Met enige onregelmatigheid schrijven Leike en Jaap elkaar een dialoogblog over het vak en de wereld. Daar kun je je op abonneren, dan krijg je bij iedere nieuwe blogpost een melding. Ook heel leuk vinden we het als je je ermee bemoeit en een eigen bijdrage levert. Naar een specifieke blogpost zoeken of neuzen door alle titels kan in het blog overzicht.

Politiek en pragmatiek

1 november 2016


Beste Leike,

Ik leg net weer een prachtig boek weg. De nieuwe democratie van Willem Schinkel. Pas een paar jaar oud en nu al niet meer te krijgen. Doodzonde. (hoewel nog wel verkrijgbaar als e-book gelukkig; daar hoeven ze geen voorraden van aan te houden.)
Het is zo mooi omdat hij zo helder onderscheidt wat management is en wat politiek. Hij vindt dat we de laatste decennia alles zo gedepolitiseerd hebben dat de maatschappelijke tegenstellingen zijn weggerommeld. Het huidig onbehagen komt voort uit het onvermogen weer scherp te politiseren. We nemen veel te veel structuren als gegeven. Voorbeeldje: iedereen gaat zo ongeveer uit van almaar onbeperkte groei van productie en consumptie. Obesitas; dat kan onze planeet helemaal niet aan, stelt Schinkel.

“Probleemmanagement”, zo noemt hij de bestuurlijke praktijk die Nederland regeert. Alle vraagstukken die opdoemen worden voorzien van een pragmatische way out en worden weggepolderd. Hij laat ook zien dat we eigenlijk geen politiek bedrijven, maar vooral bestuurlijk oplossen. Waar Kok ooit zijn socialistische veren afschudde, Balkenende zedenpredikte heeft nu Rutte een hekel aan vergezichten en idealen. Het ontbreekt aan visie op waar het met de samenleving naartoe moet. De oriëntatie is niet op een gewenste richting, maar op het voorkomen van bananenschillen en gedoetjes.
Wekenlang is Rutte nu bijvoorbeeld al weer doende om te kijken wat hij aan moet met de uitslag van een raadgevend referendum waar iets meer dan de helft van de 30% opkomst iets wil dat praktisch onmogelijk is: Europa een ander verdrag met Oekraïne laten sluiten. Gemodder op de vierkante meter terwijl het Midden-Oosten brandt, Poetin dreigt met kernwapens, het klimaat op hol slaat de verschillen tussen haves en have-nots onoverbrugbaar lijken te worden.
Maar voor een werkende democratie is het nodig dat tegenstellingen zichtbaar worden, dat keuzes voorgelegd worden, dat die keuzes pijn mogen doen. Democratie gaat niet alleen over realiseren, maar ook over het creëren van bindende idealen, over tegen de stroom invaren, over hartstocht en strijd.

We zien nu dat inhoudelijke en pragmatische argumenten en politieke wenselijkheden in wonderlijke mixtures door bewindslieden naar buiten worden gebracht. We zien ook dat de ambtelijke top over zoveel ‘politieke antenne’ moet beschikken dat onoverzienbaar wordt wat zakelijk verstandig is en wat de minister ideologisch wil. Politiek probleemmanagement is dus wat we zien
Ooit deed Frank de Grave (VVD-minister) het voorstel dat de kamer zowel het ambtelijk advies als de ministeriele voorkeur zou krijgen. De kamer kan dan zien wat technocratisch aantrekkelijk is (de managementoplossing) als wat politiek de voorkeur heeft van het kabinet of de minister. Dan kun je in het politieke debat weer terugvinden wat in het domein van de idealen hoort (met de daarbij passende ideologische argumentatie), als wat in het domein van het zakelijk en pragmatisch oplossen hoort.
Ik vind dat nog altijd een briljant voorstel. Je spreekt het ambtelijk apparaat weer aan op waar het goed in hoort te zijn: inhoudelijk argumenteren. En de minister op wat hij moet doen: politiek richtinggeven. Je kunt de kamer op beoordelen van de politieke lijn in relatie tot technisch realiseerbaar.
Ik weet niet veel van staatsrecht, maar ik kan me voorstellen dat het voorstel van Frank de Grave zo door het komend kabinet opgenomen kan worden in het regeerakkoord. Zou dat niet verfrissend zijn?

