor andere facetten van het publieke domein, terwijl ze die niet hadden hoeven nemen.

 

Eigenlijk heb ik te doen met Mark Rutte en zijn irritatie en ongeduld. Ik vrees dat er een ontluisterend inzicht aan het ontstaan is over het individu als burger. Als regering probeer je kaders te geven, wetten te maken, handhaving te organiseren die nodig is om het publieke domein open te houden voor iedereen. Gezondheidszorg heet in het Engels public health, maar die ‘public’ kant, daar gedragen wij, ‘public’, ons niet naar. We gedragen ons als individuen die binnen de regels eigen afwegingen maken, passend bij eigen belangen en verlangen. Terwijl deze ziekte door zijn besmettelijkheid door en door publiek is. En dus werken de regels niet.

 

De paradox is dat het inperken van individuele vrijheden meer ruimte schept voor publieke belangen en dat een beter behartigde publieke zaak grote opbrengsten voor het individu en zijn keuzemogelijkheden biedt. Ooit zei Paul Schnabel in een interview dat hij vroeger leerde van zijn ouders dat hij respect moest hebben voor anderen, en dat mensen nu ervan uitgaan dat ze respect verdienen. Zoiets is het ook met die publieke ruimte. Als we die open willen houden voor iedereen, dan horen daar spelregels bij die gaan over wat je doet en laat voor de ander en voor het algemeen belang.

 

Ik vrees dat die arme Mark (en zijn regeringscollega’s) heeft gedacht dat we dat begrepen en ons ernaar zouden gaan gedragen. Maar nu kijkt hij naar de doorgeschoten effecten van de individualisering en een tot ruïnes vervallen ‘for the common good’. Ik zou er ook buitengewoon boos en geïrriteerd van raken.

 

De roep om gedragsdeskundigen in het OMT wordt steeds sterker. Ik zie ze liever niet als ze daarmee die individuele focus nog verder aanwakkeren. Sociologen hebben we nodig, denk ik. Èn strengere regels. Èn een lockdown. Want we hebben, vrees ik, corona eerder op de knieën dan dat we in staat zijn tot collectief handelen in het belang van de publieke zaak.

 

Groet, Leike

Zachte heelmeesters op de spoedeisende hulp

23 oktober 2020


Beste Leike,
 
Vandaag, 23 oktober, meer dan 10.000 nieuwe coronagevallen erbij. De tweede golf is volgens Ernst Kuipers een tsunami: het begint langzaam, maar zwelt onheilspellend aan tot verschrikkelijke hoogten.
Het kabinet verklaart dat dit zorgelijk is, maar dat we nog even wachten tot 14 dagen na de vorige maatregelen omdat we anders niet goed kunnen reageren op de meetbare effecten daarvan.
Zijn ze nu helemaal van de pot gerukt?
 
Rutte vertelde in het voorjaar dat hij voor 100% besluiten moest nemen met 50% van de informatie. Hij gebruikte het beeld dat hij voer zonder goede navigatie. Dat is natuurlijk allemaal waar, al is 50% waarschijnlijk een grote overschatting van zijn overzicht. Het is niet anders, we weten niet alles, we weten lang niet alles. Daar moeten we het mee doen.
Maar wat er nu gebeurt is 0% van de besluiten nemen omdat we nog niet 100% van de effecten van de maatregelen kunnen zien. Ik begrijp steeds beter dat hij het woord ‘intelligent’ niet meer gebruikt.
Maar wat weten we wel? We weten wel dat we deze zomer de teugel teveel hebben laten vieren. We weten wel dat alle maatregelen dit najaar lang telkens niet opleverden wat beoogd werd. We weten wel dat veel critici vinden dat de inzet van het kabinet op een R van 0,9 een te voorzichtige doelstelling is. We weten wel dat er nog geen enkele serieuze aanwijzing is dat Nederlanders hun gedrag echt aanzienlijk veranderden deze weken.
 
Het voorzorgsprincipe wil dat -bij een gebrek aan wetenschappelijke consensus over mogelijke effecten of resultaten- voor zekerheid wordt gekozen voor een maatregel die de risico’s zoveel mogelijk indammen. Dus als je bij grote risico’s niet zeker weet wat werkt, kies je liever een te krachtige dan een te zwakke interventie. Liever een grote sloophamer dan opnieuw hamertje tik.
 
En dat is het probleem met dit kabinet. Of het nu om het klimaat gaat (en de tergend trage ambitieloze besluitvorming over het Urgendavonnis), of om de stikstof (en de tergend trage besluitvorming n.a.v. de uitspraak van de bestuursrechter), of om Corona nu, het kabinet probeert het tij te keren met plakband en paperclips. Met maatregelen die niemand pijn mogen doen, met halfhartige poldercompromissen en draagvlakzoekende kletsverhalen. Een gezelschap voorzichtige en zachte heelmeesters bij de spoedeisende hulp.
 
