Met enige onregelmatigheid schrijven Leike en Jaap elkaar een dialoogblog over het vak en de wereld. Daar kun je je op abonneren, dan krijg je bij iedere nieuwe blogpost een melding. Ook heel leuk vinden we het als je je ermee bemoeit en een eigen bijdrage levert. Naar een specifieke blogpost zoeken of neuzen door alle titels kan in het blog overzicht.

Vijf over twaalf?

17 augustus 2021


Beste Leike,
 
Toen jij de hoop uitsprak dat we de klimaatcatastrofe net als Corona krachtig en eensgezind zouden aanpakken als een echte crisis, benoemde je eigenlijk het allergrootste veranderkundige vraagstuk van onze tijd. We moeten onze hele manier van leven en werken veranderen om te voorkomen dat de wereld in een paar decennia helemaal naar de ratsmodee gaat.
 
Nou is dat inzicht allesbehalve nieuw. We hoorden die boodschap al van de Club van Rome, een internationale groep wetenschappers die 1972 kwam met het beruchte rapport ‘Grenzen aan de groei’. Daarin waarschuwden ze al dat we de aarde zouden uitputten en verpesten als we in het toenmalige tempo van economische groei door zouden gaan. En ik vrees dat we ons alleen maar meer zijn gaan richten op die groei.
 
Er zijn door de tijd heen steeds wetenschappers geweest die met alle beschikbare kennis rekenden en voorspellingen deden. Geen leuke, welkome voorspellingen, maar onheilsboodschappen die steevast kunnen rekenen op alle mogelijke veranderweerstand. Ontkenning van de feiten, verdachtmaking van de bronnen, presentatie van ‘alternatieve feiten’, ontkenning dat de mens er iets mee te maken heeft, verklaren dat het klimaat een linkse hobby is (net overigens als Corona), of vooral uitleggen dat we er heus wel wat aan gaan doen, maar dat het wel ‘haalbaar en betaalbaar’ moet blijven.
 
En dat terwijl de boodschap van wetenschappers niet milder wordt. Ieder IPCC-rapport is somberder en alarmistischer over de klimaatontwikkeling: de temperatuur stijgt toch nog sneller, de effecten zijn nog onvoorspelbaarder en gevaarlijker, de bewijsvoering omvat nog weer minder onzekerheden. Maar op de een of andere manier staat de klok iedere keer weer op vijf voor twaalf, met de suggestie dat we nog net op tijd zijn. De suggestie dat we de kladderadatsch kunnen afwenden als we nú in beweging komen. Die vijf-voor-twaalf-berichten zijn alsof de klok stilstaat terwijl de tijd tikt.
Er lijkt een achterliggende veranderkundige redenering te zijn dat er altijd perspectief moet blijven. Dat alarm slaan gekoppeld moet zijn aan de boodschap dat het nog net niet te laat is om wat te doen, dat als we nú in actie te komen en we de megarampen net kunnen afwenden. Dat we de radeloosheid niet moeten laten zien omdat angst demotiveert.
 
Misschien speelt bij het schrijven van zo’n rapport ook wat dat wetenschap een rationele bezigheid is. Een bezigheid van bij de feiten blijven, niet overdrijven en duidelijke betooglijnen. Zo blijft de wetenschap het meest betrouwbaar en onpartijdige aanreiker van de data waar anderen wat mee zouden kunnen doen. Emoties horen bij samenleving en politiek, niet bij wetenschap is de redenering. Alsof emotie de wetenschap ondermijnt.
 
Maar ik ben nu juist heel blij met wetenschappers die hun buikpijn laten zien, hun wanhoop. Ruim twee jaar geleden sprak ik mijn bewondering uit voor de Groningse poolonderzoeker die van het smeltende ijs in pure paniek was geraakt. Ik was geraakt door die menselijke emotie van iemand die echt weet waar hij over praat. Zijn angst dat het flink na twaalven is.
Afgelopen zaterdag publiceerde NRC drie interviews met klimaatwetenschappers. Susanne Moser (Harvard, Stanford, MIT) verklaarde onder meer: “Er is veel wanhoop, verdriet, zelfs rouw-achtige emoties bij mijn collega’s en mijzelf. In een recente enquête die wij uitvoerden bleek dat 80% van de onderzoekers en professionals die aan klimaatadaptie werkt, burn-outverschijnselen heeft…Ik spreek veel collega’s die wanhoop uiten, angsten hebben, deels omdat ze zelf kinderen hebben, en deels omdat zijn heel duidelijke zien wat voor ramp er aan de hand is”. Ik vind dit een ontroerende en moedige tekst omdat ze ons even in de hete keuken laat kijken van de ogenschijnlijke koele rapportenfabricage.
 