Groet, Jaap

Trump vs Hillary

20 oktober 2016


Beste Jaap,

 

Wat een gedoe toch rond die Amerikaanse verkiezingen. Botsingen en gevechten tussen twee kandidaten die beiden niet de populariteitspoll winnen. Potten die de ketel verwijten dat ‘ie zwart ziet. En vlekjes zitten aan allebei.

En man, wat kunnen die Amerikanen blamen en shamen. Hard tegen hard. Alles erbij halend wat in hun kraam te pas komt, of het nou van doen heeft met de taak waar ze voor opteren of niet. Het hoort natuurlijk bij hoe Amerika dat doet (hoewel we het aardig beginnen over te nemen), maar hier is nog wat anders aan de hand. De heersende politiek is verontwaardigd over de manier waarop Trump zich gedraagt. Hij voldoet niet aan de spelregels van de heersende politiek. Op zijn beurt verwijt Trump die zittende politiek nou hun eigen mores. Hij is verontwaardigd over de ‘oneerlijkheid’ ervan.

 

Ik heb er Jane Jacobs, een Amerikaans socioloog, maar eens bijgepakt. Ik moet steeds denken aan haar theorie over de botsende ethische systemen van openbaar bestuur en bedrijfsleven als ik dat geharrewar tussen die kandidaten zie.

Jane Jacobs stelt dat er twee grote ethische systemen in een maatschappij zijn: het çommercial moral syndrome’ (het waardensysteem van het bedrijfsleven) en het ‘guardian moral syndrome’ (het waardensysteem van de overheid). Het woord ‘syndrome’ gebruikt ze in termen van ‘stelsel’ niet van syndroom (hoewel je dat met deze gekte bijna zou verwachten J). Ze stelt dat het hier gaat om ethische systemen die zo anders zijn dat ze elkaar niet begrijpen. Het zijn systemen die van volstrekt andere waarden uitgaan, en op grond daarvan de waarden van de ander verafschuwen en afwijzen.

 

Hillary is groot geworden in het ethische systeem van het publiek bestuur. Zij is de verpersoonlijking van die waarden en leeft ernaar. Belangrijke waarden uit dat systeem zijn bijvoorbeeld ‘vermijd handel’, ‘wees dapper’, ‘wees gezagsgetrouw en gedisciplineerd’, ‘hecht aan tradities’, ‘respecteer hiërarchie’, ‘wees loyaal’, ‘bluf’, ‘neem wraak’ en ‘misleiden mag als dat voor de taak nodig is’. Kenmerken die nodig zijn voor het politieke spel. Allemaal voor de goede zaak. Liegen is daarom ook geen liegen.Dan Donald. Vleesgeworden ondernemer. Gepokt en gemazeld in het commercial syndrome. Welke waarden zijn daar belangrijk? ‘Concurreer’, ‘wees ondernemend en initiatiefrijk’, ‘wees inventief’, ‘wees eerlijk’, ‘wees openhartig en oprecht’, ‘scheid je af/creëer afscheidingen als de taak daarom vraagt’. Je mag elkaar pootje haken, de pas afsnijden, bedriegen (dat is allemaal concurreren), maar je doet het wel met open vizier. Allemaal kenmerken die nodig zijn om ondernemend en met lef te kunnen handelen.

 

Is die botsing tussen Clinton en Trump niet ook heel erg een botsing tussen die twee waardesystemen? En zou het zo zijn dat in Amerika die twee systemen op dit moment (of al langer) sowieso botsen? Dan is het niet alleen een verkiezingsfitty, maar een groter maatschappelijk vraagstuk. Onze kandidaten gaat het niet helpen. Je kunt elkaar immers alleen bevechten als je elkaars waardensysteem respecteert. Dan raak je elkaar. Doe je dat niet, dan is het enige dat ontstaat het diskwalificeren van de ander op grond van een inferieur waardensysteem. Ik ben heel benieuwd wat er zou gebeuren als een van beiden vanuit het waardensysteem van de ander zou gaan praten. Niks waarschijnlijk …

 

Want laten we wel zijn, in deze fase van de Amerikaanse verkiezingen is die mogelijkheid allang gepasseerd. Het is moddersmijten en jezelf zo goed mogelijk tegen de modder van de ander wapenen.

En ondertussen hou ik mijn hart vast. Want Trump omarmt nog een aantal andere waarden. Waarden waarvan je hoopt dat Jacobs ze nooit als derde maatschappelijk waardesysteem zal hoeven beschrijven.

