<---Overzicht Gedachten en opinies
Integratie
Verschil mag er zijn
Ik ben geboren en getogen in een dorp in de provincie. Sterker nog, ik ben er na mijn studie naartoe teruggegaan en ik woon er alweer heel lang. Dit maakt dat ik er bij mijn O(ns)S(oort)M(ensen) niet helemaal bij hoor. Het is toch wat provinciaal, zo'n keuze. (Hoewel ik het aantal stedelingen dat hun omgeving nooit is uitgeweest en provincialer denkt dan ik, vanavond niet te eten zou willen hebben. Zelfs mijn toch respectabele voorraad kan dat niet aan.) Ik word er regelmatig wat meewarig mee geplaagd; hoewel mijn voornemen om naar een stad in het Westen te verhuizen, dat weer wat verminderd heeft.
Het dorp waar ik opgroeide was wit. Hartstikke wit. Maar het wemelde van de verschillende groepen die elkaar meer of minder 'naar het leven stonden'. Er was een laaiende discussie op de lagere (!) school of de (nog te bouwen begin-jaren-zeventig-)nieuwbouwwijk nu bij Druten hoorde en Druten-Zuid moest heten of bij Puiflijk hoorde en Puiflijk-Noord moest heten, waarbij wij, tienjarigen (!) niet aarzelden elkaar over en weer uit te schelden. Ik zat in de klas met boeren en achterbuurters (die stonken), kampers, import en locals. En te pas en te onpas kwamen die verschillen van pas. Op balletles scholden de meisjes van twee dorpen verder ons uit met een versje waarin de minder mooie karaktertrekken van de Drutenaren werden beschreven. En wij hadden zo'n versje voor hen (maar zij begonnen!). Mijn buurmeisje van twee huizen verderop leerde ik pas op de middelbare school kennen. Tot die tijd zat ik op de katholieke en zij op de protestante lagere school en hebben we elkaar zelfs nooit ontmoet! Als er kermis was, wist je 's morgens al welk dorp met welk dorp 's avonds bij de danstent ging knokken. En trouwen ging je niet met iemand van over de Waal. Dat waren toch ‘andere' mensen.
En toch was het niet erg in mijn dorp. Die verschillen waren er, maar vielen binnen een grotere sociale structuur waarin al die verschillen hun plek hadden. Een structuur waarin het mogelijk was om je verbonden te weten met elkaar èn je te onderscheiden van elkaar. Botsingen waren relatief onschuldig; verschillen waren niet bedreigend. Kerk, onderwijs, verenigingsleven en politiek zorgden voor gebaande paden; volwassenen regelden daarop afstand en nabijheid, afhankelijk van de verschillen. Maar ze lieten gewoon niet gebeuren dat verschillen tot scheuring leidden.
Als ik al deze voorbeelden had beschreven met voor één van de partijen een allochtoon, dan had het een bericht uit de media van vandaag kunnen zijn, in plaats van een sfeerschets van een dorp uit de jaren zestig/zeventig. En dan waren we ervan geschrokken. Na een aantal gruwelijke voorvallen (die nooit getolereerd mogen worden) mag verschil niet meer. Wrijving tussen groepen is bedreigend geworden.
Maar wrijving tussen groepen zal er altijd zijn. Onderscheid helpt je te weten wie je bent. Je verbindt je meer met het een dan het ander. Groepen helpen je je identiteit op te bouwen en te behouden. Maar verschillen benadrukken geeft hier en daar wrijving. Omdat ‘zij' anders zijn dan ‘wij'. Iedereen maakt verschil. Zelfs OSM.
Verschil wordt pas bedreigend als de overkoepelende structuur er geen raamwerk meer voor biedt. En als daardoor reactionaire en extreme daden naar elkaar mogelijk zijn. En daar zit mijn zorg. Ik zie de politiek, de mensen van wie ik het mag verwachten, dat sociale raamwerk met hun paniekreacties in de media en de manier waarop ze het verschil allochtoon – autochtoon benadrukken eerder afbreken dan opbouwen. Ik maak me zorgen om gezagsdragers en opiniemakers die uit domheid, angst of de wens om stemmen verschil uitvergroten en daarmee sociale cohesie afbreken. Verschil mag niet meer. Iedereen moet Nederlander worden. Als je in Amerika zowel Italiaan/Pool/Arabier/whatever als Amerikaan kan zijn, dan kan iets soortgelijks bij ons toch ook?
Een paar weken geleden zat ik op een terras in Utrecht. Er streek een groep jongens van een jaar of 20 neer. Al die jongens gaven elkaar een hand. Leuk gebruik, overgenomen van onze Marrokaanse en Turkse landgenoten en helemaal cool passend in de groepscultuur. Ze hadden het gezellig, en er werd wat goedmoedig gespot met afkomst en cultuur. Een nieuwe generatie multicultureel OSM. Leuke club mensen.
Als we dit vermogen tot het tolereren van verschil koesteren, komt het wel goed in Nederland. Dat is misschien van een Miss Marple-achtige naïviteit, maar ik kom nou eenmaal uit een dorp ...
Leike van Oss