Want feit is jammergenoeg, dat die onafhankelijke, rationele toon niet werkt. Misschien wel een beetje, maar lang niet in de mate die nodig is. Als we echt het alarm aan willen zetten, de urgentie van de crisis laten voelen, moeten we uit een ander vaatje tappen. Aristoteles gaf de drie elementen van een goed betoog: logos, pathos en ethos. Logos in de inhoudelijke argumentatie, ethos in de geloofwaardigheid van de spreker en pathos betreft de emoties die worden opgeroepen. We gaan, ben ik bang, het klimaat alleen als een echte crisis aanpakken als we de emoties van degenen die er ook het verstand van hebben, echt voor ons kunnen zien. Zoals ook beelden van overstromingen in Limburg of branden in Canada, Australië en Zuid-Europa meer spreken dan grafieken. Ik ben bang dat de regering anders de afstandelijk rationele toon van deze rapporten opnieuw gebruikt om het tot een technocratisch-pragmatisch vraagstuk te maken dat de echte urgentie op afstand houdt. Omdat de focus op haalbaarheid betaalbaarheid het zicht op de noodzaak belemmert.
 
Het schip is lek, we moeten hozen en hopen! Als wetenschappers niet gaan zeggen dat het na twaalven is, dan pakt de regering die toon nooit op. Dan blijven we de dekstoelen verplaatsen op de Titanic. En dat kan en mag niet gebeuren. Het wordt nooit meer vijf voor twaalf.
 
Groet, Jaap
 
 

Klimaatvirus

13 augustus 2021


Beste Jaap,

 

Het IPCC-rapport is uit, en de niet-zo-onverwachte kernboodschap is dat de opwarming van de aarde echt aan de mens ligt en dat er acute en rigoureuze maatregelen nodig zijn. (Voor een handzame vertaling van de samenvatting zie hier het draadje van Gerrit Hiemstra op twitter.)

In reactie daarop liet staatssecretaris Yesilgöz weten dat dit geen tijd is voor klimaatdrammers (als niet, wanneer dan wel zou je denken); dat drammen sowieso nooit een goed idee is en dat ze dat ook aan haar neefje had uitgelegd toen die om een tweede ijsje zeurde (waarop Gerrit in een tweet liet weten een tweede ijsje te willen. Had ik al eens gezegd dat ik met hem wil trouwen?); en dat de regering andere landen gaat vragen om minder CO2 uit te stoten (wie had het ook alweer over drammen?).

Met die houding zie ik geen maatregelen aankomen die zoden aan de dijk zetten. Terwijl we dat niet alleen figuurlijk, maar ook letterlijk nodig hebben.

 

Een paar jaar geleden hadden De Verleiders een voorstelling over het financiële systeem. Zij lieten zien dat geld niet meer gekoppeld is aan goud, maar dat het een volledig virtueel ding geworden is. We maken geld door te lenen van de toekomst, in de overtuiging dat we het in de toekomst wel terug kunnen betalen.

Iets soortgelijks doen we met de aarde. We lenen van de toekomst. Alleen is de overtuiging dat we het terug kunnen betalen wel flink aan diggelen geslagen in dat IPCC-rapport. We hebben meer geleend dan we aankunnen in het heden. Of, zoals iemand op twitter zei (sorry, weet niet meer wie): kunnen we ons in de financiële schulden steken voor de klimaatverandering? Want onze kinderen kunnen die schuld in de toekomst nog wel terugbetalen, maar zonder aarde kunnen ze dat niet.

 

Je zou bijna willen dat die opwarming van de aarde een virus is. Dan zou de regering niet aarzelen rigoureuze maatregelen te nemen. Hoekstra zou laten weten dat Nederland hele diepe zakken heeft, en dat geld geen belemmering mag zijn om de wezenlijke en noodzakelijke verandering te bewerkstelligen. We zouden elke twee tot vier weken een persconferentie hebben waarin we geïnformeerd zouden worden over de stand van zaken, de vooruitzichten en de volgende stappen. Met veel begrip zou Rutte ons vertellen dat het niet leuk is wat hij ons vraagt, maar wel nodig. Dan zou er met een routekaart zichtbaar gemaakt worden in welke fasen en stappen we die opwarming eronder zouden krijgen. Er zou een appel op ons gedaan worden om mee te werken in het belang van het grotere geheel.

Het lijkt mij dè oplossing om die allang individueel gevoelde individuele tot een beweging te maken. Ik zou zelfs prima kunnen leven met hotsklotserigheid van maatregelen, met de niet-altijd-even-duidelijk-te-begrijpen keuzes en de routekaarten die voortdurend veranderen.

 

Zoals het er nu voorstaat, lijkt klimaat me een nutsfunctie, niet een persoonlijke aangelegenheid. En ik weet het, nutsfuncties hebben we neoliberaal weggeorganiseerd, maar kan de regering deze terugpakken?

 

Maar ja, klimaat is geen virus.