Ik duim dat zelfs de Amerikanen die zich meer thuisvoelen bij het commercial syndrome en dus wel met Trump mee kunnen voelen, dit keer voorrang geven aan de andere kandidaat.

 

Groet,

Leike

Vrijwillig werken

9 oktober 2016


Beste Leike,

Interessant hoe werk dat moet gebeuren soms start als vrijwilligerswerk om later te transformeren tot geprofessionaliseerd en betaald werk.
Ook al omdat het soms omgekeerd gebeurt.
Professies worden geamateuriseerd. Zo volgde ik ooit de academie voor autodidactiek (destijds sociale academie geheten) waar welzijnswerkers werden opgeleid. Maatschappelijk werkers, kultureel werkers (ja, met een ‘k’ natuurlijk), inrichtingswerkers en personeelswerkers. Die eerste twee beroepen zijn zo’n beetje uitgestorven; dat doen vrijwilligers nu. Mijn vriendin Tijn bijvoorbeeld, ooit maatschappelijk werker, vrijwilligt in een hospice door voor stervenden te zorgen en helpt daarnaast Syrische statushouders hun weg te vinden in ons bureaucratisch doolhof. Voorheen allebei betaald werk, nu werk voor de vrijwilliger.
Zelf ben ik in mijn gemeente actief voor landschap en erfgoed. De gemeente is op zoek naar eigentijdse vormgeving van de relatie burger/overheid en vroeg me mee te denken over een cultuurnota. Daarover doorpratend raadde ik hen het mooie boek ‘Werken aan een wakkere stad’ van Jan van Ginkel en Frans Verhaaren aan. Daar werden zij enthousiast over en ze vroegen me een bijdrage te leveren aan bijeenkomsten met ambtenaren over dat thema. Nu kwam dit wel heel dicht in de buurt van mijn gewone werk; werk waar ik mijn brood mee verdien en werk waarin ik mijn professionaliteit markeer met overeenkomsten, tuchtregels van de orde en wederzijdse verplichtingen. Na wat wikken en wegen besloot ik dit advieswerk te blijven doen als vrijwilliger. Dit werk nu doen als professional zou me teveel ambiguïteit in de relatie met de gemeente opleveren.
Als je eenmaal met het thema bezig bent zie je steeds meer. Zo begeleidde ik van de week gebiedsmanagers in een gemeente. Een van hen stelde aan de orde hoe hij om moest gaan met het vraagstuk van een vrijwilliger die om een vergoeding vroeg. De vrijwilliger had een belangrijk maatschappelijk initiatief genomen (de stad had daar veel waardering voor) en nu ging er zoveel tijd in zitten dat hij gevraagd had om een vergoeding van zijn uren als ZZP-er. De gebiedsmanager twijfelde. Het geld was niet het probleem en zou het niet goed zijn de waardering zou tot uitdrukking te brengen? Maar wat zou het effect zijn op andere vrijwilligers? Komen er straks veel meer met een verzoek om betaling? Wat gebeurt er als je dat dan weer weigert? Maar ook: hoe borg je de kwaliteit van het werk? Zijn engagement en geworteld zijn in de buurt voldoende reden voor betaling? Of moet je ook prestaties of resultaten erin betrekken? Een boeiend dilemma.

Het is wel interessant, dat raakvlak tussen vrijwillig en betaald, dat net niet parallel loopt met amateur en professional. De manier waarop we ernaar kijken lijkt erg te zijn ingegeven door de tijdgeest. Een tijdgeest waarin we gezamenlijkheid en solidariteit steeds meer laten plaatsmaken voor het individu dat zijn eigen verantwoordelijkheid moet nemen. Verantwoordelijkheid voor mantelzorg, vrijwilligerswerk en al dat andere cement in de samenleving. Een overheid die kleiner moet en burgers steeds meer wil activeren om oude overheidstaken over te nemen.
Ik ben heel benieuwd wanneer de slinger van de historie weer de andere kant op zal slaan. Zodat degenen die niet sterk genoeg zijn voor veel ‘eigen verantwoordelijkheid’, zoals zieken, ouderen, net aangekomen vluchtelingen, gehandicapten en sociaal minder fortuinlijken wat minder afhankelijk worden van de willekeur van de ‘eigen verantwoordelijkheid’ van anderen in hun omgeving.

