Met enige onregelmatigheid schrijven Leike en Jaap elkaar een dialoogblog over het vak en de wereld. Daar kun je je op abonneren, dan krijg je bij iedere nieuwe blogpost een melding. Ook heel leuk vinden we het als je je ermee bemoeit en een eigen bijdrage levert. Naar een specifieke blogpost zoeken of neuzen door alle titels kan in het blog overzicht.

Dynamisch minderheidskabinet

15 januari 2026


Beste Jaap,

 

Ze zijn eruit, de formerende partijen, ze willen een minderheidskabinet. In de media en op de socials breekt het gesprek erover los. Met name de zorg over het gebrek aan stabiliteit van zo’n kabinet voert de boventoon.

Ik vraag me af of stabiliteit ontstaat door een meerderheid of door politiek vakmanschap. We hebben net een weinig stabiel meerderheidskabinet achter de rug, dus ik denk dat we ons er niet zoveel zorgen over moeten maken. Sterker, ik denk dat het juist in deze tijd eigenlijk heel erg prettig is dat we een minderheidsregering krijgen.

 

Op de eerste plaats doorbreekt dat een beetje dat rare ontstane narratief dat als je niet in de coalitie zit, dat je dan ‘verloren’ hebt. Je hebt niet verloren, je neemt een andere rol in in hoe we ons democratisch systeem hebben ingericht. Je bent de oppositie. Net zo belangrijk als de coalitie. De oppositie is belangrijk als tegenmacht, als stem van de minderheid, om meerstemmigheid in het debat te houden, als evenwicht tegen al te drieste besluiten. Hoera, je zit in de oppositie! Neem je rol en speel het spel, in plaats van te mokken.

 

Op de tweede plaats, dat komt er meteen achter weg: in een minderheidskabinet moet je samenwerken met partijen die anders naar het vraagstuk kijken, die andere wegingen maken. Dus een minderheidskabinet moet ambities nuanceren, moeten zoeken naar goede oplossingen in tegengestelde belangen. Wat een heerlijk vooruitzicht voor ons, die inmiddels bijna gewend zijn aan coalities die denken dat dat betekent dat iedereen jouw zin moet doen. Ministers (en staatssecretarissen) zijn nu weer alleen maar minister: degene met de rol om goede oplossingen te vinden voor complexe vraagstukken in een veld met verschillende belangen. Ik kijk er nu al naar uit!

 

Tot slot, de vraagstukken die er op dit moment echt toe doen, zijn complexe vraagstukken. Vraagstukken waar geen makkelijke oplossingen voor handen zijn. Vraagstukken die multi-actor en multi-factor zijn. Wat fijn dat juist voor die vraagstukken nu ook een multi-actorperspectief gezocht moet worden in de Kamer!

Ik denk dat juist het feit dat we een minderheidskabinet hebben, ervoor kan zorgen dat de vraagstukken anders gewogen worden en er veel effectievere besluiten genomen kunnen worden. Ik denk dat het een kans is om onze maatschappelijke vraagstukken beter en realistischer te hanteren.

 

Dat minderheidskabinet maakt mij voorzichtig optimistisch. En dat is best lang geleden, dus ik koester het even.

 

Groet, Leike

 

 

 

 

 

Kerstverhaal over een conferentieoord…

23 december 2025


Beste Leike,

Het was in de donkere dagen voor Kerstmis dat mijn telefoon overging. “Met Jaap van ’t Hek”, “Met Willem”, van het conferentieoord”. Het kostte even en toen zag ik Willem weer voor me. Een tanige man die altijd klaar stond als de beamer het niet deed, of als er iets moest met de zaalindeling of een andere praktische kwestie. Willem die, zodra je was gearriveerd, naar de zaal kwam en vroeg of hij koffie met een croissantje voor je kon halen. Die Willem.

In het conferentieoord waar Willem werkte, was ik tientallen jaren kind aan huis om groepen vakgenoten op te leiden. In het begin een verzameling noodgebouwen die er meer uitzag als een tijdelijke uitbreiding van een dorpsschool dan als de vaak prachtige oude landhuizen, kasteeltjes of ruim opgetrokken sterrenhotels waarmee het concurreerde.

Dat dat concurreren toch lukte was te wijten aan een prachtige ligging centraal in het land, maar misschien nog wel meer aan het management van de twee mannen die het ooit via een buy out verwierven en er gestaag en stapsgewijs aan bouwden. Ieder jaar in de zomer, als werkend Nederland niet op cursus of conferentie ging, werd er weer wat opgeknapt of verbeterd. Het interieur kan inmiddels met gemak wedijveren met al die oorden met een sjiekere uitstraling. Maar belangrijker was misschien nog wel dat je al die jaren steeds dezelfde personeelsleden terugzag. Veel mensen werkten er hun leven lang. Ze hadden er plezier in daar te werken en om het de gasten naar hun zin te maken.

Ik herinner me een hele warme zomerdag waarop ik met een groep op een open plek in het bos was gaan zitten. Stoeltjes mee, flipover mee en aan het werk terwijl de vogels boven ons hoofd floten. Op zeker moment kwamen er twee medewerkers aan met ijsjes. Een onbestelde en onverwachte verrassing. De groep stelde het erg op prijs en toen een medewerker vroeg of er misschien nog andere wensen waren, zei een van de deelnemers grappend: “Een koel voetenbadje zou wel lekker zijn”.

Een half uurtje later kwamen wat medewerkers naar de open plek met twintig teiltjes met heerlijk koel water. Een van hen was naar de Blokker of de Hema gegaan voor te teiltjes. Er werden wat collega’s opgetrommeld om die teiltjes tegelijk te kunnen brengen en we hadden allemaal plezier in de liefdevolle verzorging en in de adequate beantwoording van de provocerende vraag. Het was precies dit plezier waarom ik me er zo thuis voelde. Alle ruimte om gasten in de watten te leggen, ongeacht je functie.

“Waar bel je voor Willem?” “Ik ga weg bij het conferentieoord en ook al heb ik je er al een paar jaar niet meer gezien, ik wilde je dat graag persoonlijk vertellen. Voor mij is het tijd om verder te gaan, ik ga nu in een bouwmarkt werken.”

Ik herinner me hoe de voormalige eigenaren de zaak een paar jaar geleden hadden overgedaan aan het management van een vergelijkbaar oord dat wel huisde in zo’n prachtige oude villa met uitbouwen. Van het personeel begreep ik destijds dat op de eerste dag aanpassingen plaatsvonden die voelden als een diepe verstoring van de bestaande cultuur en werkwijze. Er was zorg of diezelfde gastvrijheid nog wel mogelijk was. De souplesse van het adaptieve systeem van de goed ingedraaide gemeenschap won, de gastvrijheid bleef. Maar het was ook niet meer hetzelfde.

Dat Willem er zoveel jaren over deed om de conclusie te trekken die ik na een dag al trok, heeft vast te maken met zijn enorme trouw aan die club. Wat een lieve man om dat te komen vertellen! Helemaal passend bij hoe het was.

Het is dat die bouwmarkt zo ver weg is, anders zou ik voortaan daar mijn spijkers kopen.

Groet,  Jaap

 

Voortgang, vertrouwen en verbinding

20 november 2025


Beste Leike,
We willen een stabiel kabinet zeggen vrijwel alle politici. Het is niet heel moeilijk om het daar niet mee eens te zijn. Maar waaraan ontleen je stabiliteit? Ik denk in ieder geval aan drie V’s: voortgang, vertrouwen en verbinding.

Voortgang.

   Zoals iedere fietser weet, hangen snelheid en evenwicht met elkaar samen. Als je stilvalt, val je direct om. Als je blijft trappen kan je sturen en hou je stabiliteit. Met regeren, leiden of managen is dat niet anders. Alleen als het systeem iets waardevols produceert en zich ontwikkelt, blijft het samenhangen en is het bestuurbaar.
We hebben jaren van stilstand en desintegratie van onze samenleving door kiezersangstige vooruitschuifkabinetten en wantrouwende ruziemakers achter de rug. Daarom nu graag een club die echte keuzes maakt, daaraan vasthoudt en echte meters maakt.

Vertrouwen.

   Het is het cement van de samenleving, het is de basis van samenwerking. Jetten maakte een prachtige start, toen hij na het wegvallen van informateur Weijers, besloot de zaak niet te vertragen met het zoeken van een partijgenoot als nieuwe informateur, maar direct het vertrouwen gaf aan zijn partner Bontenbal en de CDA-verkenner Buma. Dit vermogen van Jetten om zich afhankelijk te durven maken van degene met wie hij verder wil, is de basis van een relatie van geven en nemen, van gunnen en incasseren. De essentie van een productieve samenwerking.
En vertrouwen gaat in laagjes. Het is niet alleen het relationele vertrouwen in de ander, het is ook het vertrouwen dat je zelf die afhankelijkheid aan kan, dat het je niet verzwakt, maar versterkt. Het vertrouwen dat je je redt als het vertrouwen in de ander beschaamd zou worden. En het is systeemvertrouwen, je durven verlaten op een context van regels en arrangementen die het formatieproces en de daaropvolgende regeringsverantwoordelijkheid inbedden.

Verbinding.

   Verbinding zoeken is ongeveer precies het tegendeel van wat minister Faber deed. Voor haar gold: drammen zonder een spoor van dialoog, alleen op eenzame hoogte. Maar een stabiel kabinet kan het niet alleen. Stabiliteit van een regering vraagt om een effectieve samenwerking met al die partners die de checks and balances van het systeem vormen: zoals de beide Kamers, de SER, de Raad van State, de ambtenarij, de andere overheden zoals gemeenten en provincies en natuurlijk de Burgers. Herman Tjeenk Willink schetst burgerschap als een politiek ambt. Burgers zijn meer dan kiezers; zonder burgers zijn er geen vrijwilligers, is er geen economie, zijn er geen actiegroepen en buurt-BBQ’s, is er geen samenleving.
Verbinding zoeken wil niet zeggen dat je anderen naar de mond praat. Sterker nog, juist in tegenspraak ontstaat dialoog. Het is dus niet dat je conflicten vermijdt, maar dat je ze aangaat als het nodig is in de visie waarvanuit je werkt.
Ik denk dat de komende formatie kansen biedt om vanuit deze vertrekpunten verder te werken. Er zijn ook vast partijen te vinden die hierbij willen aansluiten.
 
Groet, Jaap

GroenLinks/PvdA en strategische keuzes  

4 november 2025


Beste Leike,

Gerdi Verbeet, de voormalige Kamervoorzitter en PvdA-prominent, zei in Pauw en De Wit dat haar partij niet aan een kabinet zou moeten deelnemen omdat de fusie nog niet is afgerond met een beginselprogramma en een partijstrategie.

Een interessant organisatie- en veranderkundig vraagstuk in een buitengewoon spannende maatschappelijke context.
Haar redenering lijkt logisch. Goed je koers uitzetten, je degelijk voorbereiden en landkaarten meenemen is het eerste dat je doet als je op weg gaat. Voor een reis met duidelijke bestemming hartstikke handig. Maar precies die manier van denken is ook een valkuil als het gaat om samen beweging maken. Het is de valkuil van eerst denken en dan pas doen.
Mensen, ook politici, kunnen heel goed samen aan het werk zonder een beginselprogramma en een koers. Sterker nog, de meeste mensen en groepen handelen de hele dag door zonder dit soort abstracties vooraf. Ze bellen iemand op, praten tegen een journalist, zetten iets op de socials, hokken samen in subgroepjes, zetten strategietjes uit, delen informatie of houden die nog even in de achterzak en doen op die manier inzichten en ervaringen op over hoe je met elkaar kunt werken. Strategie komt -net als de samenleving zelf- tot leven door het gebruik. Neem politici. Door het bijvoorbeeld gezamenlijk interpreteren van een verkiezingsuitslag, de reactie van andere partijen, de ‘stemming in het land’, de onderlinge spanningen, de eigen verlangens en angsten en nog veel meer, ontstaan betekenisvolle inzichten die richting kunnen geven voor vervolg. Zo ontstaat een strategieproces dat handelend en in samenspraak tot stand komt; gestalte krijgt in relatie tot een terugpratende buitenwereld. Reflecterend op je concrete handelen kun je vervolgens heel goed werken aan je langetermijnvisie en beginselen.

Wat als je doet wat Verbeet voorstelt? Dan gaat een partij in wording in de relatieve rust (die je hebt in de oppositie) een traag vormingsproces in. Alsof we met elkaar niet midden in een maatschappelijke hectiek zitten die om sturing vraag.  Als volksvertegenwoordigers en leden van de partij ontwikkel je in isolement een samenhangende ideologie, nieuwe dogma’s met intern draagvlak en (abstracte) beginselen die mooi klinken en potentiële kiezers kunnen verleiden, maar niet geankerd zijn in de veelkleurigheid van de echte politieke dynamiek.

Ruimhartig openstaan voor gesprekken over een kabinet met GL-PvdA biedt de mogelijkheid om in evenwicht, met bestuurlijke vakmanschap en een breed maatschappelijk draagvlak te werken aan de moedige keuzes waar de samenleving behoefte aan heeft.
Hoe fijn zou het zijn het als na jaren interne Haagse landjepik en angsthazerij volwassenen het land weer zouden regeren? Als je vertrouwen van de kiezers wilt terugwinnen, moet je jezelf durven vertrouwen in de keuzes die nodig zijn. Vooruitschuiven kan niet meer.
 
Groet, Jaap
 
 

Alleen wat werkt is waar

26 oktober 2025


Beste lezers,
Op deze plek schrijven wij elkaar met grote regelmaat blogjes over wat ons bezighoudt in ons vak van organiseren en veranderen. Van Leike aan Jaap of omgekeerd. Deze keer een gezamenlijke tekst van ons aan onze volgers over onze zorg waar de verkiezingen weer niet over gaan.
“Weer verkiezingen, en weer zijn de beloften boos en groots. Beloften die, in veel gevallen, uitgevoerd moeten worden door publieke organisaties die al jaren op hun tandvlees lopen: de politie heeft te weinig mensen, het onderwijs levert kinderen af die niet goed kunnen lezen en schrijven, de Belastingdienst worstelt met zijn automatisering, het UWV verdrinkt in complexe wetgeving, gevangenissen puilen uit en de zorg schreeuwt om handen aan het bed. De IND en COA hebben te maken met politieke opdrachten die de -toch al moeilijk haalbare- doelen nog veel verder wegbrengen. En dan zijn we verre van compleet.

