<---Overzicht Gedachten en opinies

Een eerlijk inkomen voor politici

Onze bestuurders en volksvertegenwoordigers worden betaald in vaste schalen, vergelijkbaar met hoe we ambtenaren betalen. Van tijd tot tijd brandt een discussie los over de hoogte van dat inkomen.
Het inkomen van politici mag niet teveel zijn, het mag niet te weinig zijn, het moet meer zijn dan van hun ondergeschikte ambtenaren, het mag er in tijden van bezuinigen niet op lijken dat men zich verrijkt. En het inkomen moet ook zodanig zijn dat ook mensen uit het bedrijfsleven af en toe de overstap naar de politiek maken.
Er worden zoveel eisen aan dat inkomen gesteld dat het erop lijkt dat iedere keuze voor weer een andere loonschaal meer problemen oplevert dan oplost.

Nodig is een oplossing buiten de loonschalenlogica en dat kan verbluffend simpel!

De hoogte van het inkomen zou eigenlijk geen rol behoren te spelen bij de vraag of iemand een functie in het openbaar bestuur wil vervullen. Het zou moeten gaan om inhoudelijke motieven, om de wil iets bij te dragen aan de publieke zaak, zoals dat vroeger zo plechtig werd genoemd. Het zou ook zo moeten zijn dat ook niemand achterdochtig hoeft te zijn over die motieven. 
Als we los zouden kunnen komen van de suggestie dat het gaat om mooie baantjes en zelfverrijking zou het politieke bedrijf aan gezag winnen.

Het kan als volgt:
Als iemand lid wordt van de kamer of toetreedt tot een kabinet ontvangt hij een salaris dat precies even hoog is als wat hij voorheen (bijvoorbeeld de laatste drie jaar) ontving. Het zal voor de belastingdienst niet moeilijk zijn de juiste hoogte vast te stellen. Jaarlijks wordt dit salaris verhoogd op basis van de landelijke loonontwikkeling.

Als dit voorstel wordt gevolgd is geldelijk gewin of teruggang in inkomen niet langer een reden om zich wel of niet verkies- of benoembaar te stellen. De reden verdwijnt om een politieke functie te zoeken, omdat dat meer verdient. Maar ook de reden om niet voor de politiek te kiezen omdat dat een achteruitgang zou betekenen, vervalt. Zo kunnen we ervoor zorgen dat de politiek niet alleen bevolkt wordt door ex-ambtenaren en onderwijzers, maar dat ook ondernemers en anderen uit het bedrijfsleven voor een aantal jaren de overstap kunnen maken.

Als we ook nog deze regel gelijk maken voor minister of kamerlid, zijn we direct af van de valse hiërarchie dat besturen belangrijker (want beter betaald) is dan volksvertegenwoordigen. En zo kan zelfs de tweede kamer weer aan belang groeien in het politiek bestel.

Nadelen?
De consequentie is dat het ene kamerlid veel meer kan verdienen dan het andere, of dat de minister minder verdient dan zijn staatssecretaris. Het kan ook betekenen dat een ambtenaar meer verdient dan zijn politieke baas.
Is dat erg? Alleen als zij als ambtenaren denken in vaste kolommen en periodieken.

Jaap van ´t Hek, november 2004