Groet, Jaap

Gouden eeuw

27 september 2016


Beste Jaap,

Van tijd tot tijd mag ik vertoeven in hoofdkantoren van bedrijven of grote non-profitorganisaties. Heel vaak is het daar happy-shiny-people-land. Het gebouw is mooi, licht, ruim. Op de muren hippe, stimulerende slogans. Het is er vol met flexplekken, leuke koffiecorners of lunchcafeetjes. Heel gezellig en aangenaam. Het bruist van mensen die opgeruimd en daadkrachtig met elkaar overleggen en (digitaal) papier produceren.
Het werkt er vast ontzettend prettig. Maar soms kun je er ook zo ontzettend goed merken dat hier van alles wordt bedacht waar het primair proces meer hinder van heeft dan profijt. Deze wereld is te anders en te losgezongen van de plek waar het gewone werk gebeurt.

De banen die de mensen in deze ruimte vervullen, zijn meestal geen onderdeel van het primair proces. Ze gaan over de verbetering ervan. Het zijn banen waarin je betere en mooiere dingen voor de organisatie mag bedenken. Daarom zijn ze weg van de haast, de rommeligheid, de stress, de houtje-touwtje-net-gered-opluchting. Maar soms ook zijn het banen die zo ver weg staan van het gewone werk, dat ze eerder last toevoegen dan meerwaarde.

Rutger Bregman spreekt in zijn boek Gratis geld van bullshitbanen. Banen die volgens hem helemaal niet nodig zijn, omdat ze nergens aan bijdragen. In zijn gratis geld-utopie hebben we deze banen niet meer nodig. Doen we alleen nog wat echt waarde toevoegt. En verder hebben we vrij. In Bregmans lijn van denken verdwijnt een groot deel van de banen uit bovenstaande wereld. Maar volgens mij maakt hij een denkfout. Deze banen gaan niet verdwijnen. Want dit soort banen bevinden zich in de buurt van de macht. Dit zijn prestigebanen met positie. En dat is een vorm van beloning op zichzelf.

Ik lees nu Het leven van Jan Six, het nieuwe boek van Geert Mak. Prachtig boek. Mak volgt alle Jannen van het geslacht Six door de eeuwen heen. Als er iets zichtbaar wordt als je dat boek leest, is hoe de maagschap – het grotere familieverband – de hoeksteen van die samenleving is. Je zorgt voor je mensen binnen de maagschap. Je bezorgt ze posities en banen, en op die manier economische stabiliteit die ook jou weer helpt. Daarbij ging het om banen waarmee mensen in hun levensonderhoud konden voorzien en om bestuurlijke posities van waaruit het sociaal weefsel van de stad geregeld werd. In de gouden eeuw waren deze banen gekoppeld aan elkaar. Six en Vondel bijvoorbeeld vervulden in die Gouden Eeuw – bestuurlijke – posities en waren tegelijkertijd koopman of handelaar. In latere generaties verdween die combinatie van inkomen verwerven en bijdragen aan het bestuur van de stad. Het bestuurlijke – betaalde – vrijwilligerswerk werd een zelfstandig betaalde en geprofessionaliseerde rol. Het werd daarmee een systeem dat zichzelf in stand hield.

Die maagschappen, ze zullen er nog zijn, maar hun invloed zijn ze kwijt, mede dankzij de ideaaltypische bureaucratie van Weber die ervoor gezorgd heeft dat mensen los van kruiwagens op functies benoemd werden. Ook de rollen die ‘geregeld’ werden – postmeester, schout, lid van de vierschaar, lakenmeester – bestaan niet meer. Maar die posities, ze zijn er nog. Niet verkregen via een maagschap, maar gewoon vanwege je professionaliteit. Het levert je geen geldelijk gewin, maar gewoon salaris. Je draagt bij aan het sociale weefsel van de organisatie. En met het gewone geploeter heeft het weinig te maken.

Vandaag zit ik weer eens in zo’n hoofdkantoorlobby. Die utopie van Bregman is daar ver weg. Ik zie vooral de wereld van Jan Six. En als die al sinds de Gouden Eeuw een functie heeft, dan zal dat voorlopig ook nog wel even zo blijven.

Groet,
Leike

kiezersMARKT

9 september 2016


Beste Leike,

Ik denk ook dat de verkiezingsdemocratie op zijn eindje loopt. Het gezag van gekozen organen kalft af, steeds minder mensen zijn lid van politieke partijen, het geheel van overheden wordt steeds rommeliger (EU, land, provincie, gemeente, stadsdelen, regio’s), Maar ook Quasi-non-gouvernementele organisaties (Quango’s) als UWV, ‘DE jeugdzorg’ of AFM waarvan niemand begrijpt wie hierover gaat.
Veel mensen begrijpen er geen biet meer van en zo ontstaat een prima voedingsbodem voor wantrouwen en afhaken. Het is me nogal een mega-organisatieprobleem!