Dan maar blijven drammen. Ik wil ook een tweede ijsje.

Groet, Leike

Tekst, toon en urgentie

14 juli 2021


Beste Leike,

“Dansen met Jansen” glom en glunderde voormalig onderwijzer Hugo de Jonge ons toe. Schijnbaar was het virus zo verslagen dat je direct na een prik met het Jansen-vaccin naar de disco kon. De veertien dagen die eerder nog nodig waren om het vaccin effectief te maken waren nu blijkbaar niet eens meer nodig. De persconferentie die De Jonge samen met Rutte gaf stuiterde van het optimisme. Grapperhaus (wie bedenkt zo’n naam?) zong al eerder een liedje over het afscheid van mondkapjes. Het ging allemaal beter dan gedacht met de coronacijfers, dus nu konden we ongeveer alles wel loslaten. Maar zeiden ze dat ook?

Uit de gesproken tekst konden we die boodschap niet afleiden. De formele boodschap was dat we goed op weg waren, dat er aanzienlijk versoepeld zou worden, maar dat het nog niet voorbij is en dat basisregels van kracht zouden blijven. De anderhalve meter, thuisblijven met klachten en heel veel testen bleven de basis.

Het zat hem meer in hóe die teksten werden uitgesproken. Wat moest blijven aan regels klonk routineus en plichtmatig zoals het riedeltje dat verkopers of helpdeksmedewerkers je soms toevoegen nadat de echte inhoud behandeld is. Misschien dachten zij dat we ons iets van die formele boodschap zouden aantrekken. Misschien dachten ze dat ze hun emoties verborgen hadden gehouden, het zijn ook maar mensen. Ik weet het niet.

We hoorden en zagen vooral de opluchting van mensen die lang onder druk hadden gewerkt, de verademing dat de ellende op zijn eind liep. Alsof we toch het EK hadden gewonnen. De overmoed overschaduwde de waarschuwing, het was bevrijdingsdag voor bestuurders.

Maar wat maakte dat de waarschuwingen eigenlijk ten onder gingen in een oproep tot tomeloos feesten? Ik denk dat drie positieve boodschappen elkaar versterkten:

  1. het terugdraaien van flink wat restricties,
  2. de opgeluchte en lollige toon en tenslotte,
  3. de haast in het terugdraaien daarvan alsof we eigenlijk te lang voorzichtig zijn geweest en nu als de wiedeweerga de achterstanden moeten inhalen.

Het gevolg: een persconferentie later, wanneer de besmettingen met ongekende snelheid zijn opgelopen, kondigen Rutte en De Jonge nieuwe aanscherpingen aan. De kernboodschap was dat gedrag zo moeilijk voorspelbaar is. Een golf van kritiek over gebrek aan reflectief vermogen volgde. Waren ze met hun optimisme immers niet zelf de aanstichter? Enkele dagen volgt de reflectie alsnog: Excuses voor het te grote optimisme, maar…. ‘de druk uit de samenleving’ was zo groot.

Eigenlijk vind ik dat laatste het meest ergerlijk. Alsof die druk tot stand komt in een systeem waar zij als bewindslieden geen deel uitmaken. Alsof het gedrag in de samenleving losstaat van het gedrag van het kabinet. Terwijl we nu juist afgelopen twee feestweken glashelder konden zien hoe gedrag in de samenleving sterk beïnvloed wordt door het gedrag van onze regering. Rutte en De Jonge reflecteren weer eens niet op hun gedrag, maar op het gedrag van anderen dat volgt op hun uitlatingen. Waar is het filmpje waar Grapperhaus zingt “Opzij, opzij, opzij, we hebben ongelofelijke haast”?

Groet, Jaap

lenen, lenen, betalen, betalen

29 april 2021


 Beste Leike,
 
Jij bent net als ik van de ouderwetse soort he? Liever sparen dan lenen, niet meer uitgeven dan je hebt, liever een appeltje voor de dorst in je rugzak dan de speculatie dat de wandeltocht vast wel langs een boomgaard zal leiden.
Al sinds de start van Organisatievragen in 1997, kijken we naar patronen. Op onze eerste website plaatsten we er foto’s van, zo gefascineerd zijn we erdoor.  Van de week viel er weer eens een muntje over zo’n patroon in het management van ons land. Ik probeer het zichtbaar te maken aan de hand van een paar voorbeelden.
 
Kijk naar corona. Eerst was het de bedoeling om te versoepelen na de piek. Met de toenemende terrashonger veranderde dat in versoepelen na het plateau. Uiteindelijk werd besloten de rem eraf te halen op basis van een voorspelling dat het plateau waarschijnlijk op zijn hoogtepunt was (wat een beetje gek is voor een plateau). Om tot slot met speculaties over het weer en het toenemend aantal vaccinaties te veronderstellen dat we net langs de afgrond zouden kunnen balanceren. Hier wordt beleid gemaakt op basis van modellen en verwachtingen over een verschijnsel dat we niet kennen en dat al dikwijls verkeerd is voorspeld. De risico’s van deze modelsturing zijn groot: het niet uitkomen van die voorspellingen kost mensenlevens (klink ik nu te dramatisch of demagogisch, of is dit puur feitelijk?). Het kabinet -dat zelf al wekelijks valt- loopt geen risico’s meer, de burgers wel.
 
