Hans Bennis
Hans Bennis (1951) studeerde in Amsterdam (VU en UvA) Nederlands en algemene taalwetenschap. Na een periode als onderzoeksmedewerker aan de Universiteit van Amsterdam werd hij in 1982 universitair (hoofd)docent bij de vakgroep Nederlands van de Rijksuniversiteit Leiden. Zijn specialiteit lag op het gebied van de theoretische syntaxis, met een bijzondere aandacht voor de grammatica van kleine woordjes. In 1986 promoveerde hij tot doctor in de wijsbegeerte aan de KUBrabant op een proefschrift getiteld 'Gaps and Dummies'. Hij bleef in dienst van de Leidse universiteit tot 1998. De laatste jaren vooral in de functie van directeur van het interuniversitaire onderzoeksinstituut Holland Institute of Generative Linguistics. De combinatie van wetenschap en management werd voortgezet bij zijn aanstelling tot directeur van het Meertens Instituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) in 1998. In 2000 werd hij benoemd tot bijzonder hoogleraar in de taalvariatie aan de Universiteit van Amsterdam. Hans is lid van vele nationale en internationale commissies op het terrein van taal en cultuur, maar zijn hart ligt toch vooral bij het taalwetenschappelijk onderzoek. Zijn cv en lijst van publicaties zijn te vinden op de website van het Meertens Instituut: www.meertens.knaw.nl
Hun hebbe se eige vergist; over de (on)veranderbaarheid van taal