Van Reybrouck spreekt over het ‘democratisch vermoeidheidssyndroom’. Hij haalt de begrippen verkiezingen en democratie uit elkaar; die zijn niet synoniem. En houdt een hartstochtelijk pleidooi voor loting als een veel democratischer oplossing.
René Gude ziet de sportificering van de politiek (en meer) waardoor debatten niet meer over inhoud, maar over winnaars lijken te gaan. Ik schreef er in een eerder blogje al over.
Ik zie ook een ‘vermarkting’ van de politiek waardoor kiezers niet langer burgers zijn, maar een ‘markt’ waarin de partijen uit lijken te zijn op een zo groot mogelijk marktaandeel. Waar vroeger partijen min of meer stabiele achterbannen organiseerden op grond van waarden, beginselen of idealen, lijkt nu het zoeken naar marktvolume het oogmerk te zijn.
Sommige van onze kiezersmarktkooplieden doen dat nog vanuit eigen idealen. Velen houden die vaak voor zich uit angst dat het expliciet benoemen ervan sommige kiezers afstoot. De PvdA kijkt bijvoorbeeld wel uit om nivellering te noemen als nastrevenswaardig uit angst verkeerd geframed te worden. Dus komen ze met algemeenheden waar je het moeilijk mee oneens kunt zijn. Andere kooplieden maken een handeltje van de onvrede en verkondigen dat waarvan ze denken dat ze maximaal rumoer=aandacht=kiezers organiseren. Veel van de onvrede wordt zo gekanaliseerd door kooplieden die weinig met democratie en rechtsstaat op lijken te hebben.
Als beeld levert dat op dat politici op zoek gaan naar de burger (in de hoop dat die het weet) en burgers op zoek naar politici (in de hoop dat die het weet). En zo rennen ze achter elkaar aan als een hond achter zijn staart.
Geen vrolijk praatje he?

Het is als een stroomversnelling waarin besloten ligt dat turbulentie niet zomaar rechtdoor gaat, maar tegenbeweging, draaikolken en rare stille plekjes oplevert. Dat levert natuurlijk direct de vraag op wat je moet doen als je in zo’n draaikolk terecht komt.
Ik weet het niet zeker, maar ik geloof dat eruit zwemmen nogal kansloos is en dat je beter mee kan bewegen met de krachten van de maalstroom om eruit te ontsnappen als je er weer uit geworpen wordt…
Als je onderdeel van de chaos bent is sturen kansloos, dan helpt alleen geduld omdat de chaos altijd weer stopt en een nieuw orde ontstaat.
Dus wachten we de verkiezingen in de VS, in Nederland en Frankrijk maar af.
Nu maar hopen dat we zolang onze adem kunnen inhouden.

Groet, Jaap

Verkiezingswedstrijd

1 september 2016


Beste Jaap,

De sportzomer is voorbij. Maar het volgende festijn is alweer begonnen: de verkiezingsstrijd. Terwijl de meesten van ons weer aan een normale werkweek probeerden te wennen, en in de steden de introductieweken in volle gang waren, deed de politiek zijn eerste zetten op het verkiezingsschaakbord. Rutte verontschuldigde zich bij de kiezer, Samsom bij zijn fractie. Pechtold stapt op als ie niet mag regeren, Roemer weigert te regeren met een partij die de marktwerking in de zorg wil houden. En over het partijprogram van Wilders is in de afgelopen week meer geschreven dan dat ene A4tje waar zijn program uit bestaat. Want in maart mogen we weer naar de stembus. Het grote positionerings- en beïnvloedingsspel is begonnen. Een soort sportzomer, maar dan anders.

De komende maanden worden voor mij als rondlopen in een spiegeldoolhof. Wat moet ik met al het gedoe dat op me afkomt? Willen ze me nou duidelijk maken waar ze voor staan, die politieke partijen? Zodat ik goed geïnformeerd kan kiezen? Of is het het spel om de macht, zorgen dat je zoveel mogelijk zetels hebt, zodat jij de baas bent (waarbij je kiesvee nodig hebt om dat te bereiken)? Of zijn ze al begonnen met het spel van loven en bieden dat echt gaat starten na de verkiezingen (want die kiezers maken niet zoveel uit, het is het spel dat daarna begint)?
En dat is alleen nog maar het politieke volkje zelf. Daaroverheen komen dan nog eens de media, het maatschappelijk middenveld en de nodige betweters die ons uitleggen hoe we ernaar moeten kijken.