We kijken naar het resultaat van een jarenlange, liefdeloze verschraling. Kaasschaaf na kaasschaaf, efficiencyoperatie na efficiencyoperatie. Politici beloven toekomstige prestaties, terwijl iedereen weet dat geen enkele partij straks alleen het beleid zal bepalen. Straks worden in besloten onderhandelingen tussen fractievoorzitters compromissen bedacht waarin de politieke haalbaarheid zwaarder weegt dan de feitelijke realiseerbaarheid. En die politieke uitkomsten, komen op de schouders van de publieke organisaties die ze moeten gaan realiseren. Tom Jan Meeus vatte het op Radio 1 als volgt samen: Vóór de verkiezingen gaat het over oplossingen voor de problemen, daarna over problemen bij die oplossingen.

Als adviseurs die al decennia met publieke organisaties werken, zowel met bestuur als in beleid en uitvoering, zien we de onmacht van management en medewerkers toenemen. Het is de botsing tussen de wens van almaar minder realistische ambities, gekoppeld aan een wens van meer resultaten met minder middelen. Het is de botsing van de instrumentele blik van de politiek, die denkt dat publieke organisaties hun instrument zijn waar ze eenzijdig gedetailleerde opdrachten aan kunnen geven, tegenover de kerntaken die -in de echte wereld- veel complexer zijn dan de politiek overziet. Het is de botsing tussen het idee dat publieke organisaties uitvoeringsmachines zijn, die je eenzijdig opdrachten kan geven en op efficiency kunt sturen, versus alle signalen dat dit idee zijn tijd gehad heeft en dat we een meer adaptieve manier van werken nodig hebben om de vraagstukken van vandaag aan te kunnen.

En daarmee komen we op het punt dat het functioneren van de overheid ook een organisatiekundig vraagstuk is. Hoe je de overheidsorganisatie inricht, organiseert en bestuurt is van diepe invloed op hoe die overheid functioneert. Organisatiekundig wordt schrijnend zichtbaar dat de manier waarop de politiek de overheidsorganisatie benadert niet langer houdbaar is. Daarbij is een cruciaal inzicht belangrijk: een organisatie is geen machine die je onbeperkt efficiënter kunt maken. Een organisatie is een levend systeem, een samenwerkingsverband van mensen die dagelijks betekenis geven aan hun werk. Waar machines uitblinken in herhaalwerk en efficiency, daar zijn levende organisaties goed in maatwerk, moreel handelen en het omgaan met verandering en variatie. Het is die dynamische vitaliteit die we met onze machineblik weggeorganiseerd hebben en die we nu hard nodig hebben om goed om te kunnen gaan met de complexiteit die de samenleving steeds meer kenmerkt. Maar dat vereist andere politieke sturing. Het vraagt het vermogen om de realiseerbaarheid van je besluiten mee te nemen in je besluitvorming. Het vraagt het organisatiekundige inzicht dat je rol in het grote geheel zich beperkt tot hoofdlijnen en principes. Het vraagt het besef en het vertrouwen dat je voor de details en de uitvoerbaarheid uit mag gaan van het vakmanschap en de loyaliteit van professionals. Daarmee geef je publieke organisaties en de mensen die er werken de noodzakelijke ruimte om op maat te handelen.

De realiteit is ongemakkelijk: deze overheid functioneert al jaren over de rand van zijn mogelijkheden. Overheidsmanagers zeggen het steeds vaker hardop: zo kunnen we ons werk niet meer doen. Maar bij de politiek zien we een stuitend gebrek aan inzicht in hoe organisaties functioneren en wat dat betekent voor het type sturing dat je vanuit Den Haag kunt en moet geven.
Kunnen deze verkiezingen daarom gaan over de uitvoerbaarheid van alle wensen en beloften in plaats van de bespreking van verlanglijstjes? Dat is voor de organisaties beter en dan hebben de burgers er ook nog wat aan.”

groet, Leike & Jaap

Dialoog en debat

11 september 2025


Beste Leike,

Wat een mooie oproep van je. Eigenlijk vraag je om politici die in een onderzoekende dialoog met elkaar in gesprek gaan over de vraagstukken van onze tijd. Ik deel je verlangen!

Maar wat maakt nou eigenlijk dat dat een verlangen is en geen werkende praktijk? Waarom gaat het zoals het gaat? Ofwel, waarom gaan die politici niet een onderzoekende dialoog aan?

Nu weet ik niet veel van politicologie, maar ik weet wel wat van gespreksvoering, dus ik licht dat er maar even uit, wetende dat dit lang niet het hele verhaal is.

Een dialoog is een onderzoekende gespreksvorm waarin vragen worden gesteld en argumenten worden uitgewisseld om de rijkheid van het vraagstuk te verkennen en er samen wijzer van de worden. Het gaat niet om standpunten vooraf, maar eerder om conclusies achteraf.

Een debat is een gereguleerde gespreksvorm waarin gesprekpartners hun eigen gelijk proberen aan te tonen. Bij een debat lijkt het te gaan om een woordenstrijd met de gespreksgenoot, maar feitelijk zijn het de toeschouwers die overtuigd moeten worden van het eigen gelijk van de sprekers. Omdat het wedstijdachtige elementen heeft -met winnaars en verliezers- is het populair vermaak bij studentencorpora: Mark Rutte won vele prijzen op avondjes dat hij een stelling overeind moest houden (ook al dacht hij er zelf helemaal anders over). Het is een vaardigheid, misschien wel een kunst.

