Met enige onregelmatigheid schrijven Leike en Jaap elkaar een dialoogblog over het vak en de wereld. Daar kun je je op abonneren, dan krijg je bij iedere nieuwe blogpost een melding. Ook heel leuk vinden we het als je je ermee bemoeit en een eigen bijdrage levert. Naar een specifieke blogpost zoeken of neuzen door alle titels kan in het blog overzicht.

De Haagse zandbak

11 juni 2025


Beste Jaap,

 

Al jaren spreken pers en politici over de Haagse kaasstolp: een gesloten werkelijkheid met een eigen logica van onderhandelen, spinnen en beleidsabstracties. Maar eerlijk gezegd heeft die Haagse politiek meer weg van een zandbak dan een kaasstolp.

Een jaar lang zagen we de val van het kabinet aankomen, een jaar van politiek gesteggel en geruzie. Onze politici gedroegen zich als kleuters in een zandbak. Dan weer elkaars beste vriendje of vriendinnetje, dan weer diep verdriet over dat de ander je BFF niet meer wil zijn, of ruzie over emmertjes en schepjes. En op dit moment, nu onze regering heeft besloten niet samen verder te gaan, maken ze ruzie om het asielemmertje en -schepje. Iedereen wil er de blits mee maken.

(Ik hoor net dat ze het met zijn drieën gaan delen! Benieuwd hoelang het duurt voor er met het emmertje geslagen wordt.)

 

Ik zou het nog amusant vinden als die zandbak echt een zandbak was, maar het is verdorie de maatschappij waar ze in en mee spelen! Het zijn geen zandtorens die ze willen afbreken, zandkastelen die ze willen bouwen of steentjes die ze willen herverdelen. Ze spelen in een echte wereld! Hun handelen heeft effect op heel veel mensen, op sociale structuren en economische belangen.

 

In ons nieuwe boek beschrijven we dat -vooral publieke- organisaties in de afgelopen jaren zo schraal zijn geworden dat ze niet meer goed in staat zijn om complexe vraagstukken aan te kunnen. Maar eigenlijk gaat het daar nog aardig als je het vergelijkt met een regering die alles platgeslagen heeft, moeilijke keuzes niet aandurfde en de gevolgen van te makkelijke keuzes steeds niet overzag. Het ambtelijk management gedraagt zich als de volwassene in de kinderkamer.

In tegenstelling daarmee hadden we te maken met een regering die zich weinig systeemintelligent en heedful toonde. Als je beschikt over systeemintelligentie, ben je je bewust van de grotere wereld om je heen, begrijp je dat jij daar onderdeel van bent en dat je handelen effect heeft op dat grotere geheel en vice versa. Heedful interrelating is de term die Karl Weick gebruikt als het gaat om het handelen dat daarbij hoort: je bewust zijn van je taak en hoe je handelen daarin anderen beïnvloed.

 

Dat laatste leek bij deze regering beperkt tot die randen van de Haagse zandbak. De verbinding met het grotere geheel lijkt zich te beperken tot de ‘achterban’, waarvan iedere partij er eentje heeft en waar ze ‘alles’ voor doen. Bateson ging ervan uit dat een vitaal systeem beschikt over ‘mind’, het vermogen om een vitale relatie met de omgeving aan te gaan, in staat te zijn om de complexiteit ervan aan te kunnen. Ik vrees dat het het afgelopen jaar bij ons regeringssysteem vooral ging om een ‘narrow mind’: gekeken door het rietje van de ‘achterban’, blind voor de gevolgen van je handelen op het grote geheel. Kijken of je je eigen kiezers kunt pleasen met lullige cadeautjes.

 

Op dit moment lees ik Geert Maks Wisselwachter, over de periode 1933 – 1945 in Amerika. De tijd van Theodore Rooseveld Jr. Heel bijzonder om te lezen. Het politieke gemanipuleer was niet heel veel anders. Maar de plek die Rooseveld en zijn maten zichzelf toedichtten in de grotere wereld was heel anders dan de huidige politieke, populistische mode. Ze stuurden een groep journalisten het land in om in de haarvaten te onderzoeken wat nodig was en deden echt wat met hun bevindingen. Ze voelden zich diep verantwoordelijk voor de maatschappij als geheel en niet alleen voor ‘hun achterban’ en hoe je die politiek voor je wint. Ze beschikten over enorm veel systeemintelligentie.

 

Dat is wat we in deze tijd nodig hebben. Onze politieke instituties kunnen de vraagstukken van vandaag alleen hanteren als ze actief verbonden zijn met alle facetten van hun context en niet alleen hun achterban. Politiek handelen dat zich niet alleen afspeelt in een geïsoleerde zandbak, maar politiek als open systeem met een rol in de grotere context, in staat om moeilijke beslissingen te nemen. Systemen waarin mensen begrijpen dat je er bent voor het grotere geheel, niet alleen voor eigen politiek gewin. Systemen die moreel geloofwaardig zijn, menselijk zijn en die gemeenschapsvorming ondersteuning in plaats van mensen uit elkaar te spelen. Zolang het spel gespeeld wordt op de vierkante meter van de Haagse zandbak, met alleen in retoriek rekenschap van het grotere geheel, hou ik mijn hart vast.