Ik merk dat ik me stoor aan mensen die het beter menen te weten dan het kabinet en die zonder mondkapje in de supermarkt menen dat zij de risico’s zelf beter kunnen inschatten. Dat vind ik hoogmoedig. Maar eerlijk gezegd belaagt een dergelijke hoogmoed mij nu ook. Maar dan de andere kant op. Ik heb de neiging volledig in zelfquarantaine te gaan omdat ik het vertrouwen in het leiderschap enorm aan het verliezen ben.
Ben ik nu gek?
 
 
Groet,
Jaap

Dringende adviezen

16 oktober 2020


Beste Leike,
 
Herinner je je die prachtige scène in ‘The life of Brian’ van Monty Python? Waarin de profeet Brian naar een menigte uitroept dat hij níet hun leider is? Waarop zij in koor roepen: “Je bent niet onze leider” en er zich vervolgens een spel afspeelt waarin hij inhoudelijk steeds zegt dat zij hem niet moeten volgen en de menigte precies doet wat niet zijn bedoeling is: ze volgen hem in alles.
Marijke Spanjersberg kan in navolging van Watzlawick en Bateson prachtig vertellen over hoe paradoxale boodschappen onbewust kunnen leiden tot een double bind en verwarring. Denk aan de klassieke “Wees spontaan”-opdracht waarna ieder gedrag dat de ander levert linksom of rechtsom in strijd is met de opdracht. Al die managers die tegen medewerkers zeggen dat ze meer initiatief moeten tonen, of meer eigenaarschap? Managers die zeggen dat het uit mensen zelf moet komen of dat zij weliswaar nu leidinggevende zijn, maar dat er niks zal veranderen in hun relatie? Het gevolg is verwarring en het gevoel dat er iets niet klopt, vaak zonder dat je er de vinger op kan leggen. Richtingloze dubbelzinnigheid.
Begint het al te dagen waarover ik je deze keer schrijf?
 
Dit voorjaar hadden wij in Nederland geen gewone lockdown, maar een intelligente. Ik weet nog dat ik twitterde dat een intelligente lockdown een heel goed idee is als intelligentie ook een beetje eerlijk verdeeld zou zijn. Toen kregen we een jubelzomer waarin we ongeveer alles weer los mochten laten, trots als wij waren dat wij dat virusje er wel even intelligent onder hadden gekregen. Ik herinner me jouw ‘beste Jaap’ waarin je al aankondigde dat het heel moeilijk zou worden onze verlangens en wensen steeds af te wegen tegen het algemeen belang. Nou dat hebben we geweten.
Vanaf de zomer zagen we reeksen van halfslachtige maatregelen vergezeld met oproepen dat het nu aan ons is om verstandig te doen. De boodschap van Rutte was dat het ieders eigen verantwoordelijkheid is, dat hij “niet jullie leider” is en “geen dictator”, maar dat hij adviezen geeft of dringende adviezen. Een beetje als het verse hoofd crediteurenadministratie dat zegt dat hij gewoon een van de jongens is gebleven. En de reactie in de samenleving was navenant: ‘We mogen het zelf uitmaken’.
 
Het probleem is niet alleen de paradoxale opdracht (“doe uit jezelf wat ik je vraag”), het is ook het idee dat het ieders hoogstpersoonlijke, individuele verantwoordelijkheid zou zijn. Maar zoiets geldt misschien voor het risico op een gebroken been of van ongezond eten, maar niet voor een gevaarlijke besmettelijke ziekte. Dat is geen ziekte van het individu, maar een die het zieke individu overstijgt, omdat het, besmettelijk als het is, ook anderen ziek maakt. Dit is dus geen vraagstuk van ‘met z’n alle voor ons eige’ en ‘moet je toch zelf weten’, maar een vraagstuk van ons samen, waarin gedrag dus altijd gedrag in de sociale context is. Daar past geen liberaal (ieder is individueel verantwoordelijk) antwoord op. Dit vraagt een vaste hand die namens ons allen optreedt. Dat vraagt om leiderschap dat zijn nek uitsteekt, de weg wijst en niet bang is om te sanctioneren.
 
Niet ondenkbaar is dat de primus inter pares van het kabinet er iets van leert. Waar de premier dit voorjaar als een Messi superieur steeds aan de bal uit het kluitjesvoetbal van de Nederlandse politiek kwam, lijkt hij nu in de war te zijn over wat te doen. Daar zal hij wel weer wat op vinden als tacticus pur sang, het blijft een handige donder, maar de aangerichte schade aan de gezondheid van velen, van de samenleving, de economie en het aanzien van de politiek is groot.
De eerste aanwijzing dat hij het doorkrijgt: Is het je opgevallen dat de maatregelen deze keer een gedeeltelijke lockdown heten? Ik vermoed omdat het liberale geloof in de evenredig verspreide intelligentie is verdwenen. Heel verstandig.
 
