Ashby’s homeostaat
20 januari 2025

Beste Jaap,
In 1948 lukte het William Ross Ashby om een ‘homeostaat’ te bouwen: een machine die zichzelf wist aan te passen aan veranderende omstandigheden en zich zo in evenwicht wist te houden. Ashby was een cyberneticus, een systeemdenker die geïnteresseerd was in hoe organische systemen dat doen, zichzelf in evenwicht houden in een veranderende context. Dat is natuurlijk ook een mirakel, dat ze dat kunnen. Dat gaat niet als vanzelf. Dat evenwicht ontstaat door ingebouwde mechanismen die zo’n systeem voortdurend bijsturen. Daardoor blijft je lichaam bijvoorbeeld constant op 37 graden. Zoals een thermostaat zorgt dat het in je kamer ongeveer dezelfde temperatuur blijft.
Ashby’s zelfgebouwde mechanische homeostaat – gebouwd van afgedankt militair materiaal – behield dat evenwicht ook. Ashby liet daarmee zien dat zo’n systeem niet per se organisch hoeft te zijn, maar dat je het ook kunt bouwen. Sindsdien hebben we veel geleerd over zichzelf stabiliserende machines. Vinden we helemaal niet gek meer. Ook voor onze sociale systemen vinden we die bril best normaal. We veronderstellen bijvoorbeeld dat ‘de markt’ zichzelf stuurt; slechte producten worden niet gekocht, betere ‘overleven’. In de afgelopen decennia hebben we ook heel veel publieke functies vermarkt, vanuit hetzelfde idee.
Nou kun je de maatschappij als sociaal systeem zelforganiserend laten ontstaan, in het vrije spel der krachten, maar we willen het op een aantal punten ook kunnen reguleren. Dus hebben we homeostatische mechanismen ingebouwd waarmee we onze sociale systemen in een bepaald evenwicht kunnen houden. Omdat we niet alleen willen dat de maatschappij zichzelf regelt, maar ook in de goede richting. Voor onze economie, het sociale evenwicht in de samenleving, het evenwicht in het financiële systeem, de balans van machten in het rechtssysteem bijvoorbeeld hebben we homeostaat-achtige constructies gebouwd: stelsels met interne feedbackmechanismen die voor een – maatschappelijk – gewenst evenwicht zorgen. Dat de rijken niet alleen alles verdienen bijvoorbeeld; dat de wetgevende, rechtsprekende en controlerende macht elkaar in evenwicht houden; dat we de financiële markt binnen grenzen opereert.
Ik moest weer aan Ashby’s homeostaat denken toen ik weer eens het Haagse gesteggel zag over de onderwijsbegroting. Er lijkt nauwelijks nog een stelselblik te bestaan.
Klaas Knot werpt in een interview in de Volkskrant de vraagt op of ons belastingstelsel het algemeen belang nog wel dient (zijn antwoord is nee). Dat stelsel, een set van evenwichtsknoppen, bestaat inmiddels uit een lappendeken van deelbelangen die politiek goed vertegenwoordigd zijn. Het stelsel gaat gebukt onder een diversiteit aan geborgde individuele belangen, van boeren, van bloementelers, van het grootkapitaal. Knot pleit voor hervorming van het stelsel omdat we teveel knoppen hebben bijgebouwd waardoor het stelsel niet meer doet wat het moet doen: een bepaalde maatschappelijke balans organiseren.
De regering lijkt meer bezig met de onderhandeling over welke doelgroep meer moet profiteren van het feit dat ‘hun’ partij in de Kamer of de regering zit. Maar met die blik trek je als je niet oppast de maatschappij scheef. Als het al niet scheefgetrokken is. Ons klimaat is systemisch in een ‘ver-uit-evenwicht’-situatie gekomen. Er zijn drastische maatregelen nodig om een nieuw soort evenwicht te vinden. Maar de manier waarop Den Haag ermee omgaat lijkt erop uit te draaien dat alles nog verder uit evenwicht raakt.
Wie in Den Haag voelt zich verantwoordelijk voor het goed hanteren van die stelsels? Wie wil nog kijken naar de maatschappij als ‘homeostaat’ en voelt zich verantwoordelijk om de feedbackmechanismen ervan goed te beheren in plaats van verstrikt te zijn in een onderhandelspel waarbij eigen werkelijkheden, eigen achterbannen en onderlinge handjeklap over begrotingsvraagstukken belangrijker zijn dan het gesprek over hoe je zorgt voor een goed maatschappelijk evenwicht.
Ik denk dat Ashby zich dood zou ergeren over de slordigheid waarmee het systeem maatschappij verstoord wordt door gemakzuchtige politiek. Hij zou zijn hoofd schudden bij het gebrek aan stelselbestuurders met gevoel voor evenwicht in grote systemen.
En als hij zich al niet ergert, dan ik wel.
Groet, Leike