Je ziet het ook in de decentralisatie van de jeugdzorg een aantal jaar geleden. Het dichter bij de burger brengen van de organisatie, zou ervoor zorgen dat het meer naar de menselijke maat èn efficiënter werd. Althans, dat was de voorspelling waar een voorschot op genomen werd door het budget meteen maar fiks mee te korten. Een omgekeerd voorschot op de toekomst. Inmiddels blijkt de voorspelling niet te kloppen, zijn heel veel gemeenten in diepe financiële problemen omdat ze absoluut niet uitkomen met het bedrag dat ze voor jeugdzorg kregen èn is de jeugdzorg er zo op achteruitgegaan dat betrokkenen over een crisis spreken.
 
Mijn laatste voorbeeld waarin je de liefde voor lenen kunt terugzien. Om een financiële impuls aan het onderwijs te geven werden de studiebeurzen omgezet in een leenstelsel. Studenten zouden immers later ruim gaan verdienen, waarmee ze hun voorschot op de toekomst konden afbetalen. Maar inmiddels heeft de Autoriteit Financiële Markten, in strijd met de afspraken destijds, verordonneerd dat de studieschuld moet worden meegenomen in de afweging of iemand een hypotheek kan krijgen. Daarmee wordt het voorschot dat studenten nu moeten nemen op de toekomst, een toekomstig nadeel.
 
Regeren natuurlijk vooruitzien. Alle beleid dat je maakt is op basis van veronderstellingen over de toekomst. Maar deze voorbeelden doen niet alleen een aanname over de toekomst, ze nemen er ook een hypotheek. Lenen van de toekomst zonder zeker te weten dat je terug kunt betalen. De baten nu, de lasten later. Dat maakt onze samenleving niet alleen fragieler, maar het ondergraaft ook het gezag van de overheid die zijn beloftes niet nakomt. Een overheid die zich in deze populistische tijden gedraagt aan een toegeeflijke ouder die het pubergedrag van zijn kinderen niet begrenst maar aanmoedigt.
En het zijn die pubers die de rekening krijgen.

groet, Jaap

‘Even in vertrouwen…’

6 april 2021


Beste Leike,
 
Nou, je vorige blog veroorzaakte een hoop reuring! Ik denk dat je wel een mooie bijdrage hebt geleverd aan de Paasreflectie waar men in Den Haag naar verlangde na de historische clusterfuck in de Tweede Kamer.
Ik pikte overigens geheel toevallig een gespreksverslagje op:
“Hallo Khadija, met Wobke. Ik wilde nog even -in vertrouwen natuurlijk- iets met je wisselen, want ik kom er niet helemaal uit. We willen nu een informateur omdat die verkenners niet zo goed zijn bevallen, maar nu moeten we namen gaan noemen van mogelijke kandidaten. Dat vind ik moeilijk, want wij vinden het noemen van namen te vroeg in het proces. Bovendien past ons bescheidenheid. Dus hadden we nu bedacht om een profiel te schetsen. We denken aan iemand die behoort tot een van de kleinere partijen, maar wel een partij met een grote bestuurlijke geschiedenis. Graag ook iemand die bv. Vice-voorzitter van de Raad van State is geweest en liefst iemand die eerder informateur is geweest. Liefst een man en tegen een sjieke achtergrond (dubbele naam of zo) bestaat bij ons natuurlijk geen bezwaar.
Dan misschien nog even over de kwestie die gerezen is over iemand van de VVD-fractie. Ik zal die niet bij naam noemen, zulke dingen doen wij niet. Maar ik wil graag stipuleren dat wij een motie van afkeuring steunden en niet de motie van wantrouwen tegen hij-die-niet-genoemd-mag-worden. Van wantrouwen is bij ons geen enkele sprake, wel keuren wij liegen af. Wij konden onmogelijk instemmen met het jokken van een kamerlid, maar omdat hij niet als premier sprak was het geen onjuist inlichten van de kamer. Van onze kant dus geen blokkade voor een kandidatuur van dit lid van de VVD-factie, bovendien gaan wij niet over gekozen volksvertegenwoordigers en is personeelsbeleid iets wat je pas doet als de rest geregeld is. U ziet, we staan er constructief in, als altijd (met het grootste deel van de fractie). Ik meld je dit natuurlijk wel in het volste vertrouwen van vertrouwelijkheid zodat we het vertrouwen kunnen herstellen.”