 

Groet, Leike

Reddeloze zelfredzaamheid

30 mei 2025


Beste Leike
 
Helemaal niks kunnen we als mens alleen.
Hoe moet je zonder anderen geboren worden? Opgevoed? Om over onderwijs nog maar te zwijgen; op wiens kennis zou je de jouwe moeten doorbouwen? Het tocht van de open deuren als je je een leven zonder anderen voorstelt. In Robinson Crusoe zit de hoofdpersoon alleen op een eiland, maar hij heeft Vrijdag nodig om daar nog een beetje betekenisvol te kunnen leven. De vondeling Kaspar Hauser groeide op zonder andere mensen en werd een curiositeit en voorwerp van onderzoek en speculatie. Helemaal alleen-zijn is verschrikkelijk.
Toch leven we in een tijd waarin het individu op een enorm voetstuk wordt gezet, hoogtevreeswekkend noemden we dat voetstuk al in Onmacht. We associëren individualisme met vrijheid, met eindeloos kunnen kiezen, met autonomie, met zelfstandigheid en onafhankelijkheid. Zelfredzaam zoals de neoliberalen het graag noemen. Allemaal heel erg fijne begrippen. Op het eerste gezicht.
Want op het tweede gezicht weten we dat we helemaal niet vrij kunnen zijn zonder anderen, dat autonomie niet gaat over volledig losstaan, maar altijd alleen bestaat in gebondenheid. Dat we helemaal niet volledig onafhankelijk kunnen zijn, of sterker nog, dat volledige onafhankelijkheid pure eenzaamheid betekent. Er is helemaal geen zelfredzaamheid zonder de ander. We kunnen niet zonder elkaar.
In jouw vorige brief memoreerde je de moeder die tussen wal en schip van onze instituties terechtkwam. Meer dan honderd hulpverleners deden net steeds onvoldoende, met als argument dat die moeder zelfredzaam moest worden. Je ziet hier de doorgeschoten ideologie van de individualisering. Wat een eenzaamheid!
Zelfredzaamheid zonder anderen bestaat niet. Het wordt dan ieder voor zich, in een wereld die er vooral is voor de sterken. Het wordt dan eigen schuld van hen die het niet lukt om zelfredzaam te zijn. En wij kunnen ons hullen in onverschilligheid: niet ons probleem.
In Wederopbouw, dat per half juni in de boekhandel ligt, zoeken we naar het herstel van organiseerfundamenten die de laatste jaren in verval zijn geraakt. Een daarvan is de kracht van de gemeenschap, de waarde van solidariteit en de rol van gezamenlijkheid. Als tegenkracht tegen te ver doorschoten individualisering.
We moeten weer leren te denken over de noodzaak van afhankelijkheden; denken in termen van (om het sjiek te zeggen) interdependentie. We moeten leren die afhankelijkheden te doseren in de wetenschap dat een teveel ons weliswaar benauwt, maar dat we niet zonder kunnen. We kunnen als individu niet zonder elkaar leven, en zonder afhankelijkheden zou de samenleving niet eens bestaan.
Over mensen en groepen wordt wel gezegd dat iedereen wel tot een groep wil horen, en zodra dat lukt, zich binnen die groep ook weer wil onderscheiden van de anderen. Het is precies die dubbelzinnigheid die we moeten snappen in het opbouwen van meer gemeenschap, van betere samenwerking en van verbinden van wat versplinterd is. Vertrouwen is de moed je afhankelijk te maken van anderen. We moeten de moed hebben ons gedrag te ontindividualiseren en ons denken te ontpsychologiseren.
Het zal niet makkelijk zijn ons denken zo te herprogrammeren, maar we kunnen het als we Hannah Arendt mogen geloven; we hebben altijd een vermogen opnieuw te beginnen.
 
Groet, Jaap
 
 
 

De aarde en de wereld (2)

21 mei 2025


Beste Jaap,

 

Wat een pijnlijk scherp zinnetje: ‘De aarde ligt niet wakker van de wereld’. Het legt onmiddellijk bloot hoe nietig wij zijn tegenover de oerkracht van de aarde. En hoeveel hybris de wereld heeft om te denken dat de aarde zich gaat voegen.

Nadenkend over je blog, bedacht ik dat die wereld nog een andere kant heeft. De wereld is misschien van nul en generlei betekenis voor de aarde, maar de imperfectie en complexiteit van het echte leven laat de wereld dan van tijd tot tijd weer onverschillig.

 

Op dit moment circuleert een bericht van Michelle van Tongerloo, straatarts in Rotterdam, over een dakloze moeder met twee kinderen. Het lukt de vrouw maar niet om hulp te krijgen. Meer dan honderd (!) mensen van verschillende instanties zijn betrokken. Zelf schrijft ze: ‘Honderd medewerkers. Honderd salarissen. Honderd mensen druk bezig, maar het helpt niets. Tientallen ambtenaren waren druk bezig met rapporten schrijven over haar ‘zelfredzaamheid’, zodat ze het zelf moest uitzoeken. En toen ze het niet meer aan kon werd ze geclassificeerd als ‘niet meewerkend’’.

Dan gaat er toch ook echt iets mis tussen wereld en het echte leven? Dan ligt de wereld toch ook niet wakker van wat er in de eigen schoot met mensen kan gebeuren?

 

Yuval Harari beschrijft in zijn boeken prachtig hoe we met onze sociale vermogens in staat zijn om grote gehelen te bouwen. We kunnen over lange afstanden organiseren. We kunnen organiseren dat we grote gehelen bij elkaar houden; iets wat een klein groepje enkelingen niet lukt. We krijgen heel complexe dingen voor elkaar, en dat is door de tijd heen ook nog eens robuust ook. Ons vermogen om te werken met symbolisch betekenisvolle constructen leidt tot de meest prachtige, vernuftige sociale bouwsels die werelden omspannen, of die een maatschappij betrouwbaar en prettig reguleren. Wat een vermogen hebben wij mensen om die wereld te bouwen! Wat geeft het de nietige enkeling comfort en veiligheid, wat maakt het veel mogelijk voor heel veel mensen.