In ons partijpolitieke bestel spelen debatten een belangrijke rol. Om uiteindelijk tot besluiten te komen worden in het debat de verschillen eerst uitvergroot. Dit doe je door je standpunt scherp neer te zetten, door jezelf te profileren, en tegenwoordig steeds vaker om de tegenstander als iemand die het vraagstuk niet goed begrijpt. We hebben de debatvorm niet voor niets in de Tweede Kamer. Politiek is strijd, het gaat naast inhoud, altijd om grote belangen en om macht. In ons stelsel met partijen gaat het vaak ook om de volgende verkiezingen. Die strijd vraagt om een arena met spelregels en toeschouwers. Daar is het debat een geschikte vorm voor. In de Kamer en op TV.

Ter compensatie van de openbare -op publiekseffect gerichte debatten bestaan er wandelgangen en achterkamertjes. Ook die zijn functioneel. Het is de plaats waar alsnog gezocht wordt naar vergelijken, naar samenwerking, naar compromissen. Dat is de besloten plek waar kwetsbaarheden en onzekerheden besproken kunnen worden. Het lijkt erop dat de Haagse achterkamers de laatste jaren aan legitimiteit, populariteit en effectiviteit hebben verloren.

In ons dagelijks werk kiezen we er regelmatig voor sommige gesprekken in kleine kring te hebben en andere in grote gezelschappen. Je weegt af hoe het zit met belangen, met gezichtsverlies, met kwetsbaarheden, met onderlinge (machts-)verhoudingen en ongetwijfeld nog veel meer. Ik zou het daarom al heel wat vinden als het zou lukken het soort gesprekken dat jij voorstelt, te laten voeren in de achterkamer in plaats van in het volle licht van de studiolampen. En dat we het daarnaast nog even moeten doen met de debatcultuur van de Tweede Kamer, maar dan in verkiezingstijd op TV.

Maar het kernprobleem zit volgens mij in die partijen die alsmaar bezig zijn met eigen macht en marktaandeel in de volgende verkiezingen. In ’Tegen verkiezingen’ schreef David van Reybrouck hoe we in onze tijd verkiezingen en democratie zijn gaan zien als synoniemen. Ten onrechte: verkiezingen hebben Hitler en Trump aan de macht gebracht, maar erg democratisch kan je het vervolg niet noemen. Democratie vraagt erom dat ook minderheden worden gerespecteerd en een stem behouden. Loting, zegt Van Reybrouck, is een eerlijker manier om aan bestuurders te komen. Zij vormen een afspiegeling van de bevolking, zitten er voor een termijn, kunnen niet herkozen worden, en zullen daarom zich inspannen in die termijn van waarde te zijn. Hij komt met aansprekende historische voorbeelden, van de oude Grieken tot de Stadsstaten in het Italië van de renaissance.

Heden ten dage wordt op veel plaatsen geëxperimenteerd met burgerberaden. Ingelote burgers die -goed terzake geïnformeerd- beraadslagen en conclusies trekken over grote vraagstukken. Dat doen ze in dialoog. De dialoog waar jij en ik naar verlangen. Ze doen het zonder het belang van een achterban of van kiezers, waardoor ze de inhoud voorop kunnen zetten. En dan trekken ze vaak heel genuanceerde en adequate conclusies. Eva Rovers, die veel met dit onderwerp bezig is, pleit voor een ‘Derde Kamer’. Ik steun dit van harte.

En ik sluit niet uit dat die Derde Kamer snel aan legitimatie wint en ons kan afhelpen van de dominantie van een gespreksvorm die inhoud ondergeschikt maakt aan machtsverlangen. Minder ‘effect’, meer resultaat.

Groet, Jaap

3 vliegen in 1 klap

2 september 2025


Beste Jaap,

 

Nog maar 4 procent van de bevolking heeft vertrouwen in de politiek. Dat betekent dus dat er nog maar een heel klein groepje die hards over is die begrijpen dat politiek niet voor bange mensen is, messy business is, gedoe is. Dat dat erbij hoort en wel goed komt.

 

Nou weet ik natuurlijk niet wat ‘geen vertrouwen’ betekent. Het kan betekenen dat je er niks van hoeft te verwachten, een soort onverschillig je ervan afwenden. Het kan ook betekenen dat je denkt dat de hele handel naar de haaien gaat door de politiek. Het kan ook zijn dat het niet zozeer de politiek is, maar het gedoe.

De politiek zelf schijnt ook niet al te optimistisch en vol vertrouwen. In De kamer van Klok vertelde Raoul Dupré, chef van de Haagse Volkskrantredactie, dat ook in het debat het gevoel van falen doorschemert.