 

groet, Jaap
 
 

Het zelfgeorganiseerde drama

4 april 2021


Beste Jaap,

 

Het zou best eens gelopen kunnen zijn als in jouw blog. Die wandelgangen zullen echt niet stiller geworden zijn. Wel voorzichtiger denk ik, na dat kamerdebat van donderdag. Mijn hemel! Sheila Sitalsing omschreef de kamerleden als een achter de bal aan dartelende groep. Ik vond het meer de F-jes: rondrennen, kluitjes vormend, af en toe achter de bal aan, maar voetbal kun je het nog niet noemen. Ik zag vooral het gedoe dat je ook ziet in een slecht-georganiseerd en slecht-geëquipeerd zelforganiserend team. Zo’n team waarvan in een reorganisatie te snel de steunstutten zijn weggetrokken in de utopische overtuiging dat alles dan beter gaat. Iets soortelijk is natuurlijk in de Kamer gebeurd toen ze zelf de koning uit het (in)formatieproces wegreorganiseerden. Het effect ervan zagen we donderdag.

 

Het is makkelijk om zelforganiserend enkelvoudige onderwerpen tot een uitkomst te brengen. Eenvoudige vraagstukken regel je wel met elkaar. Voor complexe vraagstukken geldt dat veel minder. Complexe vraagstukken vragen onderzoek, analyse, reflectie en heel vaak organisatie: hoe wil je met het onderwerp omgaan en hoe organiseer je het gesprek erover zo dat echt alle facetten recht gedaan is?

Dat debat donderdag laat zien wat er mis kan gaan als je er de organisatie en spelregels niet voor hebt. Alles liep door elkaar: de inhoudelijke analyse (Wat is er gebeurd?), het functioneringsgesprek (Waar zijn de verkenners de fout in gegaan?), het proces (Mag er in de eerste ronde – informeel – over personen gesproken worden?), het vinden van de zondebok (Wie heeft over Omtzigt gepraat?), groepsdynamische processen (‘Kom niet aan ONZE Pieter Omtzigt’), historische onvrede (nog veel zeer over hoe de toeslagenaffaire tot een einde gebracht was), de eigen rol van de Kamer (Wij zijn de opdrachtgever van de verkenners), de individuele beoordeling (de amnesiekaart een keer teveel getrokken), de onvrede over de disbalans in macht en tegenmacht (verkenners met een politiek profiel en de ambtenaar was van AZ), het vereffenen van rekeningen (‘Hier scheiden onze wegen, ik sta hier met zwaar gemoed.’), het voorschot op het vervolg van de formatie. Al die onderwerpen met alleen het debat als middel om ze te bespreken. Een veel te eenvoudig instrument voor een vraagstuk dat op zoveel borden uitgespeeld wordt. Zonder instrumenten waarmee je de complexiteit productief kunt maken, is er geen andere strategie mogelijk dan de middelpuntzoekende kracht van de vereenvoudiging, wil je zelf niet beschadigd raken. In dit geval dreef die kracht richting Rutte die nu echt echt, echt zijn hand overspeeld had. Hoe meer het debat zich daarop richtte, hoe minder de andere facetten van belang leken. Het lijkt een oplossing, maar eigenlijk organiseer je een gebrekkig enkelvoudig perspectief en daarmee blindheid voor het grotere geheel van patronen.

 

De gevolgen zijn desastreus. De relaties zijn geschaad. Veel partijen staan op achterstand in de (in)formatie nu alles op straat ligt. Het vertrouwen in de politiek zal niet gestegen zijn. De reflectie op het eigen gedrag van de Kamer is buiten de orde gebleven. Maar vooral: het feit dat je als Kamer, na het buitenspel zetten van de koning, eigenlijk nooit goed hebt nagedacht over wat er dan nodig is in organisatie, proces, rollen om zoiets ingewikkelds als een (in)formatie goed te kunnen doen, blijft onbesproken

Als in teams de taak rottig georganiseerd is, trekt dat een wissel op de relatie en vice versa. En de kamer heeft de taak rottig georganiseerd. Zelforganiserende teams moeten hun werk doen èn hun werk zo organiseren dat ze het kunnen doen. Dat organiseren van het werk vraagt aparte aandacht; dat gebeurt niet als vanzelf tijdens het doen van het werk. Een verstandige kamer had dat vooraf gedaan. Door dat na te laten, is ze zelf schuld aan wat er gebeurde, maar die reflectie kwam niet.