En toch, en toch, het werkt niet voor iedereen. De vrouw die Van Tongerloo beschrijft raakt erdoor vermorzeld.

De wereld is niet alleen losgezongen geraakt van de aarde, maar op heel veel plekken ook van echte levens. Niet intentioneel, wel schrijnend.

 

Luhmann schrijft in Trust over systeemvertrouwen: het vertrouwen dat je hebt in de werelden die we gebouwd hebben. Een vertrouwen dat geankerd is in de abstractie van die wereld, los van de mensen die er onderdeel van uitmaken. Je maakt niet eerst kennis met de piloot voordat je in het vliegtuig stapt, omdat je vertrouwen hebt in het concept vliegen. Dat vertrouwen is gebaseerd op ervaringen, maar die hoeven niet van jezelf te zijn. Zo werkt het ook met ons vertrouwen in instanties, in de procedures van de maatschappij, in wetten, in hulpverleners, in de rechtspraak. Wat we gebouwd hebben, is bedoeld om voorspelbaar en betrouwbaar te zijn. Dat is het vaak ook en dat is fijn. Zonder systeemvertrouwen zouden we weer teruggeworpen worden op de kleine groep, en valt onze sociaal geconstrueerde wereld in duigen.

 

Maar die grote en omspannende systemen raken ook gesloten voor complexiteit, onvoorspelbaarheid en situaties die niet binnen het grote gemiddelde vallen. Die worde niet herkend, omdat ‘de wereld’ niet geankerd is in ervaring maar in abstractie. Individuele verschillen en afwijkingen worden er onzichtbaar van. En als ze zichtbaar zijn, dan is er geen repertoire voor de enkeling die niet in de massa van het grote geheel valt. Met desastreuze gevolgen, want dan blijken onze zo mooi gebouwde werelden reuzen op lemen voeten die zich niet zomaar laten veranderen.

 

Laten we de aarde weer op 1 zetten, en voorkomen dat echte mensen knel raken in de anonimiteit van de wereld!

 

Groet, Leike

De aarde en de wereld

8 mei 2025


Beste Leike,
De kakelverse Denker der Nederlanden, David van Reybrouck, schreef een klein, mooi boekje bij de aanvaarding van zijn rol: De wereld en de aarde. Het kwam uit net voor we ons boek ‘Wederopbouw’ voltooiden.
Van Reybrouck maakt in zijn boek een prachtig onderscheid tussen de aarde (de planeet, de natuurwetten) aan de ene kant en de wereld aan de andere kant. De wereld is zoiets als wat wij mensen ervan maken. Met onze staten, ons kapitalisme, onze culturen, onze conflicten enzovoorts.
Sleutelzin in het boekje vond ik: “De aarde ligt niet wakker van de wereld”. Daarmee brengt hij in één raak zinnetje onder woorden wat ik al jaren nooit scherp te pakken kreeg: het idee dat al onze menselijke creaties waar we zo trots op zijn, een incident zijn in het bestaan van onze planeet. Waarmee Van Reybrouck ook in een keer een hiërarchie aanbrengt in de problemen waar we als mensheid mee kampen. De problemen van de aarde zijn belangrijker dan die van de wereld. Een slag concreter: de klimaatcatastrofe die inmiddels om zich heen grijpt, de enorme terugloop van het aantal insecten, waaronder de bestuivers van onze eetbare planten en de enorme krimp van de soortenrijkdom, kortom de bedreigingen van de aarde, moeten onze topprioriteit zijn.
Maar wat we zien is dat de politieke aandacht niet primair uitgaat naar de aarde, maar naar de wereld. Naar superbelangrijke onderwerpen als de internationale rechtsorde, het naderend einde van het neoliberale kapitalisme, de onvoorspelbare opkomst van kunstmatige intelligentie, verder om zich heen grijpende techno-oligarchie en autocratendom. We maken ons zorgen om oorlogen, racisme, de rechten van minderheden, om woningnood, op de loer liggende pandemieën, populisme, woke of niet-woke, de vrije pers, de onafhankelijke wetenschap, de verruwing van de omgangsvormen.
Aardevraagstukken als klimaat, natuurwaarden en stikstof, biodiversiteit en het opraken van grondstoffen, delven het onderspit. Als ze überhaupt al worden afgewogen. Het resultaat: een minister van groene groei (een oxymoron) die nog geen deuk in een pakje boter krijgt. Want immigratie, dat is pas een probleem.
We denken dat aarde- en wereldproblemen van gelijke orde zijn; tegen elkaar af te weten zijn. Maar de wereld bestaat in hoge mate uit mentale constructen: dingen die bestaan omdat we besloten hebben dat die bestaan: cultuur, geld, informatie, welzijn, rechtvaardigheid, onafhankelijkheid, individu en dergelijke. En die wegen we af tegen elementen van de aarde die niet afhankelijk zijn van hoe we erover denken: zwaartekracht, een etmaal, co2, biologie, virussen enzovoorts.
En dan de zin van Van Reybrouck: “De aarde ligt niet wakker van de wereld”. Onderhandelen met de aarde is kansloos. Klimaatregelen uitstellen -omdat we het druk hebben met defensie-uitgaven of het verstrekken van lintjes- leidt er niet toe dat de aarde even zijn adem inhoudt om ons terwille te zijn.
In wederopbouw verkennen we hoe we moeten bouwen op de puinhopen die we veroorzaken, hoe we opnieuw kunnen beginnen. Laten we hopen dat het ook lukt die puinhopen niet nog veel groter te laten worden. Laten we de aarde op 1 zetten.
 