 

Vorige week gaf ik een dag les over hoe wij mensen onze eigen sociale werkelijkheden bouwen en ons daar vervolgens ook naar gedragen. Die sociale werkelijkheden – instituties – culturen – ‘zo doen we dat hier’-regels zijn richtinggevend voor het handelen van individuen. De Haagse politiek is bezien vanuit die blik, dus een geheel van – soms ook impliciete – spelregels die in de loop van de tijd ontstaan zijn. Politici (en hun voorgangers) maakten zelf de spel- en omgangsregels waar ze zich nu naar gedragen en die dat gevoel van falen geven.

Of, om met wijlen Frans Verhaaren te spreken, er zijn culturele patronen ontstaan die boterzacht lijken, maar die keihard zijn als je er tegenaan loopt. Dus dat gevoel van falen, het gevoel van geen greep krijgen op wat je zelf met elkaar gebouwd hebt, ik snap het wel.

 

Een van die ontstane spelregels lijkt dat je in het Haagse spel vooral je eigen mening voorop moet zetten en het belang van je eigen achterban moet nastreven. En dat mag gepaard gaan met heftig afwijzen van andere meningen, andere belangen, andere oplossingen. Van Dongen noemt dat een fixatie: je kunt nog maar vanuit een positie of mening meedoen aan het gesprek. Je kunt je niet meer andermans standpunt verplaatsen, je kunt niet meer in andere oplossingen denken, je kunt geen grijstinten in je eigen beeld van de werkelijkheid meer toelaten. Sociale werkelijkheden zijn dan gestolde blikken geworden, de dynamiek is eruit, er kunnen alleen nog maar botsingen tussen inerte posities plaatsvinden.

 

Waar ze het in Den Haag erg over eens zijn, is dat er hele grote vraagstukken liggen die opgelost moeten worden. Nou weten we in ons vak dat het niet zo moeilijk is om na een conflict weer met elkaar in gesprek te komen: de zaak centraal zetten, de verschillende opvattingen erover als schijnwerper gebruiken om de complexiteit te begrijpen en te snappen waarom eenvoudige oplossingen niet kunnen, om vervolgens met elkaar te zoeken wat gedragen eerste stappen zouden kunnen zijn. Onder goede begeleiding helemaal niet zo moeilijk.

 

Zou het geen verademing zijn als de media geen verkiezingsdebatten gaat houden, maar themaverkenningen? Een dialoog waarin partijen elkaar niet afkatten, maar de ander erkennen in zijn afwijkende visie? Waarbij geen standpunten mogen worden ingenomen, maar waar perspectieven en argumenten bijdragen aan beter begrijpen waarom het vraagstuk niet zo makkelijk op te lossen is? Om vervolgens ook zichtbaar te maken dat politiek betekent dat er moeilijke keuzes gemaakt moeten worden vanuit een groter belang dan alleen die eigen achterban, en dat je elkaar daarom iets moet gunnen en tegemoet moet komen? Dat het verdedigen van een compromis laat zien dat je volwassen bent en elkaar wat moet gunnen.

 

Ik denk dat we drie vliegen in een klap slaan: we herstellen een beetje het vertrouwen in de politiek, we helpen de politiek aan het reconstrueren van hun inmiddels inerte sociale patronen, en we hebben politieke dialogen die de kiezer helpen snappen dat er geen makkelijke oplossingen voor complexe problemen zijn.

 

Groet, Leike

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tunnelbouwers

30 juni 2025


Beste Leike,

Nou dat moest er even uit zeg, die ‘hou op’-blog van jou!
Wat een heerlijke woede over de fitties onder de Haagse kaasstolp. Over de lamlendigheid, over de regerende kiezersangst, over de naar binnengekeerde redeneringen, over campagnepolitiek die niet over inhoud maar over kiezersmarktaandeel gaat, over het samen-in-de-tunneldenken.
Mag ik dan ook even het licht zetten op de media? De andere helft van het politieke bedrijf? Die helft die doet alsof ze de andere helft slechts weergeeft?

Want als er een beroepsgroep is die zich graag verstopt voor zijn verantwoordelijkheid en zijn macht, dan is het de parlementaire journalistiek wel, en in het bijzonder de redacties van talkshows. Wat journalisten en media vaak gemakshalve ontkennen is dat zij een enorme machtsfactor zijn, zeker in tijden van verkiezingen. Het zijn de kingmakers.