 

Groet, Leike

Ondertussen in de coulissen

2 april 2021


Beste Leike,
 
Ja die coulissen. Waarvan sommigen denken dat transparantie iets oplost. Terwijl ze essentieel zijn naast het podium. Ik stelde mij na jouw blog voor wat er tijdens dat veertien uur durende kamerdebat daar plaatsvond. Ik denk ongeveer dit:
 
“Hi Sigrid, Mark hier. Hoor eens, ik begrijp dat jullie het niet langer pikken dat ik heb gelogen. Ik dacht er nog mee weg te kunnen komen, maar op de heilige Omtzigt heb ik me verkeken. Dus ik snap dat mijn rol in de komende formatie is uitgespeeld. Waar ik wel mee zit, is het huidige demissionaire kabinet. Met een motie van wantrouwen ben ik daar ook weg. En hoe moet het dan verder? Stef Blok als mijn opvolger. Stofzuiger in algemene dienst, maar met het charisma van een ijskast. Haha ik wil natuurlijk niet over mensen praten, maar dat wordt natuurlijk een drama. En Tamara is nog echt te groen. Verder hebben we niemand meer nu Klaas weg is.
Dus ik dacht, in het landsbelang, jullie geven me flink om mijn falie, maar niet zodanig dat ik het bestaande kabinet moet verlaten. Dan blijf ik tijdens de crisis nog even crisismanager. Maar het signaal is stevig genoeg dat jullie aan je kiezer kunnen uitleggen dat er een grens is overschreden. Nieuw leiderschap enzo. Wat vind je, is dat wat? Motie van treurnis of iets dergelijks? En dan zeg ik dat het geen motie van wantrouwen is en dat ik hard mijn best ga doen. Je kent me, dat geloven ze nog wel van me. In de komende formatie zal ik dan tegen het eind mijn vertrek aankondigen. Dan hebben we een naadloze overgang. Zou jij willen proberen Wopke hierin mee te krijgen? In het belang van het land? Hé, de bel gaat, debat gaat weer door. We spreken mekaar!”
 
Want we denken toch niet echt dat die coulissen stoppen, toch? Sterker, waarschijnlijk zijn ze levendiger geweest dan ooit in dit debat.
 
Groet, Jaap

Omtzigt, de olifant in de kamer

31 maart 2021


Beste Jaap,

 

Erving Goffman schreef in de jaren Vijftig het boek De dramaturgie van het dagelijks leven. Een boek waarin hij laat zien hoe wij ons in sociale contexten allemaal gedragen naar het daarbij passende script. We zijn niets anders dan spelers op het podium van het leven. Een ober is beleefd, ook tegen vervelende klanten die het bloed onder zijn nagels vandaan halen, want dat hoort bij de rol. Gasten verwachten het, ook – of misschien juist – als iemand zich plurkig gedraagt.

Die scripts en rollen maken de sociale context makkelijker, maar kosten ook energie en beheersing. De pret over Fawlty Towers is in elke aflevering weer gebaseerd op wat er gebeurt als het John Cleese niet langer lukt zich rolconform te gedragen.

Dus zijn er coulissen, off stage-contexten, waarin je uit je rol mag. Een plek waar de ober uit mijn voorbeeld even mag verzuchten dat als dat mens nog een keer zeurt, hij haar kop eraf rukt. Of iets van die strekking. Het zijn de plekken waar je je echte mening over dat onderwerp in de vergadering laat weten. Momenten waarop je informeel bespreekt wat je nou moet met je baas of lastige klant. Of vertrouwelijke gesprekken waarin je het even kunt hebben over Pieter Omtzigt, terwijl je best weet dat de kiezer gekozen heeft en je er niet over gaat, en dat namen formeel pas in een latere fase van het formatieproces aan de orde komen.

De coulissen, de wandelgangen, het toilet, de appgroep, de keukentafel als je net terug bent van je werk: heerlijke plekken waarin je niet helemaal strak in je rol hoeft, waar je mag speculeren, dingen mag zeggen die in je rol niet kunnen, je gedachten mag laten uitlopen en oprekken. Iedereen kent ze, iedereen gebruikt ze. Ze zijn de noodzakelijke aanvulling op de formele optredens. Het is het leven tussen de regels door. Degenen die op dit moment luid verontwaardigd schreeuwen dat dat een schande is, hebben boter op hun hoofd.

 

Laat ik eerst even zeggen dat ik het echt heel erg rot vind voor Omtzigt dat hij, terwijl hij ziek is, weinig steun lijkt te krijgen van zijn partij. Nog rotter dat hij elke dag moet lezen dat zijn partij hem een ‘loose canon’ vindt en hem liever kwijt dan rijk is. Ik weet niet of de verontwaardiging daarover nou helpend is of het erger maakt. Wil je rust, wordt het steeds onrustiger om je heen.

En ik vind het ook stom dat Ollongren (wat zeg ik? De hele demissionaire regering!) gewoon live vergadert, terwijl Mona corona heeft en zij net allemaal getest zijn.

Maar wat Ollongren overkwam kan iedereen gebeuren. Het is niet meer dan even uit je podiumrol vallen en een inkijkje geven in de coulissen. Coulissen waarin het helemaal niet vreemd is dat Omtzigt daar als olifant in de kamer figureert: iedereen weet dat hij er is, maar het is niet de bedoeling dat hij on stage, op het podium, genoemd wordt.

 

Dat uit-je-rol-valgedrag beschrijft Goffman uitgebreid in zijn boek. Het is sociaal ongemakkelijk, maar het script helpt ons: als iemand uit zijn rol valt, dan negeer je dat actief. Als die ober uit mijn voorbeeld achter de bar een geërgerde zucht slaakt, kijken andere gasten hooguit met een klein lachje van herkenning.

Maar als deze theorie klopt, dan zou het zichtbaar maken van de coulissen door Ollongren zou die foto niet letterlijk en figuurlijk uitvergroot zijn. Dan zou niet iedereen de gebeurtenis aangrijpen om zijn eigen punt te maken over Omtzigt, live-vergaderende kabinetsleden, wat het betekent dat de verkenners ook actieve politieke functies bekleden … Het hele geval zou gewoon zijn uitgedoofd.

 

De dramaturgie lijkt veranderd. Goffman leeft niet meer, maar ik ben zo benieuwd hoe hij naar deze gebeurtenis zou kijken. Zou het voor hem reden zijn zijn theorie aan te passen? Want coulissen lijken het nieuwe podium geworden en de (sociale) media de schijnwerper en de versterker waarmee je via brokjes en flardjes uit de coulissen je plek op het podium opeist. Het landsbestuur als een groot theaterexperiment met een toneel zonder coulissen. Escalerend waar escalatie het script niet helpt. Het hele sociale spel wordt er wel dramatischer van. Maar of we Omtzigt of het formatieproces daar nou mee helpen?

 

Groet, Leike

De kiezer als consument

15 maart 2021


Beste Leike,
 
Jij las toch ook die prachtige column van Tommy Wieringa in het NRC van 13 maart?
Waarin hij zegt dat de komende verkiezingen gaan over een keuze tussen de korte en de lange termijn? En dat kiezen voor de korte termijn een soort kolonisatie van de toekomst is: uitbuiten wat niet van jou is? Spot on! Kiezen we ervoor om het leven van onze (klein)kinderen te verbeteren, of om de huidige klimaatproblemen, kernafval, en andere nevenverschijnselen van onze welvaart in de verwegkolonie van de toekomst te stallen, zodat we zelf niks hoeven te veranderen? Après nous la déluge?
Kiezen voor lange termijn is niet makkelijk. De Canadese psycholoog Elliott Jacques zegt hier interessante dingen over. Hij onderzocht wat werk eenvoudig of juist moeilijk maakt en concludeerde dat de tijdspanne waarin je feedback krijgt doorslaggevend is. Hoe korter, hoe eenvoudiger en overzichtelijker. Hoe langer, hoe moeilijker en abstracter.
Zo mag ik ’s zomers graag mijn gras maaien. Terwijl ik achter mijn maaimachine loop, verandert het gras van een rommelig veldje met verschillende lengtes en allerlei onkruid in een strak en opgeruimd gazonnetje. De feedback op mijn handelen is niet alleen heel snel, het is ook direct duidelijk als ik iets vergeten ben. Heerlijk!
Vergelijk dat eens met het schrijven van onze boeken. Boeken schrijven is heel ambigue werk waarvan je de feedback pas jaren na het eerste geknutsel ontvangt. In het begin weten we eigenlijk niet goed wat we willen zeggen. Er zit van alles ongeordend in ons beider hoofden en er zijn misschien vermoedens van waar het heengaat, maar veel meer dat, is het in het begin niet. Terwijl stukken tekst vorm krijgen blijft de vraag of we voldoende samenhang krijgen, of er een verhaal van te maken is. Zo’n betoog vormt zich in de loop van de tijd, maar zelfs dan is de vraag of wij hetzelfde boek schreven als de lezer leest. Pas als dat laatste gebeurt, krijgen we echt feedback. Hoe heerlijk en rustgevend is dan het kortetermijnresultaat van dat grasmaaien! Overzichtelijk, duidelijk en ondubbelzinnig.
 
Is er bij de verkiezingen niet iets soortgelijks aan de hand? Partijen met een langetermijnvisie vragen de kiezers eigenlijk om te accepteren dat het effect van hun beloften pas op heel lange termijn zichtbaar is, terwijl er op kortere termijn wel gevraagd wordt het leven te veranderen. Je moet bijvoorbeeld op korte termijn veel dingen anders doen om duurzamer te leven zodat er op langere termijn een grotere kans ontstaat op een beteugelde klimaatverandering. De kortetermijn gedragsverandering kan heel concreet zijn, terwijl de opbrengst behoorlijk abstract en ver weg is.
Er zijn ook partijen die kiezers helemaal niet vragen om ver te kijken. Zij beloven verbeteringen op de korte termijn. Resultaat waar je wat aan hebt en dat snel zichtbaar wordt. U vraagt en wij draaien. Wilt u een sterke man, hier is ie! Wilt u dat we weer allemaal het terras op kunnen? Gaan we regelen! Ruimhartig met beloften, maar versluierend over welke investeringen dat van ons vraagt, laat staan welke wissel we op de toekomst trekken. In de eerste vier jaar vooruit wordt de wereld mooier, leuker, beter. Het past in de wereld van “Voor 12 uur besteld? Morgen in huis”.
 