In organisaties hebben medewerkers vaak het gevoel dat ‘de hoge heren’ boven toch het spel spelen dat ze willen spelen. Dat zij, als medewerkers, er toch geen invloed op hebben. En in zekere zin hebben ze gelijk. In organisaties is er op heel veel punten geen een-op-een-inspraak waarbij je als individu de besluitvorming rechtstreeks kunt beïnvloeden. Als het om ‘grotere belangen’ gaat, zijn medewerkwerkers vaak pionnen in het grotere organisatiespel. Organisaties elementen in een nog groter spel van aandeelhouders en overheid.

Ik was altijd heel erg blij dat we geen een-op-eendemocratie hebben. Omdat ik oprecht vind dat we moeilijke keuzes niet kunnen maken door rechtstreekse verkiezingen. Te veel verschillende meningen, te veel verschillende belangen, te veel populistische keuzes die een land niet gaan helpen.
Ik probeer altijd te kiezen voor een partij die ik mijn stem toevertrouw. Een partij waarvan ik denk dat zij verstandige keuzes maken in de grote vraagstukken waar we voor staan. Dat mogen ze doen namens mij. Dat er daarbij water in de wijn gaat, dat hoort erbij. Ik ga ervan uit dat ze ook daar zorgvuldig handelen.
Maar is dat eigenlijk wel het spel dat ze daar in Den Haag aan het spelen zijn? Want waar wordt ik nu voor gebruikt? Voor het maken van democratische keuzes over waar het met het land naartoe moet? Voor het realiseren van waarden en uitgangspunten waar een politiek partij voor staat? Of voor behoud van pluche en positie, strelen van ego’s, stoken van onrust? Ben ik een speler, de bal, een pion, klapvee in andermans show, een fiche in andermans roulette?
Ik kijk met belangstelling naar G1000’s en mensen als Van Reijbroek die pleiten voor een andere democratie. Want als ik kijk naar het circus dat afgelopen week gestart is, dan denk ik dat we aan het einde van de houdbaarheid van deze vorm van democratie zitten.
Ben ik nou een pessimist? Of zie ik verandering gloren aan de horizon?

Groet, Leike

Zomer

28 juli 2016


Beste Jaap,

Wat een Europaleed daar in Italië. Hier in Nederland is mijn grootste zorg de merelfamilie die zich genesteld heeft in mijn blauwe regen. De kinderen worden op dit moment door hun ouders een voor een uit het nest gegooid. Dat gebeurt niet zachtzinnig en onder luid gekrijs. Die kleintjes kunnen nog niet vliegen, dus ze landen met een grote plof ergens in mijn tuin. Daar scharrelen ze een paar dagen als happy campers in het rond. Dat is niet erg, zegt internet, dus ik bekijk het met grote belangstelling.

Paps en mams blijven in deze fase heel zorgzaam. Ze voorzien hun kroost nog van eten en houden de boel nauwlettend in de gaten. Ik heb nog nooit zo’n goede reden gehad om mijn tuin niet te doen. Zij zitten namelijk argwanend op het muurtje of in de boom als ik me maar in de buurt van zo’n jong waag. Niet dat die zich ergens iets van aantrekt. Zit gewoon met zo’n breed smoeltje rond te kijken, en leert ondertussen vliegen. Probeert tussen de planten weg te vliegen, maar die zijn te hoog en te dicht, dus dat lukt niet. Na een tijdje kan ie op een steen springen en na nog weer een tijdje op mij tuinbank fladderen (om vervolgens daar vrolijk piepend de boel onder te schijten). Tegen de tijd dat het zover is, wordt t volgende jong het nest uit gebokt.

In het zonnetje, onder genot van kopjes thee en koffie, volg ik dit familiedrama over groei en ontwikkeling. Europa is ver weg. Net als Turkije, Nice, München, de republikeinen in Amerika en het feit dat we dankzij Melania Trump nu een wel heel sprekend voorbeeld hebben van wat plagiaat is. Dankzij de door jou zo verafschuwde ‘sport-soooom-uuuuh’ die denkt dat t belangrijkste nieuws hun ‘oneerbiedwaardige’ (zo noemen ze t zelf!) verslaggeving over de niet meer zo okselfrisse benen van Laurens ten Damme (zo noemt hij ze zelf!), de val van Bauke, en de breuk van Tom is.