Groet, Jaap

Faillisementsbericht

27 april 2025


Beste Leike,
 
Ons boek Wederopbouw is af en dat geeft ruimte. Wat vraagt die laatste fase, met tekstredactie en proefdrukken, toch altijd veel tijd. Tijd die we niet stoppen in briefbloggen aan elkaar, dus dat schoot er de laatste tijd behoorlijk bij in. Hoewel dat niet de enige reden is waarom ik zo weinig brieven heb geschreven. Dat is nogal paradoxaal, want er zijn dagelijks zoveel onderwerpen die mijn aandacht vrijwel helemaal opzuigen, maar wat moet je erover schrijven? Het stikt van de gebeurtenissen in hoe we de wereld organiseren, de media staan bol van de politicologische, historische, economische, sociologische, ecologische en psychologische commentaren. Maar die gebeurtenissen nodigen eigenlijk ook uit tot een organisatiekundig of veranderkundig commentaar. We zitten midden in een crisis, of misschien wel revolutie, van hoe we de wereld ordenen en bestieren. Zowel in eigen land en Europa, als in de VS, het land dat lang als ons voorbeeld diende en waarin ontwikkelingen vaak een jaar of vijf op ons voorlagen.
 
We zien de rechtsstaat afbladderen door politici die democratie uitleggen als ‘de meeste stemmen gelden’ en dus mogen ‘wij’ nu ‘onze zin’. De verantwoordelijkheid om bestuurder te zijn voor het hele land, de verantwoordelijkheid voor het behoud van het bestel, raakt naar de achtergrond door openlijk groepsegoïsme.
De oude checks and balances met een onderscheid tussen wetgevende, uitvoerende en rechtsprekende macht en met een vrije pers en onafhankelijke wetenschap, hebben plaatsgemaakt voor autocratische en oligarchische bewegingen. Het natie-egoïsme van het rijkste en machtigste land ter wereld is onverbloemder dan ooit en handelsoorlogen worden gestart. Niet alleen de buitenwereld wordt buitengesloten als oplichters en profiteurs, ook de geschiedenis wordt afgeschaft door te verklaren dat de voorgangers boeven waren of op zijn minst volledig incompetent. Een isolement in plaats en tijd.
Je liet me de posts zien van Kirsten Verdel die dagelijks uit Amerika bericht wat er die dag weer is besloten (lees hier). Als je dat leest zit je bovenop (of middenin?) de geschiedenis.
 
En ondertussen is er een kracht die zich hier niks van aantrekt, waarmee niet de onderhandelen valt en die zijn goddelijke eigen gang gaat: de natuur. Hier passeren we kantelpunt na kantelpunt met onomkeerbare overgangen. De biodiversiteit slinkt in hoog tempo en de wereld wordt gestaag warmer, met alle onvoorspelbare en ondenkbare gevolgen van dien. Hoe onvoorspelbaar het wordt werd deze week in beleid vertaald: we gaan ons nu ook voorbereiden op gestaag kouder, omdat de warme golfstroom kan stilvallen.
 
Er gebeurt zo verschrikkelijk veel, Leike, dat ik niet weet waar te beginnen op de postzegel die een blogje is. En wat kan ik nog toevoegen aan die eindeloze reeks bespiegelingen die lezen als het commentaar op een voetbalwedstrijd: interessant, maar het verandert niets aan wat er op het veld gebeurt.
 
Gek eigenlijk, want het is precies dat waar we in ons boek antwoorden op zoeken. Want we schrijven over wat te doen als er van alles instort, over wat het betekent als repareren niet meer kan omdat de fundamenten zijn gaan rotten of overbelast zijn geraakt. We schreven over de wederopbouw die ook nu al nodig is, omdat de ineenstorting geen moment is, maar een proces waar we al middenin zitten.
 
Zullen we de komende tijd eens met onze boekbril kijken naar de actualiteit? Kijken of het ons helpt om die beter te begrijpen?
 
Groet, Jaap
 

Symmetrisch opslingeren

7 februari 2025


Beste Jaap,

Laat ik het in dit briefblog opnemen voor de politici waar ik in de vorige twee brieven best kritisch over was. Want laten we wel wezen, die arena kan toch niet meer (lang) leuk zijn om in te vertoeven? Niet alleen zijn de omgangsvormen op je werkplek zijn behoorlijk verruwd, je collega’s mogen ook in de buitenwereld van alles over je zeggen. En als je dan mensmoedig namens de mensen die je kozen je best staat te doen, dan krijg je er ook in de buitenwereld van langs. Letterlijk vaak, in de vorm van bedreigingen. Of minder letterlijk met scheldkannonades of nare grappen, woke- of wappieveroordelingen. Als dit in organisaties aan de hand zou zijn, zouden er onderzoeken komen, zou er gesproken worden van een giftige en onveilige cultuur. Maar voor de politiek vinden we dat dit erbij hoort.

 

Paul Watzlawick hanteert in zijn boek De pragmatische aspecten van menselijke communicatie vijf axioma’s, waarvan de meest bekende is ‘je kunt niet niet communiceren’. Maar ik moest denken aan de vijfde: communicatie tussen mensen kent twee actiepatronen, symmetrisch en complementair. In het symmetrische actiepatroon versterken mensen elkaar, dan slingert de interactie op. De een wordt boos, de ander reageert bozer, de een wordt nog bozer, de ander …. In complementaire interactiepatronen dempen de bijdragen elkaar: de een wordt boos, de ander bindt in.

 

Het debat in de kamer kent vast nog beide interactiepatronen maar het symmetrische interactiepatroon heeft de laatste jaren aan kracht gewonnen. Niet alleen in het debat, maar vooral tussen politiek en socials bestaat de ruimte om lekker symmetrisch op te slingeren. Sterker, de socials zijn er bewust op ingericht: controverse en verontwaardiging leveren kliks op. Een politicus zet iets op de socials, en dan gaat het los. De ene bijdrage overtoept de andere in lelijkheid en lompheid. Dat trekt weer de aandacht van de pers, waardoor het een nieuwsitem wordt, wat weer tot nieuwe reacties op de socials leidt zoniet een debat in de kamer. Een interactiepatroon waarin diezelfde politici zich overigens niet onbetuigd laten, met hun gesneden filmpjes over het debat, scherpe toon en aantijgingen.

 

Als we iets geleerd hebben van Watzlawick, is dat je in zo’n gefixeerd interactiepatroon maar heel moeilijk kunt doorbreken. Je bent erin gevangen geraakt. Dat geldt voor menselijke interactie en communicatie, maar het is nog moeilijker als het gaat om een symmetrisch escalatiepatroon tussen verschillende maatschappelijke deelsystemen, waarvan eentje ook nog eens beschikt over bots met hun eigen opslingereffect. Je hebt er als individu nauwelijks invloed op. Het is opgesloten geraakt in niet-menselijke entiteiten: de politiek, de socials, de pers. Veranderen van je eigen individuele gedrag heeft daarop nauwelijks invloed. Het enige wat het je oplevert is imagoschade, kiezersverlies of gezichtsverlies. Het patroon tussen die deelsystemen gaat gewoon door, want dat is ingebed in grotere gehelen dan waar je zelf controle over hebt.

 

Een oplossing is er niet. Het symmetrisch patroon heeft gewonnen, de socials hebben er een drijvende kracht in en dat nemen we nooit weg. Proberen een ander geluid te laten horen – wat voor jezelf beter moet voelen- doorbreekt het patroon niet.

Giftig, dat is het. Onveilig ook. Ik geef het je te doen om je daartoe te verhouden. Ik doe het politici niet na. We moeten denk ik ook groot respect voor ze hebben. Zij doen dat toch maar.

 

Groet, Leike

 

(PS: mijn respect geldt iedereen, maar net even wat minder de mensen die dat symmetrisch opjagen benutten voor hun eigen gewin. Dat dan weer wel.)

 

 

 

Waarschuwingslampjes

24 januari 2025


Beste Jaap,

 

Lang geleden bezat ik een heel oud barrel waarvan op een gegeven moment het lichtje van de remmen oplichtte. Naar de garage dus, want dan moet er iets vervangen of gerepareerd. Toen ik de auto ophaalde, was het lichtje uit. Probleem gefixt.

Niet zo heel lang daarna moest diezelfde auto door de APK, bij een andere garage. Zij constateerden dat ik ongeveer op de remklauw reed, dat de remblokken helemaal afgesleten waren. Bleek de eerdere garage, je gelooft het niet maar het is echt gebeurd, gewoon het draadje naar het lampje doorgeknipt te hebben!

Ik moest aan dit voorval denken toen Caroline van der Plas, in reactie op de uitspraak van de rechter over het stikstofbeleid van de regering, zei dat het aantoont dat de stikstofdoelen niet deugen. Wonderlijk: de rechtelijke uitspraak wijst je op nalatigheid ten aanzien van je eigen afspraken en dan verander je de afspraken in plaats van je acties?

 

Het ziet eruit als wat sommige van mijn studiegenoten deden: een planning maken voor hoe ze door de lesstof zouden gaan, dat dan niet doen, en vervolgens de planning aanpassen. Het gevolg: je bent alleen maar met de planning bezig. Of in Den Haag: je lult alleen maar over hoe je zou willen dat de wereld was.

Die stikstofdoelen zijn bedoeld om het handelen te richten, niet het wensdenken in de politieke arena. Als we nu niks doen, maken we de wereld voor onszelf op zijn minst lastig, maar voor de generaties na ons onleefbaar. In tijden van overvloed kan je iedereen zijn zin geven, in tijden van schaarste moet je een weging maken van wat kan en niet (meer) kan. Met de toekomst voor ogen moeten we nu niet als een kortzichtig paard het terrein kaalvreten (om even een agrometafoor te gebruiken).

 

Elliot Jaques, managementconsultant en psycho-analyticus, legde de link tussen het cognitieve vermogen van mensen en de functie die ze daarmee aan kunnen. De uitgangspunten van zijn denken: hoe hoger in de organisatie, hoe meer complexiteit (en daarmee onzekerheid) je aan moet kunnen en hoe langer de tijdsinterval tussen je handelen en het effect ervan. Heb je zo’n functie, dan moet je het aankunnen dat jouw handelen niet meteen effect heeft, dat je nu – al dan niet pijnlijke – keuzes moet maken omdat dat voor de toekomst nodig is. Wellicht zelfs dat het effect pas zichtbaar wordt na jouw functietermijn.