Ik wil die kolonisatie van de toekomst niet. Ik wil een politiek die over vier jaar heen kijkt, die durft te zeggen dat ze 25 jaar verder kijken en dat dat op korte termijn niet zo leuk is. Een politiek die helpt de echt moeilijke keuzes te maken, zodat we de toekomst mooier maken voor onze kinderen en kleinkinderen. Hoe moet dat Leike, in een wereld die van instantbevrediging aan elkaar hangt?
 
Groet, Jaap

Emotie-emancipatie

27 februari 2021


Beste Leike,

 

We leven in tijden van korte lontjes, van hevige frustraties. We zien een kabinet dat zwicht voor de druk om de lockdown te verslappen (ze noemen het versoepelen) omdat “mensen het niet meer aankunnen”. Niet alleen scholieren mogen een dagje naar school, maar je mag in tijdslots naar de winkel en weer naar de kapper (menselijke waardigheid las ik ergens).

Zo anders dan bij de Britten, bij wie afzien tot de volksaard lijkt te behoren: “Keep calm and carry on”. Zou het vermogen om keurig op je beurt te wachten (in the queue) iets te maken hebben met het kunnen uitstellen van behoeftebevrediging in het algemeen? Zijn wij eigenlijk een ongeduldig voordringvolkje?

We lazen ooit in het mooie boekje van Ignaas Devisch ‘Het empathisch teveel’ hoe een constant beroep op onze empathie leidt tot willekeur en irrationele afwegingen. Het geeft ruimte aan ongelijkheid omdat empathie nu eenmaal specifiek is; een filmpje over Jemen kan je stimuleren je portemonnee te trekken, maar als er geen filmpje over de Oeigoeren is…. Hij pleit voor een werkbare onverschilligheid. Zo toomt hij de empathie in met het verstand.

Ik ben zelf in de jaren zestig grootgebracht met de waarde van gezond verstand. Huilen werd je nog wel vergeven als kind, maar het was iets dat je moest afleren. “Een gebroken been is erger” was een van de gevleugelde uitdrukkingen van mijn moeder. De naoorlogse wederopbouw ging om hard werken, afzien en niet zeuren. Het moet eind jaren zestig zijn geweest dat onze emoties emancipeerden. Love was het toverwoord van de hippies, de pil gaf onze lust meer ruimte, de verbeelding moest aan de macht, woorden als frustratie verhuisden van de spreekkamer van de therapeut naar het maatschappelijk debat, het persoonlijke werd politiek. Ik herinner me dat ik op de sociale academie leerde dat gevoelens feiten zijn en dat ongeveer alles ‘moet kunnen’. We kregen het inzicht dat veel van ons gedrag eerder door gevoelens gedreven werd dan door rationele afwegingen. Managers werden in ‘sensitivitytrainingen’ geconfronteerd met onderbewuste drijfveren; soms leerzaam, soms met dramatische gevolgen. Emoties en gevoelens waren niet langer persoonlijke drijfveren die achter een stiff upperlip verborgen dienden te worden, maar werden bevrijd en daarmee relevant.

Ik weet niet waar het gebeurd is, mogelijk is het zo’n emergent proces waar je de vinger niet op kunt leggen, maar ik heb het gevoel dat onze waardering voor emoties gaandeweg enorm uit de hand is gelopen. Mensen gaan om de haverklap uit hun dak, uiten dat in social media, spreken in hyperlatieven in de talkshows en zien hun persoonlijke emoties als ‘epic’ ervaringen. Persoonlijk kan ik af en toe ook koken als ik zie hoe de boven ons gestelden deze crisis managen. Maar hoe productief is die boosheid nu eigenlijk?

Ik moet vaak denken aan René Gude, die zijn emoties als terminale kankerpatiënt temde met ‘humeurmanagement’. Niet verdrietig en lamgeslagen op de bank gaan liggen, ook niet ontkennen dat het mis gaat, maar iets ertussen in: het humeur managen met het verstand. Een verstandige man, die René. Moeten we met hem in gedachten niet juist de luidst geschreeuwde emoties dempen, en onze kop erbij houden voor het zorgvuldig in evenwicht houden van het collectieve humeur? En een beetje op onze beurt wachten?

 

Groet, Jaap

 

Organisatievragen