Dan liever mijn merels.

Wat dit met organisaties of de wereld te maken heeft?

Helemaal niks. Ik heb vakantie.

Groet, Leike

PS: Ik weet niet of je t meekreeg, maar er loopt een petitie tegen die Sportzomer! Radio 1 eat your heart out!

PS2: een van de jonkies heeft het niet overleefd. Trof het na een weekendje weg half gecomposteerd aan in de tuin 🙁

Meer Europa

20 juli 2016


Beste Leike,

Ik ben op vakantie in Europa. Via België en Luxemburg een weekje in het Duitse Saargebied, en toen leidde mijn TomTom me via Frankrijk en Zwitserland naar Italië. Zelfs van de Zwitserse grens heb ik niet veel gemerkt.
De discussie die loskomt over de EU naar aanleiding van het Brexit lijkt een soort kerntakendiscussie te worden zoals die ook jarenlang in gemeenten is gevoerd. Wat moeten we echt doen en wat kunnen we beter niet doen of aan anderen overlaten is dan de vraag.
Want over ‘Europa’ of nog erger ‘Brussel’ wordt veel geklaagd. Over de enorme regelzucht die zich uitstrekt over komkommermaten of het ontladderen van de glazenwasser. Hebben we daar nu Europa voor nodig? Kan je dat nu niet aan de lidstaten overlaten zodat Europa zich met de grensoverstijgende vraagstukken van veiligheid, milieu en internationale handel kan bezighouden?
Ik voelde altijd wel wat voor die redenering. Laat alsjeblieft de Fransen hun rauwmelkse kazen houden en de Sicilianen die kaas met die levende wormpjes erin. En bemoei je niet met onze kromkommers.
Maar nu ben ik in Italië en wil ik graag even klagen over stekkers. Kamperen met meer dan 30 graden vraagt om een koelkast. Een koelkast vraagt om stroom. Stroom bij een tent vraagt om verlengsnoeren. En als je dan toch stroom hebt is een verdeeldoos ook fijn zodat je je telefoon kunt opladen, je laptop, ook een lamp in de tent en ja, als je dan toch stroom hebt is ook een waterkoker fijn.
Een paar jaar geleden kocht ik in Frankrijk een superlang verlengsnoer omdat ik wel heel ver van de stroompaal af kampeerde. Zo’n ding heeft Franse stekkers. Die combineren aardig met de Nederlandse, omdat ze, hoewel deels verschillend, toch op elkaar passen.
Maar ik vermoed dat dit jaar thuis in de keuken de stekkerverdeeldoos is blijven liggen. Dus wij naar de plaatselijke electrawinkel op zoek naar een verdeeldoos. Die hebben ze, maar ze hebben helemaal afwijkende stekkers (drie pootjes op een rijtje). Maar toen kwam het echte probleem: hebben jullie ook tussenstukjes tussen Franse snoeren en Italiaanse doosjes? Nu bleek dat zij hun eigen driepootstekkers ook in verschillende breedtes hebben en ….. na heel veel Italiaans handen en voetenwerk bleek er een tussenstuk te zijn dat op het oog leek te passen. Later bleek: past wel op Nederlands, maar niet op Frans. Uiteindelijk ben ik maar zelf gaan knutselen met behulp van de voorraaddoos van de campingeigenaar. En kan ik dit stukje maken.
Mogen we nog wat meer Europa alsjeblieft? Dat we allemaal dezelfde stekkers krijgen en dat we voor gewone kosten kunnen bellen en mailen (wat al een eind op weg is trouwens)? Dat we ondanks ondergekapitaliseerde Italiaanse banken gewoon Euro’s uit de muur kunnen trekken? En dat we hier ook die heerlijke rare kaasjes kunnen eten? En van die beestjes uit de zee die God toch nooit voor consumptie bedoeld kon hebben?
Welke partij zou de volgende verkiezingen in willen met ‘meer Europa’?

Zonnige groet, Jaap

Europa antifragiel?