Maatschappelijke thema’s zijn vaak al vastgeklonken geraakt aan politieke partijen; issues hebben issue-owners. Dus bij migratie denk je bijna automatisch aan de PVV. Gaat het over economie, dan popt de VVD op in het denken. Gaat het over onderwijs dan wordt als vanzelfsprekend D’66 genoemd. Dat is voor politieke partijen een voordeel en een nadeel. Het voordeel: de media weten je snel op jouw onderwerp te vinden, en bovenal, als het je lukt de verkiezingen te laten gaan over ‘jouw onderwerp’, trek je veel kiezers. Het nadeel: je kunt als politieke partij nog zulke geweldige ideeën ergens over hebben, de issue-owner partij zal daar eerder media-aandacht voor krijgen dan jouw partij. We zagen hoe vorige verkiezingen de VVD over migratie begon en de kiezersgunst hierover kwijtraakte aan issue-owner PVV.
 De media bepalen in hoge mate de thema’s en zo ook wie er het meest zichtbaar wordt. Daarmee bepalen ze eigenlijk ook wie er wint of verliest. Zij bepalen immers wie ze wel of niet uitnodigen, zij stellen de vragen, zij bouwen de contexten en formules, zij kiezen de voxpopjes of maken de inleidende filmpjes. Het zijn de media die de contexten voor verkiezingen bouwen, zij framen de discussies in de meest letterlijke zin. Het zijn de media die de hypes veroorzaken door een stijger in de peilingen vaker uit te nodigen waardoor die weer verder stijgt in de peilingen. Met hun sportjournalistieke bias om aandacht te besteden aan de winnaar, maken zij verkiezingen tot een peilingenwedstrijd: scorebordjournalistiek. In korte tijd wisselden rond de laatste verkiezingen de kiezers van Van der Plas, naar Omtzigt, naar Wilders. Dat was geen keuze op basis van een inhoudelijk programma, maar op basis van aandacht: van boerenstikstof, via toeslagen, naar immigratie.
Waarom blijven we toch geloven dat de media ‘gewoon’ verslag doen van wat partijen aandragen? Dat zij neutraal verslaan wat er speelt in politiek of maatschappij? Wat ik zie is dat ze meebewegen met stereotypen en elkaar nabouwen. Dat het lawaai in talkshow 2, dat in talkshow 1 al voorbijkwam, in talkshow 3 nog eens wordt opgewarmd. Kluitjesvoetbal om de kijkcijfers?

In mijn milde momenten denk ik dat ze het niet in de gaten hebben dat ze zelf zo’n machtsfactor zijn. Dat ze naïef echt menen de werkelijkheid slechts neutraal weer te geven. Op andere momenten verdenk ik ze van bedoelingen of een eigen agenda, maar dat is alleen als ik kijk welke voorlichter van welke partij nu de baas is geworden van de meeste talkshows.

Kortom Leike, jij maakt je terecht boos op de politici met hun tunnelvisies, ik word boos op de tunnelbouwers. Samen houden ze dit circus in stand. Samen zorgen ze voor cynisme, afhaken, vervreemding en het verlangen naar een streepje licht.
 
Groet, jaap

Hou op!

24 juni 2025


Beste Jaap,

 

De verkiezingscampagne is begonnen. Ik keek deze week naar al die partijcongressen en het aanpalende getwitter waarin de eerste toon wordt gezet. Mag ik deze plek even gebruiken om niet een brief aan jou te schrijven, maar aan onze politici?

 

Beste politici,

 

HOU OP!!!

Hou op met bekvechten in de Haagse zandbak terwijl de wereld in de fik staat!

Hou op met woorden als antisemiet en fascist inflatoir te gebruiken! De manier waarop jullie die woorden gebruiken staat in geen verhouding tot wat ze in al hun zwaarte en engheid betekenen.

Hou op met roepen dat het voor jou echt onmogelijk geworden is om te regeren met een andere partij. Doe niet zo dramatisch.

Hou op met roepen dat het onveilig is geworden! Je maakt het waarschijnlijk zelf onveilig met je grote woorden.

Hou op met dingen persoonlijk maken in plaats van aan de zaak te werken! Met je ‘Want willen we boze Bromet of fatsoenlijke Femke’ (bijvoorbeeld, mevrouw van der Plas! Maar ik had vele anderen kunnen kiezen).

Hou op met de verschillen in de maatschappij aan te wakkeren en verder op te stoken! Je hebt een verantwoordelijkheid om Nederland heel te houden.

Hou op met je gebrek aan (recent) historisch besef en je eigen rol erin! Geef rekenschap van hoe je zelf bijgedragen hebt aan de ingewikkeldheid waar we met elkaar in terecht gekomen zijn.

Hou op met die idiote kokervisie vanuit je eigen achterban!

Hou op met je partijbelang te verwarren met het landsbelang!

HOU OP!

 

Jullie krijgen allemaal een behoorlijk salaris, maar we betalen jullie niet voor het verdrietige circus wat jullie de laatste tijd opvoeren. Jullie hebben het land te regeren en besturen. We willen dat jullie moeilijke vraagstukken aanpakken, de moed hebben om lastige keuzes te maken, het vermogen hebben om samen te werken en voor alle Nederlanders een goed evenwicht te vinden in de keuzes die we te maken hebben. We willen dat je niet vooruitschuift of -Schoof, maar aanpakt, ook als het hier en daar pijn doet!

We willen dat jullie met prudentie je rol pakken op het wereldtoneel, niet het wereldtoneel gebruiken voor jullie eigen agenda.

In een organisatie zou er met jullie allang een functionerings- of beoordelingsgesprek gevoerd zijn, voor een aantal van jullie zou al flink dossier gebouwd zijn. Je zou worden aangesproken op je gebrek aan eigenaarschap, je eenzijdige blik, je gebrek aan resultaat, je conflictueuze gedrag, je oncollegiale egoïsme, je gebrek aan samenwerking.