Jaques’ onderzoek toonde ook aan dat er maar weinig mensen zijn die de cognitieve vermogens hebben om dat aan te kunnen. Zijn inzichten vormen daarom nog steeds de basis voor bijna alle functiewaarderingsystemen en selectieprocedures. De match tussen context, functie en cognitieve vermogens is belangrijk voor het functioneren van een systeem.

 

Vertaal ik Jaques’ denken naar de politiek, dan moet je in lange tijdhorizonnen durven denken, moet je durven zien wat er in het nu nodig is om onze maatschappij ook voor toekomstige generaties leefbaar te houden. En je moet de complexiteit en onzekerheid aankunnen van schaarste in een arena van belangen. Je moet over het cognitieve vermogen beschikken om dat te kunnen zien, en over de durf om pijnlijke keuzes te maken en ons daarin mee te nemen.

Maar onze politici willen de draadjes van het waarschuwingslampje doorknippen en vrolijk doorrijden. Terwijl de rechter, die zorgvuldig onderzoek deed, zegt dat we dat beter niet kunnen doen.

Maar hoe leg je dat uit aan mensen wiens cognitieve vermogen dat niet aan lijkt te kunnen?

 

Groet, Leike

 

 

 

 

 

 

Ashby’s homeostaat

20 januari 2025


Beste Jaap,

 

In 1948 lukte het William Ross Ashby om een ‘homeostaat’ te bouwen: een machine die zichzelf wist aan te passen aan veranderende omstandigheden en zich zo in evenwicht wist te houden. Ashby was een cyberneticus, een systeemdenker die geïnteresseerd was in hoe organische systemen dat doen, zichzelf in evenwicht houden in een veranderende context. Dat is natuurlijk ook een mirakel, dat ze dat kunnen. Dat gaat niet als vanzelf. Dat evenwicht ontstaat door ingebouwde mechanismen die zo’n systeem voortdurend bijsturen. Daardoor blijft je lichaam bijvoorbeeld constant op 37 graden. Zoals een thermostaat zorgt dat het in je kamer ongeveer dezelfde temperatuur blijft.

Ashby’s zelfgebouwde mechanische homeostaat – gebouwd van afgedankt militair materiaal – behield dat evenwicht ook. Ashby liet daarmee zien dat zo’n systeem niet per se organisch hoeft te zijn, maar dat je het ook kunt bouwen. Sindsdien hebben we veel geleerd over zichzelf stabiliserende machines. Vinden we helemaal niet gek meer. Ook voor onze sociale systemen vinden we die bril best normaal. We veronderstellen bijvoorbeeld dat ‘de markt’ zichzelf stuurt; slechte producten worden niet gekocht, betere ‘overleven’. In de afgelopen decennia hebben we ook heel veel publieke functies vermarkt, vanuit hetzelfde idee.

 

Nou kun je de maatschappij als sociaal systeem zelforganiserend laten ontstaan, in het vrije spel der krachten, maar we willen het op een aantal punten ook kunnen reguleren. Dus hebben we homeostatische mechanismen ingebouwd waarmee we onze sociale systemen in een bepaald evenwicht kunnen houden. Omdat we niet alleen willen dat de maatschappij zichzelf regelt, maar ook in de goede richting. Voor onze economie, het sociale evenwicht in de samenleving, het evenwicht in het financiële systeem, de balans van machten in het rechtssysteem bijvoorbeeld hebben we homeostaat-achtige constructies gebouwd: stelsels met interne feedbackmechanismen die voor een – maatschappelijk – gewenst evenwicht zorgen. Dat de rijken niet alleen alles verdienen bijvoorbeeld; dat de wetgevende, rechtsprekende en controlerende macht elkaar in evenwicht houden; dat we de financiële markt binnen grenzen opereert.

 

Ik moest weer aan Ashby’s homeostaat denken toen ik weer eens het Haagse gesteggel zag over de onderwijsbegroting. Er lijkt nauwelijks nog een stelselblik te bestaan.

Klaas Knot werpt in een interview in de Volkskrant de vraagt op of ons belastingstelsel het algemeen belang nog wel dient (zijn antwoord is nee). Dat stelsel, een set van evenwichtsknoppen, bestaat inmiddels uit een lappendeken van deelbelangen die politiek goed vertegenwoordigd zijn. Het stelsel gaat gebukt onder een diversiteit aan geborgde individuele belangen, van boeren, van bloementelers, van het grootkapitaal. Knot pleit voor hervorming van het stelsel omdat we teveel knoppen hebben bijgebouwd waardoor het stelsel niet meer doet wat het moet doen: een bepaalde maatschappelijke balans organiseren.

De regering lijkt meer bezig met de onderhandeling over welke doelgroep meer moet profiteren van het feit dat ‘hun’ partij in de Kamer of de regering zit. Maar met die blik trek je als je niet oppast de maatschappij scheef. Als het al niet scheefgetrokken is. Ons klimaat is systemisch in een ‘ver-uit-evenwicht’-situatie gekomen. Er zijn drastische maatregelen nodig om een nieuw soort evenwicht te vinden. Maar de manier waarop Den Haag ermee omgaat lijkt erop uit te draaien dat alles nog verder uit evenwicht raakt.

 

Wie in Den Haag voelt zich verantwoordelijk voor het goed hanteren van die stelsels? Wie wil nog kijken naar de maatschappij als ‘homeostaat’ en voelt zich verantwoordelijk om de feedbackmechanismen ervan goed te beheren in plaats van verstrikt te zijn in een onderhandelspel waarbij eigen werkelijkheden, eigen achterbannen en onderlinge handjeklap over begrotingsvraagstukken belangrijker zijn dan het gesprek over hoe je zorgt voor een goed maatschappelijk evenwicht.

 

Ik denk dat Ashby zich dood zou ergeren over de slordigheid waarmee het systeem maatschappij verstoord wordt door gemakzuchtige politiek. Hij zou zijn hoofd schudden bij het gebrek aan stelselbestuurders met gevoel voor evenwicht in grote systemen.

En als hij zich al niet ergert, dan ik wel.

 

Groet, Leike

 

 

 

Botsende fixaties

14 december 2024


Beste Jaap,

 

Als ik met organisaties aan verandering werk, probeer ik altijd uit te leggen dat zaken als ‘weerstand’, ‘gebrek aan vertrouwen’, ‘angst’ niet de zaken zijn waar je in een verandering rechtstreeks aan kunt werken. Ze zijn de resultante van een proces van betekenisgeving. Een soort eindconclusie over iets. Medewerkers vinden het heel erg vervelend als je gaat werken op hun weerstand of gebrek aan motivatie. Ze zien hun gedrag meestal als een logische reactie op onze veranderaanpak. Er zit dan maar een ding op. Proberen te begrijpen wat bijgedragen heeft aan die eindconclusie, met elkaar op zoek gaan naar de argumenten die eraan ten grondslag liggen. Om vervolgens daarover met elkaar in gesprek te gaan. Dat maakt het niet per se makkelijker, je moet de moeite in met elkaar. Maar in gesprek gaan over hun eindconclusies, zonder het te hebben over de oorzaken daarvoor, werkt in ieder geval niet.

 

Ik moet er steeds aan denken als ik naar de Haagse politiek kijk. Want het lijkt of daar alleen nog maar eindconclusies in het spel gebracht wordt. Diep vereenvoudigde meningen, opvattingen over heel complexe onderwerpen en over elkaar. Niet op zoek naar de argumenten achter de meningen, niet meer op zoek naar al die factoren die maken dat de een tot een andere conclusie komt dan de ander. Lelijke debatten geeft dat: een debat als een gevecht tussen eindconclusies. En als het heel lelijk wordt, eindconclusies waar ‘het volk’ er bijgehaald wordt als bewijs voor het eigen gelijk.

 

Nog erger is als aan die eindconclusies ook nog eens definitieve opvattingen over de oplossing gekoppeld zijn. Als alle problemen die er zijn leiden tot maar een, enig mogelijke oplossing. Het strengste asielbeleid ooit, bijvoorbeeld, of de grens dichtdoen. Iedereen snapt dat al die vraagstukken (nog) andere oorzaken hebben, en dat de asielketen op meer punten knelt dan alleen aan de grens.

 

Vastzitten in een eindconclusie noemde Van Dongen een cognitieve fixatie. De onwrikbare koppeling tussen eindconclusie en oplossing noemde hij een instrumentele fixatie. De opvatting over wat er aan de hand is en de opvatting over hoe je dat oplost zijn onmogelijk nog los te zien van elkaar.

 

Fixaties zijn heerlijk, want je kunt zo lekker hangen in je eigen gelijk. Maar het lastige van fixaties is dat complexiteit eruit verdwijnt, dat alle mogelijkheden om te verkennen of je er ook anders naar kunt kijken verdwenen zijn. En dus luister ik met kromme tenen naar de huidige ministers, die een fixatie verkopen als het enige gelijk. Kijk ik met buikpijn naar een Kamer die probeert achter die fixatie in gesprek te komen, maar daar niet in slaagt en daarom vaak maar grijpt naar een eigen fixatie.

 

Een voorbeeld van het effect van die gefixeerde botsing tussen eindconclusies is het wrange dieptepunt van de brede steun voor motie van Bente Becker, waarin ze pleit ‘gegevens over culturele en religieuze normen en waarden van Nederlanders met een migratieachtergrond bij te houden’. Waarbij de meeste partijen nauwelijks meer doorhadden wat er echt ontstond: een heel nare cocktail van ongelijke behandeling.

Als je de hele motie leest, is het allemaal wat genuanceerder, en ongetwijfeld heeft de inbrenger het nóg genuanceerder bedoeld. Maar dat is wat fixaties doen, alle nuance gaat eruit.

 

Niemand had in de gaten wat er ontstaan was. Tot de socials losgingen. Ik ben niet zo dol op wat die socials teweegbrengen in hoe we naar de wereld kijken, maar in dit geval waren ze een goede fixatiebreker. Maar of ze het echte debat ook weer terugbrengen in de Kamer? Misschien ben ik daar zelf wat pessimistisch gefixeerd geraakt.