4 juli 2016


Beste Leike,

In mijn overmoed heb ik toegezegd in de komende systeemweek van Sioo een middag te organiseren over Antifragiel van Nassim Nicholas Taleb. Een prachtboek, waar ik, nu ik het herlees steeds enthousiaster over wordt.
Heel kort gezegd wijst Taleb erop dat veel systemen fragiel zijn. Ze zijn mooi doelgericht en efficiënt ingericht, maar een verstoring brengt ze direct uit evenwicht. Ze gaan dan stuk. Hij zet dit naast robuuste systemen. Daarvoor geldt het tegenovergestelde: die zijn nauwelijks te beschadigen, doen altijd hetzelfde.
Maar Taleb ziet nog een derde soort systemen: antifragiele. Deze systemen hebben juist baat bij verstoring. Ze worden er sterker van. Zoals Nietsche al zei: “Wat me niet doodt, maakt me sterker”.

Vanmorgen las ik (via Blendle) in De Tijd een mooi interview met Joris Luyendijk over Brexit. Joris die (nog) in Londen woont en intensief onderzoek deed naar de werking van ‘the City’ (Het kan niet waar zijn) is blij met Brexit. Hij ziet het als een kans omdat de Britten, sinds ze in de EU zitten, steeds bezig zijn geweest om van alles en nog wat te frustreren in Europa. Het vertrek van het VK geeft ruimte om nu met de overgebleven 27 constructief te werken aan de vormgeving van Europa.
Hij zegt wat ik dacht. Maak het uittreden niet te makkelijk! Laat ze flink bloeden voor de keuze die ze gemaakt hebben. Niet primair om de Engelsen te pesten, maar vooral om te zorgen dat anderen niet lichtvoetig het Britse voorbeeld volgen. Zou je de Britten een aftocht bieden in de sfeer van wel de lusten, niet de lasten, dan zet je de deur open voor een complete desintegratie van Europa.
Ik ben heel benieuwd hoe hier binnenskamers in de hoofdsteden over gesproken wordt. Beperken we de schade op korte termijn (zo min mogelijk conflicten met de Engelsen en zoeken naar pragmatische oplossingen die de pijn wederzijds verlichten), of zien we het risico van precedenten en nemen we nu de pijn van reeksen conflicten en gedoetjes? Aan de oppervlakte zie je, na aan aanvankelijke woede, nu redelijkheid, en schadebeperking de overhand krijgen. Die redelijkheid kan overigens ook heel goed theater zijn. Bikkelhard zijn onder een vernislaagje welwillendheid. Zodat Europa straks kan zeggen dat ze er alles aan gedaan hebben om de schade te beperken. Dat alle ellende dus helemaal aan de Britten zelf ligt.
We gaan het zien.

Je haalde het prachtboek van Luuk van Middelaar over de geschiedenis van Europa al aan. Hij beschrijft minutieus hoe Europa altijd knutselend en worstelend bovenkwam. Gek dat Europa. Een knutselparadijs waaraan iedere architectuur lijkt te ontbreken. Meer chronologisch dan logisch. En toch al zestig jaar geen oorlog op een continent dat er daarvoor van aan elkaar hing.
Waar Van Middelaar enkele jaren geleden eindigde in zijn boek, zijn we sindsdien een Eurocrisis, een Griekse crisis en een vluchtelingencrisis verder.

Het anti-Europa geluid is, naar ik vermoed, nog nooit zo groot in grote delen van de Unie. Niet zo gek als alle regeringen in eigen land zeggen dat het goede van hen komt en de narigheid uit ‘Brussel’. Zie je voor je hoe onze premier in Nederland uitlegt dat we minder Europa willen en in Brussel telkens het inzicht krijgen dat heel veel alleen maar samen met anderen kan?
Ik denk dat veel mensen afhaken bij de EU omdat het zo onbegrijpelijk in elkaar steekt dat je het erudiete proefschrift van Van Middelaar nodig hebt om er iets van te begrijpen. Met iets onbegrijpelijks kun je je niet verbinden.

De antifragiliteit van Europa is gebaat bij conflict met de Britten. Taleb pleit voor vaak en veel kleine verstoringen. Dat maakt je minder kwetsbaar voor grote verstoringen. Een serie crises met de Engelsen over de vormgeving van Brexit past prachtig in de Europese traditie van voortdurende existentiële worsteling. Het zou volgens mij niet zo gek zijn als we die conflicten eens zouden benutten om een visie op de (democratische) vormgeving van Europa te ontwikkelen. Dat we niet alleen maar opportunistisch – en vrijblijvend – knutselen, maar ook in een richting prutsen. Zodat Europa ook voor gewone mensen begrijpelijk en aantrekkelijk wordt.

Groet, Jaap

Organisatievragen