 

En mocht je nu denken: ‘Fijn dat ze mijn collega’s nou eens goed aanpakt’. Ik bedoel waarschijnlijk ook jou.

 

HOU OP! GA JE WERK DOEN!

 

Zo. Genuanceerder dan dit gaat het even niet.

De doop van Wederopbouw

22 juni 2025


Beste Leike,
 
Afgelopen  vrijdag hebben we Wederopbouw ten doop gehouden. Sommigen noemen het een boeklancering, anderen een presentatie, maar wij hebben bij onze boeken altijd over een doop gesproken. Een ritueel moment waarin we het boek, waarvan we zo lang zwanger van waren, de wereld insturen in de hoop dat het een mooi leven krijgt. En omdat we beiden katholiek zijn opgevoed is ‘doop’ dan wel een mooi label.

We deden het deze keer in de Kapel van een klooster in Maarssen, een van de prachtige ruimten in buitenplaats Doornburgh aan de Vecht. Met veel dierbare collega’s, vrienden en familie.
In Wederopbouw betogen we dat we meer moeten leren te vertrouwen op adaptieve, zelfsturende vermogens, meer moeten overlaten aan de gemeenschap, dat we complexiteit moeten omarmen en de morele vraagstukken weer open moeten leggen. En we zeggen dat tijd een veel elastischer begrip is dan kalenders en klokken ons doen geloven.
Wat ik me pas achteraf realiseerde is dat het organiseren van zo’n doop congruent zou moeten zijn met de aanbevelingen in het boek. Dat gebeurde me toen mensen vooraf aan me vroegen of ik zenuwachtig was en toen ze na afloop vertelden een topmiddag te hebben gehad. Goddank.
De geslaagde doop zat voor een deel in een prachtige locatie die nog altijd de verstilling ademt van de nonnen die daar pas een paar jaar geleden zijn vertrokken; die zat ‘m in een fantastische zonnige dag en het zat in een borrel met hapjes die hemels waren. Die omstandigheden (behalve het weer dan) hebben we zorgvuldig uitgezocht, dat hebben we vaker gedaan, dat kunnen we best wel en ging deze keer ook goed. Het is het maakbare deel van organiseren.

Maar mijn spanning vooraf en opluchting achteraf over het slagen van de doop zat ook in het inhoudelijk programma van zo’n anderhalf uur. Want hoe maak je een programma dat inhoudelijk aan de maat is en dat ook boeiend is voor een gemengd gezelschap, waaronder flink wat kritische vakgenoten? We hadden Lisa Doeland, de auteur van Apolcalypsofie, gevraagd ons mee te nemen in de (morele en praktische) puzzels die we hebben over hoe te handelen in een wereld waarin we op weg zijn naar, of preciezer, begonnen zijn, aan een catastrofe (klimaat, vervuiling tot in ons eigen lichaam, biodiversiteitsverlies etc.). We kenden haar niet echt, ze schijft goed, maar kan ze ook vertellen? En haar boodschap is natuurlijk geen feestje, past dat wel bij een feestelijke boekdoop?
Daarna zouden Hans Vermaak, die we beiden heel hoog achten, jij en ik een driespraak houden over ons boek en hoe zich dat verhoudt tot de strategieën die Hans uiteenzet in zijn Logica van de lappendeken. We kijken met dezelfde zorgen naar de vraagstukken van vandaag, maar wij komen op wat anders uit dan Hans. We nodigden hem uit ons boek kritisch tegemoet te treden in die driespraak op dat podium. Zou het ons lukken ter plekke iets te maken dat voor onszelf en voor de zaal interessant genoeg zou zijn?

We hoorden terug dat veel mensen in de zaal flink waren losgerammeld door het verhaal van Lisa. Ze maakte een mooie urgente bedding voor de daaropvolgende driespraak. Veel van de gasten zaten op het puntje van hun stoel, omdat een spannend en interessant gesprek over organiseren van verandering volgde op een schets van de onvermijdelijke noodzaak daartoe. Ook zelf waren we alle drie verrast door de liefdevolle scherpte die we wisten neer te zetten. De drie kwartier die we hadden uitgetrokken, hadden we niet eens nodig; het was zo intensief dat er na een ruim half uur al voldoende was om over door te mijmeren. Er was gezegd was wat nu gezegd moest worden; het was goed zo. Dat driegesprek kon juist zo spannend en fris zijn omdat het niet gescript was, omdat we alleen heel globaal hadden afgesproken waarover we zouden spreken, omdat we durfden te vertrouwen op onze eigen adaptieve vermogens.
En daarmee werd dat gesprek een onbedoeld bewijs van onze stelling dat je vooral niet teveel moet organiseren, dat je je moet kunnen verlaten op professionaliteit, vertrouwen op vertrouwen.
Vrijdag was zo’n dag die bevestigde dat wat we opschreven in ons boek ook heel wel realiseerbaar is. Als het een beetje meezit….
 
Groet, Jaap

Organisatievragen