 

Groet, Leike

Organisatiealgebra

3 november 2024


Beste Leike,
 
Laatst kreeg ik een rapport onder ogen waarin de beoogde samenwerking tussen een aantal gemeenten beschreven werd. Eigenlijk niet alleen samenwerking tussen die gemeenten, maar ook met het onderwijs, het bedrijfsleven en nog wat partijen. Nou is het organiseren van die samenwerking ook best ingewikkeld (ik ken niet veel organisaties met zoveel verschillende taken als gemeenten), maar van dit rapport duizelde het me. Het stond bol van de bestuurlijke drukte: overlegtafels, regisseurs, eindverantwoordelijke bestuurders, ambtelijke coördinatiegroepen – waarmee een woud van onderwerpen koffiedrinkend moest worden bedwongen in allerlei fasen van besluitvorming.
Was dat het nog maar, maar omdat gemeenten ook ieder hun eigen belangen en karakter hebben, werden ‘one-size-fits-all-oplossingen’ uitgesloten. Ook opties om nieuwe samenwerkingspartners te kiezen moesten openblijven.
Het leek me -eerlijk gezegd- eerder een optelsom van keuzes, dan een weging ervan. Ik miste pijnlijke keuzes. You can’t have your cake and eat it, zoals de Engelsen zegen. Het was, zo te zien, meer de verzamelde verlanglijst van die gemeenten dan een gezamenlijk verlangen.
 
Al die factoren, aspecten, varianten en variabelen in dat rapport maken een soort organisatiealgebra[1]: een enorm aantal grootheden die ook nog eens onderling zeer verschillend van elkaar afhankelijk zijn. Een som zonder begrijpelijke uitkomst.
 
Het rapport bevatte bovendien meer dan eens de aanbeveling dat alle gemeenten en al hun vertegenwoordigers wel echt moesten instappen, zich committeren en helemaal open zijn over hun motieven. Begrijpelijk, want stel je voor dat je in die ingewikkeldheid je ook voortdurend moet afvragen of alle kaarten wel op tafel liggen.
Maar ja, hoe weet je of aan die voorwaarden wordt voldaan, ook in de toekomst? Kun je ook de volgende coalitie committeren? En openheid, is nu juist niet een kenmerk van het openbaar bestuur dat niet alles in de openbaarheid gaat of kan? Is die oproep naar commitment niet het zwaktebod van een onbegrijpelijk ontwerp?
 
Wat zijn we eigenlijk aan het doen met ons openbaar bestuur? Ooit ontwierp Thorbecke een overheid van drie lagen: rijk, provincies en gemeenten. Er waren ook al waterschappen, maar die hadden een heel specifieke taak. In de loop van de tijd volgde Europa, waar op dit moment veel van onze wetgeving vandaan komt. Dit hangt nog best logisch samen zou je denken.
Maar dan het gat (of eigenlijk een hele gatenkaas) tussen provincies en gemeenten. Juist daar ontstond een hele set van samenwerkingsvormen met allemaal weer hun eigen samenwerkingsgrenzen. Veiligheidsregio’s, regionale eenheden van de nationale politie, RES-regio’s, ambulanceregio’s, woningmarktregio’s, GGD-regio’s, regio’s voor ruimte en transport (MIRT), ROAZ-regio’s voor acute zorg, jeugdzorgregio’s en arbeidsmarktregio’s. Dan zijn er ook nog intergemeentelijke omgevingsdiensten, instellingen die geheel in opdracht van overheden werken en allerlei public-private-partnerships. En dan laat ik deelgemeenten, wijk- en dorpsraden maar buiten beschouwing. Of hier en daar een stadsmarinier die met een soort bestuurlijk geweldsbevoegdheid dingen mag doorbreken. We hebben een onoverzichtelijke lappendeken van onze lokale overheid gemaakt. Allemaal lapjes met hun eigen, steeds weer andere, grenzen. Met ieder hun eigen bestuur, personeel, toezichthouders, verantwoordingsstructuren, achterbannen en plechtig vastgestelde missie-visie-strategieën.
 
Als jong adviseur kwam ik bij een klant die me een kerstboom van een organigram liet zien. Ik reageerde met: “Dat is allemaal niet geweldig logisch”. Een oudere en bovenal wijzere collega corrigeerde me met: “Het is misschien niet allemaal logisch wat je hier ziet, Jaap, maar wel heel chronologisch”. En dat is natuurlijk wat vaak aan de hand is: als je veel ruimte geeft voor lokale en spontane ontwikkeling van de organisatie, komen er veel lokaal passende oplossingen. Na enige tijd wordt centrale sturing (en dus de meerwaarde van de gezamenlijkheid) steeds ingewikkelder. Dus zie je van tijd tot tijd dat gezamenlijkheid, eenheid, uniformiteit en centralisering nodig zijn om de zaak bij mekaar te houden. Dat is dwingt tot keuzes en is vaak pijnlijk voor degenen die iets kwijtraken waaraan ze gehecht waren. Het is zoals de Engelsen ook zeggen: You can’t make an omelette without breaking eggs.
 
Ik denk dat zoiets in het openbaar bestuur ook wenselijk is. Hier moet de stofkam door, het mes in of misschien wel de bijl. Zoals nu is weet eigenlijk niemand nog echt wie waarover gaat. Dat is behalve onhandig ook een ernstig democratisch tekort.
Als we niet het ongemak van echte keuzes durven op te zoeken draaien we vast in het zoeken van conflictvermijding, consensus, draagvlak, veel vergaderen en gratuite beloften aan elkaar. Je ziet het aan de verlanglijst; de teleurstellingen en de onmacht liggen erin besloten.
En de burger begrijpt er geen biet van en ziet kastjes en muren. En hij zit ook nog zonder omelet en cake.
 
Groet,  Jaap
 
[1] Algebra vond ik erg moeilijk op school. Allemaal abstracties die zich tot elkaar verhielden door abstracte begrippen als wortels, machten en logaritmes. Waar ging dat nog over?

Organisatievragen