Groet, Jaap
 

Op de apenrots van de bananenrepubliek

6 september 2020


Beste Jaap,

 

We leven in boeiende tijden. In onzekere tijden ook, waarin we met elkaar moeten uitzoeken hoe we kunnen samenleven op 1,5 meter. Het blijft zoeken naar hoe dat goed met elkaar te doen. We moeten wennen aan wat we nog niet gewend zijn. We kunnen niet meer doen wat we bij vlagen nog steeds doen.

In organisaties weten we dat je in dit soort situaties zoekende en lerende interventies nodig hebt. Dat je moet mogen leren van je fouten, dat je coulant moet zijn als het even niet lukt, dat je vooral vol moet houden en stug opnieuw moet beginnen als het fout gaat.

 

Zo niet in de politiek. Fouten zijn daar om te berispen of af te straffen. We hebben immers een betrouwbare regering nodig. We zijn geen bananenrepubliek. Als bestuurder moet je rolvast zijn, en betrouwbaar in eigen handelen, anders ben je niet geloofwaardig.

En dat is in deze tijd, waarin onze regering ‘ 100% van de besluiten moet nemen op 50% van de kennis’ best lastig. De noodzaak om te handelen in onzekere tijden combineert niet zo lekker met de consistente rolvastheid van het landsbestuur.

 

In deze context trad minister Ferd Grapperhaus in het huwelijk.

Ferd, de mens, en zijn bruiloftsgezelschap overtraden de coronaregels. Daar staat straf op en die had de privépersoon Ferd moeten krijgen. Daarmee zou de zaak afgedaan zijn, gelijk aan zaken van heel veel andere Nederlanders. Maar Grapperhaus is minister en bij al die andere Nederlanders liggen geen fotografen in de bosjes.

Zelf ben ik streng en voorzichtig. Ik wil bewegend van groep naar groep geen grote verspreider worden. Dus die regels zijn voor mij behoorlijk heilig. Maar er zijn dagelijks momenten dat iemand net te dicht langs mij op loopt, dat ik wegen kruis met iemand op net te weinig afstand, dat iemand de afstand vergetend zich naar me toebuigt (waarna ik wegwijk, wat altijd erg ongemakkelijk is) of dat ik iets soortgelijks doe. Als je mij vanuit de bosjes beloert, kun je heus een paar compromitterende foto’s maken; zelfs zonder dat ik de regels echt overtreed. Wie zonder zonden is, werpe de eerste steen.

 

Er was natuurlijk ook echt wel iets aan de hand. Eerst als minister anderen fel bekritiseren en je dan als privépersoon zelf niet aan regels houden is al niet handig, maar dan ook nog niet gestraft worden, kan echt niet. Geld stortten naar het Rode Kruis lijkt aardig, maar maakt het erger. Je roept boosheid over je af dat voor jou andere regels gelden dan voor anderen.

Terecht vraagt de Tweede Kamer dan om een debat en is het meer dan begrijpelijk dat er moties van afkeuring en wantrouwen zijn. Ik had het ook niet raar gevonden als hij over deze gebeurtenis gevallen was. Zo werkt het in onze democratie en op die manier houden we betrouwbare bestuurders.

 

Maar wacht even. Wat deden ze in de Tweede Kamer eigenlijk? Het debat over de houdbaarheid van de minister, werd een debat over de houdbaarheid van de strafmaat en het strafblad. De minister maakt een fout, dan kunnen we niet meer handhaven, dus moet het bedrag lager en de aantekening weg. Zei ik net dat we geen bananenrepubliek zijn?

 

Ik vind dit fundamenteel gevaarlijk. Hoezo hoeven mensen zich niet meer te houden aan de regels, omdat een minister dat ook (een keertje) niet doet? Mogen we dan ook te hard rijden, omdat de koning dat wel eens gedaan heeft? Of geen belasting omdat we kamerleden hebben die wel eens wat ontduiken? Verkeerd gedrag van een bewindspersoon hoort consequenties te hebben voor de bewindspersoon, niet voor de regels die we met elkaar bedacht hebben.

 

Dit is geen ‘gewone’ tijd. Het is een tijd van onzekerheid. We zoeken, we maken fouten, we leren. Even niet alert en de afstand is zoek. Je dat realiseren maakt je weer (even) alert, om vervolgens bij wat minder aandacht zo weer een nieuwe fout te maken. Zo gaat dat in nieuwe, onzekere en onwennige situaties. Het overkwam Ferd en zijn gezelschap. Als minister hoort hij daarvoor stevig aangesproken te worden, maar ik had ons gegund dat we een Tweede Kamer hadden die een oordeel zou vellen over de bewindspersoon in plaats van diens gedrag te gebruiken om over de regels te marchanderen. De regels aanpassen in deze tijd is niet helpend maar ondermijnend. Als bestuur draag je dan zelf bij aan het afkalven van het commitment in de samenleving.

Ik gun ons in deze tijd een wijzere bestuurlijke apenrots …

 

Groet, Leike

 

 

 

 

 

Organisatievragen