Brugwachter

24 juli 2017


Beste Leike,

We zijn met ons bootje op vakantie. Maar ik kan toch niet laten met organisatie-ogen te kijken naar wat ik meemaak. Bijvoorbeeld bij het aanmelden voor bruggen. Op de Vecht zijn sommige bruggen van de gemeenten en andere van de provincie. De gemeentebruggen hebben van die gezellige brugwachters die je zien aankomen en dan de brug voor je opendoen. Toen men vorig jaar in Vreeland de brugwachter wilde laten vervangen door camera’s kwamen de bewoners in opstand. Hij vervulde een mooie rol in het sociale weefsel van het dorp en droeg bij aan sociale controle en gevoel van veiligheid.
De provinciale bruggen Utrecht zijn daarentegen helemaal geautomatiseerd en worden bestuurd met behulp van camera’s. Bij iedere brug staat een telefoonnummer dat je moet bellen als je erdoor wilt. Dan krijg je een bandje waarop een man in diep Limburgse tongval zegt dat je bericht is aangekomen en dat de brug zal opengaan. Laatst was een brug kapot, maar de Limburgse bandinspreker bleef vrolijk aankondigen dat de brug zou opengaan. Op die brug was een mannetje aan het werk, met zijn hoofd in een regelkast met draadjes en schakelingen. Geen spoor van communicatie over de stremming.

Communicatie is sowieso een lastig punt.
We gingen laatst onder een brug in Jutphaas door met zo’n aardige brugwachter in een klein huisje, om vervolgens 100 meter verder voor een sluis van Rijkwaterstaat te komen. Daar was geen aankondiging hoe je te melden, ook niet in de wateralmanak. Bovendien geen enkele reactie op ons hoorngeschal. Dus dan maar naar de kant en erheen lopen. Een slaperige sluiswachter had ons niet gezien. “Ja, sorry”. “Maar geeft de brugwachter van de brug hiervoor dan niet door dat er wat aankomt?” “Nee, nooit, hebben we geen contact mee. Zij zijn van de gemeente.”
Honderd meter Leike! En iedere boot die door de brug gaat moet ook door de sluis. Allemaal!

Wat ook zo interessant is, is het verschil tussen gemeentelijk en provinciaal/rijks-eigendom. Provincies, waterschappen en Rijkswaterstaat laten het geld rollen. Prachtige futuristische verkeerstorens waar architecten zich op hebben kunnen uitleven. De gemeentelijke brugwachters zitten vaak in een heel klein huisje en moeten dikwijls naar buiten om brug of bomen te bedienen. Gemeenten kunnen blijkbaar minder geld laten rollen dan provincies en waterschappen. Om van Rijkswaterstaat maar te zwijgen.

En dan het tempo te water. Ook heel apart. Zo mooi traag als een groot binnenschip een sluis binnenvaart en helemaal geweldloos tegen de kant aan komt te liggen. Geheel ongehaast. Het fijne van dat varen is ook juist dat het zoveel langzamer gaat dan de auto of de trein of zelfs de fiets. Je hebt alle tijd om het landschap in je op te nemen en je gedachten de vrije loop te laten. Heerlijk. Maar ook wel irritant voor een neurotisch type als ik ben. Ik betrap mezelf op ergernis als de brugwachter een vol uur zijn werk neerlegt om zijn boterhammetje te eten. Een uur? Is dat om uit te rusten of zo? Van dat harde werken? Vier keer op een ochtend lampje op groen, bomen omlaag, brug omhoog, lampje op rood, brug omlaag, bomen omhoog? Op de Turfroute van Drenthe naar Friesland beginnen alle brugwachters om half tien en stoppen zijn om half vijf. Zonder lunchpauze….Zeven uur achter elkaar.
En dan erger ik me weer aan mijn ergernissen. Gun die mensen nou die jaloersmakende rust. Waarom zouden ze net zo gestrest met de tijd moeten omgaan als ik? Adem in, adem uit.
Mezelf zo toespreken helpt soms. Ben heel benieuwd of ik wat leer deze vakantie.

Groet, Jaap

Reageer

Organisatievragen