<---Overzicht Gedachten en opinies
Rosenboomiaanse vertellingen
Bij SIOO wordt veel gelezen. Weliswaar leest de een meer dan de ander, maar een beetje docent kent niet alleen zijn 'klassieken', maar leest ook regelmatig een beetje bij in 'the state of the art' op het vakgebied. In het algemeen gaat het dan om boeken van Amerikanen.
Een van de collegadocenten was ook altijd met poëzie in de weer. In de Basisopleiding voor Organisatieadviseurs mocht zij altijd graag tussendoor een mooi gedicht voorlezen, van bijvoorbeeld Wislawa Szymborska en er is nog altijd een Chinees verhaal dat zij ooit vertaalde (uit het Engels) dat we uitdelen bij de afsluiting van het kerntraject van de BO. Deze categorie leesvoer, ook wel 'literatuur' genoemd, heet nu weer geen vakliteratuur. Dat vind ik een beetje raar.
De 'state of the art'-boeken van Amerikanen over ons vak staan in de boekhandel of bij de bibliotheek in het vak 'non-fictie'. Dat betekent zoiets als 'niet zomaar bedacht'. Ik vermoed zelfs dat het eigenlijk zoiets betekent als 'waar gebeurd'. De schrijvers en hun uitgevers lijken te pretenderen dat in deze boeken het leven zelf (althans het leven in organisaties) beschreven wordt. Wat ik echter vaak lees in die boeken zijn pogingen om regelmaat of ordening aan te brengen in wat de schrijver ervaart.
De boeken van, bijvoorbeeld, Thomas Rosenboom (zoals Gewassen Vlees, Publieke Werken en Vriend van Verdienste) worden gerekend tot de fictie; het zijn romans. Die zijn dus blijkbaar maar een beetje bedacht. Toch komen zijn boeken niet helemaal uit de lucht vallen. In 'Publieke Werken' bijvoorbeeld beschrijft hij de geschiedenis rondom een echt bestaand pand in Amsterdam tegenover het Centraal Station. Wat nu zo mooi is in de boeken van Rosenboom is dat hij mensen beschrijft die in zichzelf geloven. Het zijn mensen met idealen of het zijn grote egoïsten, of een boeiende mengeling daarvan. En dat 'in zichzelf geloven' betekent vaak dat zij verliefd worden op hun eigen theorie of hun eigen visie op de wereld. Bij veel van zijn karakters zie ik dat zij gaandeweg de signalen, dat de wereld ook anders in mekaar zou kunnen zitten, niet meer waarnemen. Zij gaan echt geloven in hun eigen visie die echter langzamerhand leidt tot een catastrofe. Thomas Rosenboom schrijft er zo over dat je de dramatische ontwikkeling zich onafwendbaar ziet voltrekken, terwijl je als lezer er toch ook weer wat buiten blijft staan. Ik heb al lezend vaak de behoefte gevoeld om – zoals vroeger in de bioscoop gebeurde - de hoofdpersonen helpende adviezen toe te roepen. Rosenbooms boeken zijn een prachtige waarschuwing voor mensen met een groot geloof in hun eigen waarheid.
Als ik nu boeken leest van Tom Peters, Robert Jacobs, Hammer en Champy, Gifford Pinchot of van bijvoorbeeld Mihaly Csikszentmihalyi, dan denk ik wel eens aan Thomas Rosenboom. Dit soort auteurs spreken mij toe in HOOFDLETTERS en met uitroeptekens. Dat doen ze omdat ze het licht hebben gezien. Ze lijken absoluut te geloven in de werkzaamheid van hun recepten en als getuigen van Jehova dringen zij hun waarheid aan mij op. Hun boeken staan overigens bij non-fictie.
Ik hoorde laatst het verhaal van een hoogleraar -ik geloof - Sociologie die een nogal uitgebreid empirisch onderzoek had gedaan en nu in tien stellingen zijn conclusies wilde samenvatten. Hij besloot er een experiment aan toe te voegen. Veel van de resultaten van sociaal-wetenschappelijk onderzoek lijken nogal voor de hand te liggen en worden gezien als het intrappen van een open deur. Hij draaide daarom zijn bevindingen honderdtachtig graden om en legde ze voor aan een aantal collega's met de vraag: "Verbazen deze uitkomsten je?". Het antwoord was zonder uitzondering "Nee". Blijkbaar zijn uitkomsten in deze tak van wetenschap bijna altijd wel logisch en zijn we altijd wel in staat verklaringen te vinden voor ongeacht elke uitkomst. Ik denk dat dat zeker ook geldt voor veel van de theorieën over organiseren en veranderen.
Hoeveel van de boeken, die we rekenen tot onze vakliteratuur, gaan door voor goed geformuleerde hypotheses over hoe het in organisaties toegaat, maar zijn eigenlijk Rosenboomiaanse vertellingen? Dat het logisch klinkt, is blijkbaar onvoldoende waarborg. En hoeveel van die theorieën nemen we serieus en vertellen we verder? U hebt inmiddels vermoedelijk wel begrepen waar ik naartoe wil. Ik wil de boeken die bij non-fictie staan verhuizen naar de plank met fictie en omgekeerd. Immers een boek als dat van Rosenboom leert mij meer over mensen en hun eigenaardigheden, dan negen van de tien boeken bij www.managementboek.nl. Vervelend is dat onze non-fictie boekenplank (na de zojuist voorgestelde reorganisatie) nog zo weinig geordend is. Een paar eerste ideetjes:
Strategie: L. Tolstoi, Oorlog en Vrede
Bureaucratie: F. Kafka, Het Proces
Samenwerking: W.F. Hermans, Onder Professoren
Innovatie: T. Rosenboom, Publieke Werken
Organiseerprocessen: R. Musil, De Man zonder Eigenschappen
Leiderschap: C. Snow, De Masters
Onderzoek: G. Simenon, De Pijp van Maigret
Casuïstiek: G. Krol, In dienst van de 'Koninklijke'
Financiën: M. Amis, Geld
HRM: J. Voskuil, Het Bureau
Loopbaanbeleid: R. Yates, Revolutionary Road
Jaap van ‘t Hek, december 2001