<---Overzicht Gedachten en opinies
De lege ruimte
Wij horen vaak leidinggevenden verzuchten dat medewerkers de door hen geboden ruimte niet oppakken. Hieronder een poging om ruimte bieden te onderscheiden van leegte veroorzaken.
Leegte kent geen grenzen. Leegte bevat geen richting, geen punten van oriëntatie. Zonder herkenningspunten aan de horizon is er alleen leegte en zien oceaan en woestijn er hetzelfde uit. Zonder oriëntatie (letterlijk: het oosten zoeken) is iedere koers is even zinvol of zinloos. Niet bewegen is even waardevol als wel bewegen. De zin en uitdaging vallen weg.
Ruimte is meer dan leegte. Er is sprake van een gebied dat niet gevuld is, maar er zijn ook herkenningspunten die de ruimte begrenzen. Bebouwing, karrensporen of bijvoorbeeld hoogteverschillen bepalen de ruimte en de richting die je erin kunt kiezen.
Dat geldt ook voor andere begrensde ‘ruimtes'. De randen of de lijst van een doek bepalen de grenzen van het schilderij, de grootte van de steen die van het beeldhouwwerk. Een sonnet bevat veertien regels die de dichter uitdagen. Ruimte is aangenaam, omdat juist de begrenzing de kaders biedt voor creativiteit en productiviteit.
Waar mensen met elkaar werken, is het de kunst om de ander ruimte te bieden. Ruimte die nodig is om inhoudelijk invulling te geven aan een opdracht. Ruimte die nodig is om recht te doen aan inbreng van anderen. Of ruimte die nodig is om te improviseren in de inrichting en vormgeving van het werk. Ruimte geeft een zekere vrijheid en veel mensen stellen prijs op die vrijheid. Ze hebben meer plezier, kunnen zichzelf meer in hun werk kwijt en leveren betere prestaties. Ruimte bieden is dus zinvol. Zo zinvol, dat het vaak tot uitgangspunt wordt van leiding geven en leiding krijgen. Ruimte bieden ‘hoort', het hoort bij het normatieve kader van modern organiseren.
We treffen regelmatig dat de geboden ruimte ervaren wordt als onbestemd of onbepaald; grenzen zijn niet duidelijk genoeg, de richting is te vaag, randvoorwaarden zijn mistig, bedoelingen zijn dubbelzinnig: de beschikbare ruimte wordt als leegte ervaren.En degene die meent ruimte te bieden, ziet de aan de ander geboden kansen niet gebruikt en gewaardeerd.Het onvermogen om met elkaar invulling te geven aan de leegte kan voor degene die ruimte krijgt uitmonden in apathie of verlamming of in een terugtrekken op een eigen eilandje. De ruimtegever is teleurgesteld dat zijn aanbod niet met beide handen wordt aangegrepen.
Leidinggevende en medewerker komen hiermee in een lastige ‘double bind' (Watzlawick, 1995) ¹. De leidinggevende biedt ‘ruimte', met de daaraan gekoppelde norm ‘dat het goed is voor het functioneren'. Voor de ruimtenemer werkt de gegeven ‘ruimte' niet, het voelt als leegte. Maar vragen om meer structuur, betekent afwijzen van dat wat als wenselijk en goed wordt beschouwd in de organisatie. En dat hoort niet. En ook de ruimtegever zal niet snel meer structuur bieden. Op die manier ben je immers geen goede leidinggevende. Beiden blijven gevangen in de normatieve boodschap, het echte gesprek over hoe ruimte gecreëerd kan worden en hoe leegte voorkomen kan worden, wordt niet gevoerd. Wat blijft is een onaangename verwarring.
Die is alleen te voorkomen, of te doorbreken als je de double bind doorbreekt. Door met elkaar in gesprek te gaan over de bedoelingen, de voorwaarden en de grenzen van de te geven ruimte, krijgt leegte ook echt invulling. Beoordeel samen of het voldoende is om aan de gang te gaan en hou daarna het gesprek op gang over de voortgang. Onderzoek of stagnaties te maken hebben met teveel of te weinig ruimte en laat de ander aangeven wat nodig is voor een prettige voortgang. Zoek uit wat de ander stimuleert en spreek daar samen over.
Ruimte is iets dat je samen creëert, meer dan iets wat de een de ander biedt.
Jaap van ' t Hek, Leike van Oss , juni 2007
__________________________
¹Een double bind ontstaat als:
- twee of meer personen betrokken zijn in een intensieve relatie
- binnen de context een bericht wordt afgegeven van een dergelijke - structuur dat (a) er iets wordt beweerd, (b) er iets wordt beweerd over de bewering zelf, en dat (c) deze beide beweringen elkaar onderling uitsluiten
- het voor de ontvanger van het bericht niet mogelijk is om buiten het door het bericht afgebakende kader te treden.
(Naar: Watzlawick, P. e.a.. De pragmatische aspecten van de menselijke communicatie. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum)